is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 1, 1864-1865, no 49, 02-04-1865

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pharmacmtisch Weekblad

yOOB BiBDEK.L-A.lNI>. ONDER REDACTIE VAN

ft, j. OPWIJRDA, Apotheker te lijmegen.

Het Pharmaceutisch Weekblad wordt eiken Zaturdag uitgegeven bij den B. 1- , , . franco per post, ƒ4.50. stukken, welke men in dit Blad wenscM opge nomen te zien , gelieve men franco’ in fa «*» *»» Redacteur, onmiddelijk of onder couvert van den tig ever , uiterlijk vóór Woensdag te Amsterdam of vóór Donderdag te Nijmegen. Prijs der advertentiën: Van 1 tot 6 Regels ƒl.- , elke regel meer IS Cts., behalve het zegelregt. zÖXPACtTa April 1865. | -Ü-

Tweede Kamer der Staten-Generaal Vrijdag 24 Maart is voornamelijk gehandeld over art. 19 van Ontwerp 111, behelzende de strafbepalingen tegen overtredingen of misdrijven door geneeskundigen gepleegd. Het door den heer Godefroi voorgestelde amendement werd verworpen en vervolgens het artikel zelf met 42 tegen 24 stemmen. Art. 20 , straf van gevangenis en geldboete bedreigende tegen hen . die, zonder daartoe bevoegd te zijn , de geneeskunst uitoefenen, is, na het weglaten der laatste alinea , behelzende de vermeerdering der straf voor den schuldigen apotheker, hulpapotheker of leerling-apotheker, aangenomen. Het geheele Ontwerp 111 is vervolgens met 37 tegen 39 stemmen aangenomen. Zaturdag 25 Maart zijnde discussiën over Ontwerp II hervat en afgeloopen. Een amendement van den beer Kappeyne van de Coppello op art. 16 (de bevoegdheid der doctoren inde geneeskunde voor de heelkundige praktijk) is verworpen , en het art. zooals het door de Regering is voorgesteld aangenomen. Ook art. 17 (de bevoegdheid der bestaande plattelands-heelmeesters) is met uitbreiding dezer bevoegdheid voor alle Gemeenten in het Eijk aangenomen, waarbij de minister tevens heeft toegegeven aan de wijziging door den heer Dumbar voorgesteld, om aan de tandmeesters bevoegdheid te laten tot het verkoopen van middelen , ook in plaatsen waar een apotheker gevestigd is. Op art. 19 is door den heer van Mulken een amendement in alinea 1 .voorgesteld , om de bevoegdheid ook uitte breiden tot de kweekelingen op de militaire geneeskundige school. Volgens de redactie der Regering luidt art. 19 namelijk aldus; „De officieren van gezondheid der lsle en „klasse, die op het tijdstip van de invoering dezer wet "gepensioneerd zijn , of op andere eervolle wijze de dienst "verlaten hebben , en de officieren, welke op het tijdstip van de invoering dezer wet nog in dienst zijn, "wanneer zij met dien rang en op die wijze de dienst verlaten , zijn bevoegd tot uitoefening der genees- en "heelkunde in het geheele Rijk. – Zij die bij de invoe- 1

' „ring dezer wet den rang van militair apotheker bezitten | „of bezeten hebben, en op eervolle wijze de dienst heb| „ben verlaten, hebben zonder nader examen bevoegdheid 1 „van apotheker. Deze bepalingen zijn ook van toei „passing op de officieren van gezondheid en de militaire | „apothekers, die met gelijken rang en op gelijke wijze ont-I „slag uit de koloniale dienst hebben bekomen.” ! Ov.er het amendement van den heer van Mulken heb-S bende stemmen gestaakt, zoodat dit tot de volgende zit;■ ting is aangehouden. Maandag 27 Maart. Het amendement van den heer van Mulken, waarover inde zitting van zaturdag de stemmen staakten, werd thans verworpen met 34 tegen 33 stemmen. Het art. werd daarop zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd en het Wetsontwerp II aangenomen met 38 tegen 29 stemmen. Bij het debat over Ontwerp IV (de artsenijbereidkunst) verzette zich een groot aantal leden tegen hetgeen zij noemden de' opheffing van den stand der droogisten aan wie in het vervolg, althans wat de nieuwe dioogisten betreft, verboden wordt het afleveren van geneesmiddelen in het klein, waartoe alleen de apothekers, onderworpen aan examen en toezigt, in hunne bevoegdheid worden ' gehandhaafd. Nadat de algemeene beraadslagingen waren afgeloopen, was de slotsom der discussie over de artikelen deze : a) dat verworpen werd een amendement van den heer Godefroi op art. 1, om de definitie van uitoefening der artsenijbereidkunst (volgens het ontwerp bestaande in het bereiden en tot geneeskundig doel afleveren van geneesmiddelen) te beperken tot het aflevereu met geneeskundig doel. b) dat bij amendement van den heer van Bosse, in verband met zijn vroeger amendement van nagenoeg gelijke strekking, is weggevallen de definitie een geneesmiddel is. _ / c) dat art. 2 bepalende dat alléén fe. uitoefening der artsenijbereidkunst in het