Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

] jrklaring als getuige of deskundige door den regter 3vorderd of ik anderzins tot het geven van mededeeling 3or de wet verpligt worde. „„Zoo waarlijk helpe mij God almagtig! ” ” („Dat sloof ik.”)

De heer Godefroi.- Ik hel er zeer toe over mijne stem ;gen art. 11 uitte brengen. Ik begrijp niet wel waar>e de eed dient, die bier aan geneeskundigen , apotheers, hulp-apothekers , leerling-apothekers en vroedvrouen wordt opgelegd. Ik weet wel, dat die eed ook nu estaat , maar ik ben geneigd te gelooven , dat hij het evolg is van eene traditie, wier oorsprong men inden jd van het gildewezen moet zoeken. Bij dien eed j zwesn of beloven de geneeskundigen en de andere geoemde personen , dat zij hunne kunst, volgens de daarp wettelijk vastgestelde bepalingen, naar hun beste reten en vermogen zullen uitoefenen. Als er reden is m iemand die eenig beroep uitoefent te doen zweren , lat hij dat beroep naar zijn beste vermogen en naar de .aarop bestaande wetten en verordeningen zal uitoefenen , lan zou men dien eed ook kunnen opleggen aan zoo ele anderen, die beroepen uitoefenen. Ben broodbakker iijv. was vroeger onderworpen aan de verordeningen op 3 broodzetting ,en nu ook nog aan andere bepalingen, tien zou met hetzelfde regt hem den eed kunnen opleggen, dat hij zijn beroep volgens de voorschriften daarop .oepasselijk zal uitoefenen. Het eedsformulier bevat voorts een eed van geheimhouling. Ik betwist niet het doelmatige van zu" >p zich zelf, maar tegen schending van geh s reeds gewaakt door de repressive bepaling tanden Code Bénal. Ook dat gedeelte v ichijnt dus overbodig. Maar in dien eed van iing ligt ook nog eene uitbreiding van het st lier, mijns inziens , niet op hare plaats is. 1 378 Code Bénal zijn alleen strafbaar de gene die geopenbaard hebben geheimen die hun i worden: „les secrets gulon leur confie." Dit & gaat verder; het beschouwt als geheim ook c zonder hem toevertrouwd te zijn, als geheiu van den geneeskundige is gekomen. Hu b wederom niet de doelmatigheid van die uitbre er behoort, dunkt mij , verband te bestaan repressive poenale bepalingen en den eed die opgelegd; en het komt mij hoogst twijfelacht men bij een eedsformulier aan de strafwet; eene uitbreiding mag geven. Die uitbreidin ander dan een moreel gevolg hebben, want i bedreigd tegen den geneeskundige die hetgee inde uitoefening van zijn beroep te zijner k komen, openbaart. Ik zie dus hier inde e eene overbodige bepaling, inde tweede plaats ee lijke uitbreiding gegeven aan eene zaak die bied van het strafregt behoort. Word ik du; overtuigd , dan zal ik mijne stem tegen dit ten uitbrengen.

De heer Thorbecke , Minister van Binnenlandsche Zaken _ [Deze rede zal nader worden medegedeeld.] De heer Godefroi: De Minister beweert dat de vergelijking met andere beroepen hier niet opgaat. Het is volkomen waar , dat het beroep van den geneeskundige edeler is dan menig ander bedrijf, maar dit neemt niet weg, dat de geneeskundige altijd blijft een ambteloos burger die een geleerd beroep uitoefent. Daarom ook begrijp ik wel een ambtseed, vanwege de betrekking van den ambtenaar tot den Staat. Maar een eed aan een ambteloos burger opgelegd , als voorwaarde van toelating tot zijn beroep, begrijp ik niet, of ik moet den tijd van het gildewezen in mijn geheugen terugroepen. De Minister zegt verder ; de eed strekt om in het geweten van den geneeskundige het besef te doen ontstaan van de verpligtingen , waaraan hij door de verkregen bevoegdheid wordt onderworpen. Het is waar, er zijn verpligtingen aan den geneeskundige opgelegd , die wij inde ontwerpen 111 en IY zullen hebben te beoordeelen. Maar die verpligtingen worden daar opgelegd onder strafbedreiging. Is dus de eed een preventief middel om de nakoming dier verpligtingen te verzekeren, de kracht van preventie ligt, dunkt mij, reeds voldoende inde zelfs eenigzins strenge strafbepalingen, welke bij het derde en vierde ontwerp tegen niet-nakoming bedreigd is. Uit dit oogpunt dus is de eed overbodig. Het verband met de strafwet. Men vordert geen eed, zegt de Minister, om bij schending daarvan straf toe te

Sluiten