is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 1, 1864-1865, no 49, 02-04-1865

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aankondigen, dat een geneesmiddel bij hem of bij anderen verkrijgbaar is, verworpen werd met 56 tegen 6 stemmen, pit welk besluit, verband houdende met een vroeger amendement, de heer Godefroi constateerde de blijkbare voorliefde der kamer om de kwakzalverij in bescherming te nemen. Art. 8 (de verkoop der geheime geneesmiddelen) is

Art 11 (het verbod, van aflevering van geneesmiddelen (door apothekers anders dan op recept of bij bepaalde faandniding van het verlangde) na discussie aangenomen. ' Dingsdag 38 Maart. Art 13 bepalende , dat de apotheker bij de aankondiging vaneen geneesmiddel bij hem | verkrijgbaar en bij het afleveren daarvan geeiie aanwijzing mag voegen van den ziekelijken toestand tot ge. ezing j waarvan het geneesmiddel geacht wordt te dienen of gebruikt wordt, is verworpen met 34 tegen 33 stemmen. ! Bij art. 13 is vervallen de bepaling der verzegeling van 'de geneesmiddelen. Bij art. 16 is bepaald , dat de atievering der vergiften plaats moet hebben ineen behoorlijk ,t verzegeld voorwerp (In het Ontwerp stond : behoorlijk , gesloten voorwerp). Art. 33 behelzende, dat behalve door ' apothekers en door de geneeskundigen tot het afleveren van geneesmiddelen bevoegd, de geneesmiddelen niet mo, gen worden verkocht beneden de hoeveelheid daarbij voor ! elk door den minister te bepalen (uitdrukkende het ver* bod van den verkoop van geneesmiddelen in het klein . door droogisten en door andere personen) is na langdurige discussie "aangenomen met 34 tegen 39 stemmen. Art 34 \ (schorsing wegens achteloosheid, wangedrag, onzedelijkheid , verbreking van eed of belofte van geheimhouding) is verworpen met 33 tegen 39 stemmen. ■' Woensdag 39 Maart. In deze zitting zijnde beraadslagingen ten einde gebragt. Bij art. 35 zijn vervallen * de 3 laatste alinea’s en zijnde „3 maanden voor de, , straf vervangen door „3 dagen”. Bij art. 36 (ondeugdelijke ■ geneesmiddelen) is aangenomen de verzachtende * toepassing van art. 463 C. P. en de wet van 1854. – 3 Bij de overgangsbepalingen is op art. 38 als amendement aangenomen : „Zij, die uiterlijk vier maanden vóór het m „voeren dezer wet als winkelbedienden of als leerlingen ”van apothekers bij de Commissie van Geneeskundig toe”voorzigt, waarbij het behoort, zijn erkend en ingeschreven ”en als zoodanig in eene apotheek zijn aangenomen , kun„nen hunne tegenwoordige diensten blijven verleeuen 1). Eindelijk is het geheele Ontwerp IV aangenomen met 37 tegen 39 stemmen. _ Tnlb~Kölnische Zeitung vinden wij over de behandeling ' der geneeskundige wetten het volgende bengt onder Ne-1 derland ■ ,De kamers behandelen de wet over de ge-1 neeskunde. Hoewel het ontwerp , dat stellig zal worden f "aangenomen ,ineen geest van vooruitgang is bewerkt, 1 1) Wij herinneren hierbij levens, dat volgens art. 26 van Wet II rij, 1 die het bewijs overleggen, dat rij twee jaren voorde invoering dezer wet als leerlingen inde artsenijbereidkunde bij cene geneeskundige provinciale ' o£pl4afseliïé commissie zijn ingeschreven , vrijgesteld zijn van het leerlmg,ramen in art. 7 bepaald en van het leveren der bewijzen m de tweede -zinsnede van art. 8, namelijk van de kennis der nederlandsche, latijusche, fransche en hoogduitsche talen en van de wis- en stelkunst, voor zoover noodig tot beoefening van natuurkundige wetenschappen.

„gaf het toch inde laatste ure aanleiding tot een wa’;ren zondvloed van petities eu reclames, die van platte„lands-geneeskundigen, apothekers en de organen der geneeskunde uitgingen. Het apothekersvak verkeert bij ons „ineen treurigen staat. De meeste apothekers , diq, niettegenstaande het ontbreken vaneen artsenijtax gewoonlijk „een armzalig bestaan hebben en zich met „kurpfusoherei” „inlaten , zijn van de nieuwe wetten afkeerig.” Deze jammerlijke fooordeeling vindt hare krachtigste veroordeeling inde waardige taal, door zoovele vertegenwoordigers in onze Hooge Vergaderzaal over het gehalte der Nederlandsohe apothekers gevoerd. Dissociatie. Met den naam dissociatie (van dissocio, scheiden) bestempelt Deville de gedeeltelijke scheiding der atomen vaneen zamengesteld ligohaanx bij eene temperatuur, lager dan die van zijne geheele ontbinding. Proefnemingen hebben bewezen, dat de warmte alleen voldoende is, om deze scheiding voort te brengen, zonder dat eenige andere scheikundige zelfstandigheid hiertoe behoeft te worden bijgebragt. De separator of scheidingstoestel bestaat uit twee concentrische buizen ; de buitenste grootere is van porselein en staat in onmiddelijk verband met den vuurhaard, de binnenste kleinere is van metaal en hare temperatuur wordt laag gehouden door een stroom water. Het is dus een dubbel systeem van warme en koude buizen. De ontleding, die door het o-root verschil in temperatuur der warme en koude buis wordt voortgebragt, komt overeen met de ontleding door middel van den electrieken vonk. Eeeds in No. 43 gaven wij een voorbeeld op van deze dissociatie& waardoor kooloxydegas gescheiden wordt in koolzuur .en kool, een feit, waaruit men kan besluiten, dat het kóaloxyde inde vuurhaarden in staat is zelfs in tegenwoordigheid van overmaat van kool koolzuur te leveren. Even als door den electrieken vonk wordt zwayeligzuur door de werking der dubbele buizen gescheiden in zwavel en zwavelzuur (3 S02 = S 3 S03), bij eene temperatuur van + 10° voor de koude buis van metaal (verzilverd koperen) en eene temperatuur van 1300° voor de porseleinen buis. De zwavel zet zich aan de koude buis af, zonder bet zilver aan te tasten. Koolzuur wordt ontleed in zuurstof en koolstofoxyde. Minder gunstig was het resultaat tot scheiding van het chloorwaterstofzuur in chloor en waterstof, maar ook de electneke vonk brengt deze scheiding niet voort. _ _ Ook bij electrieken vonk en scheikundige werking wordt warmte ontwikkeld; de uitwerkingen zijn allen dezelfde, een gevolg van het aequivalent der natuurkrachten, die in elkander overgaan, zonder dat het arbeidsvermogen verloren gaat. rittrëksëïs alt Mimen- en buitenlandsclie tijdschriften. Zwavelzure ammonia wordt volgens Buokton in eene aanzienlijke hoeveelheid aangetroffen inden omtrek der Suffiom van Toscane. Proeven van het mineraal bleken 80£ zwavelzure ammonia te bevatten. Om het proces der vorming dezer zwavelzure ammonia inde natuur te verklaren , herinnert Buokton, hoe men dit zout kunstmatig heeft verkregen dooreen mengsel van zwavelwaterstof, dampkringslucht en waterdamp door eene porseleinen buis te leiden. Alsdan wordt de zwavel van de zwavelwaterstof geoxydeerd tot zwavelzuur, terwijl de vrij gewordene waterstof met de stikstof der dampkringslucht ammoniak vormt; HS -+- N O ■+■ 3110 = NH,.O, S03.