Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pharmaceulisch Weekblad

VOOR NEDERLAND. ONDER REDACTIE VAN R. J. OPWIJRDA, Apotheker te Nijmegen.

Het Pharmaceutisch Weekblad wordt eiken Zaturdag uitgegeven bij den Boekhandelaar D. B. CENTEN te Amsterdam. Prijs per jaargang , franco per post, ƒ4,50. Alle stukken, welke men in dit Blad wenscht opgenomen te zien , gelieve men franco in te zenden aan den Redacteur, onmiddellijk of onder couvert van den Uitgever, uiterlijk vóór Woensdag te Amsterdam of vóór Donderdag te Nijmegen. Prijs der advertentiën: Van 1 tol 6 Regels fL—, elke regel meer 15 Cts., behalve het zegelrecht.

2,, Jaargang. | ZOISBAft, 24L September 18C5. | 21

Mededeelingen. Ingezonden stukken. APIOL. In Novlmber 1849 werd door de Société de Pharmacie te Parijs prijsvraag uitgeschreven voor het middel, om het chinine kunstmatig te bereiden of althans voor de aanwijzing vaneen organisch natuur- of kunstproduct, hetwelk therapeutische eigenschappen bezit, welke aecpiivaleereu met die van het chinine en dat inden handel met het chinine kan concurreeren. Voor eene goede beantwoording werd de prijs van 4000 fr. gesteld, die Zes maanden later door den minister van oorlog , d’Hautpoul, met even groote som werd verhoogd. Vóór den eindtermijn, 1 Januari 1851, waren 7 antwoorden ingekomen, alle slaande op het laatste gedeelte der prijsvraag, een voldoend surrogaat voor chinine. No. 6 dezer antwoorden wees daartoe het apiol aan , eene extractachtige zelfstandigheid, bereid uit de peterselievrucht. De uitslag der proefnemingen met het apiol bij koortslijders werd zeer voldoende bevonden en het apiol eene eerste plaats geschonken bij de antifebrilia. De Société de Pharmacie meende echter de vraag niet voldoende beantwoord, dewijl het apiol niet in alle opzichten met het zwavelzuur chiniue kan wedijveren. De prijs werd dus niet toegestaan, maar als blijk van erkenning en tot aanmoediging eene som van 1000 fr. aan de schrijvers Joret en Ho- j molle ter hand gesteld. Nadere onderzoekingen hebben de waarde van het apiol als koortsdrijvend middel bewezen, doch zijn tegenwoordige hooge prijs (400 fr. het kilo) staat zijne aanwending inden weg. Het apiol wordt bereid door de vruchten van Apium petroselinum L., tot poeder gebracht, herhaaldelijk met sterken wijngeest uitte trekken, vervolgens de vermengde aftreksels met dierlijke kool te behandelen, eindelijk van den alcohol af te destilleeren. Het terugblijvende wordt opgelost in aether of chloroform en deze zelfstandigheden door eene vernieuwde destillatie afgescheiden. Inde droogstoof worden de laatste sporen dezer oplos-

middelen verwijderd. Eindelijk wordt onder het product dezer bewerkingen -j van zijn gewicht goudglid ge| mengd en dit mengsel gedurende 48 uren weggezet. Alsdan filtreert men over eene dunne laag kool, waarbij het apiol zuiver en bijna kleurloos doorgaat. Het apiol is eene geelachtige, olieacbtige vloeistof van een eigenaardigen reuk naar peterselie, vaneen scherpen en prikkelenden smaak, die zich voornamelijk achter in den mond ontwikkelt, en van eene dichtheid van 1,078 bij 12° C. Het apiol ondergaat bij 120 eene troebeling zonder echter vast te worden en wordt weder helder bij verhooging der temperatuur. Het is niet vluchtig; op platinaplaat verhit, verbrandt het zonder iets terug te laten. Het is onoplosbaar in water, zeer oplosbaar in sterken wijngeest, in alle evenredigheden oplosbaar in aether en chloroform. Het wordt gegeven in doses van 1 a 2 gram (15 a 30 grein), wegens zijn onaangenamen , scherpen smaak liefst in capsulen of in pillenvorm (zie het voorgaand nommer). ' Mijnheer de Redacteur ! Op de door den heer ïh. ineen uwer vorige nommers gedane vraag; „Bevat de door bevruchting met het pollen van Cydonia vulgaris ontstane vrucht van Pyrus Malus ontkiembare zaden ?” is u bereids een antwoord : toegezonden door den heer Kr., met welks inhoud ik mij vrij wel vereenigen kan. Vergun mij echter, ten opzichte van den inhoud der vraag, nog de opmerking te maken, dat „bevruchting met het pollen” niet de oorzaak kan zijn van het „ontstaan eener vrucht”; wel kan daarvan het ontstaan van kiemen afhankelijk zijn. Daar echter, voor zoo ver ik weet, Pyrus Malus nooit met Cydonia vulgaris gekruisd wordt, vervalt de noodzakelijkheid, daarop een antwoord te moeten geven. lets anders is het, of eene gekruisde plant kiemen zaden kan vóórtbrengen. In zeer vele gevalltpfgejighicdt;- ' dit, wanneer namelijk aan de eerste volwaarde het welslagen der kruising voldaan is, fl^.wanfieer nauw verwante soorten met elkander in zijii ; .Ni,,

Sluiten