Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Weekblad

V OOR NEDERLAND. ONDER REDACTIE VAN R. J. OPWIJRDA, Apotheker te Nijmegen.

Het Pharmaceutisch Weekblad wordt eiken Zaturdag uitgegeven hij den Boekhandelaar D. B. CENTEN te Amsterdam. Prijs per jaargang , franco per post, ƒ4.50. Alle stukken, welke men in dit Blad wenscht opgenomen te zien, gelieve men franco in te zenden aan den Ptedacteur, onmiddellijk of onder couvert van den Uitgever, uiterlijk vóór Woensdag te Amsterdam of vóór Donderdag te Nijmegen. Prijs der advertentiën: Van 1 tot 6 Regels , elke regel meer 15 Cis., behalve liet zegelrecht.

2' Jaargang.

ZOSfMCt, 30 Juli 1865.

ai» 13.

De visitatie der apotheken. 111. b. De wijze van visiteeren. Wet IV art. 4, al. 1 en 3; artt. 34 en 35. De twee leden , geneeskundige en apotheker, als comtnissiën uit den geneeskundigen raad door den inspecteur benoemd, zullen op onbepaalde tijden alle apotheken | (uitgenomen de militaire en die inde gevangenis), de ! pharmaceutische toestellen, de maten, balansen en gewichten en de geneesmiddelen onderzoeken (art. 34), Maten , balansen en gewichten zijn bovendien aan het algemeen onderzoek van den arrondissementsijker onderworpen. De geneesmiddelen , inde Pharmaoopoea Neerlandica aangegeven, moeten aanwezig zijn en wel zooals zij daar zijn aangegeven. Bene commissie uit den , geneeskundigen raad beoordeelt of van elk geneesmiddel eene genoegzame hoeveelheid aanwezig zij (art. 4). Voor dit onderzoek moeten de apotheken toegankelijk zijn van des morgens 7 tot des avonds 9 uur, terwijl de apothekers zorgen, dat het onderzoek ook bij hunne afwezigheid kunne plaats hebben (art. 35). De bijzonderheden, waardoor zich de visitatie bij de nieuwe wetgeving van de vorige onderscheidt, zijn de door ons onderschrapte 1», het vereischte, dat van elk geneesmiddel eene genoegzame hoeveelheid aanwezig zij, 2°. de tijd voor de visitatie bepaald. Het eerste zal vrij Wat bezwaar opleveren , dewijl de hoeveelheid , die een apotheker vaneen geneesmiddel in voorraad houdt, meestal van locale omstandigheden afhankelijk is, en de apotheker dooreen plotseling en ongedacht gebruik van oen overigens weinig aangewend geneesmiddel soms ineen oogenblikkelijk defect kan geraken. Wij meenen echter, rlat deze bepaling van den voorraad der geneesmiddelen v°oral slaat op de meest gebruikelijke, wier voorhanden zlJn in eene bepaalde hoeveelheid eene noodzakelijkheid m. De tijd en de omstandigheden zullen hier het best den weg wijzen. De tijdsbepaling voor de visitatie verzekert den apotheker de vrijheid zijner woning als bur-

ger van den staat. Zij is voor wintertijd echter nog al ruim genomen , gelijk ook in het verslag der rapporteurs van de Tweede Kamer is opgemerkt. Overigens is de toon der bepaling, waarbij het visiteeren der apotheken wordt vastgesteld , vrij wat humaner, dan die bij het Besluit van 31 April 1831, bij de invoering der Pharm. Belg, luidende als volgt: „Ten einde op de uitvoering dezer verordeningen naar „behooren zoude kunnen gewaakt worden , zullen de „provinciale en plaatselijke geneeskundige Commissiën „verpligt zijn, om, geadsisteerd door eenen Commissaris „of anderen ambtenaar van policie, alle winkels van „Apothekers en Droogisten, alsmede van Medicinae Doctores en Heelmeesters, waar geneesmiddelen bereid of „geleverd worden, alsmede de kelders, provisiekasten en „werkplaatsen derzelven, ééns of meermalen ’s jaars , op „onbepaalde tijden, en zonder voorafgegane waarschuwing , te visiteren, den geheelen winkelvoorraad en „voornamelijk de belangrijkste geneesmiddelen naauw„keurig te onderzoeken, en de zulke, welke zij ondeugdzaam , vervalscht of niet naar eisch bevinden , door „den belanghebbende , des goedvindende , verzegeld , mede „te nemen.” Van de bedreiging met een bezoek van den ambtenaar van politie zijn wij thans verschoond, nu de visiteerende Commissie zelve bevoegd is prooes-verbaal op te maken. Uit de Memorie van Toelichting en uit de geheele wijze, waarop het onderwerp der visitatie inde Kamers behandeld is, blijkt, dat men de teerheid en kieschheid der zaak heeft 'gevoeld. De apotheker toch , wiens apotheek gevisiteerd wordt, staat in geenen deele als ondergeschikt ambtenaar tegenover de visiteerende Commissie, maar als geheel vrij, zelfstandig en verantwoordelijk persoon. Daarom zegt dan ook de Minister inde Memorie van Toelichting: Het toezicht op de apotheken den om zich te verzekeren of van de afoe kers of geneeskundigen de noodige zoraMjtwriawniflmo^

Sluiten