is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 2, 1865-1866, no 25, 22-10-1865

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pharmacßiitisch Weekblad

YOOR NEDERLAND. ONDER REDACTIE VAN R. J. OPWIJOA, Apotheker te Nijmegen.

Het Pharmaceuiisch Weekblad wordt eiken Zaturdag uitgegeven bij den Boekhandelaar D. B. CENTEN te Amsterdam. Prijs per jaargang, franco per post, ƒ4,50. Alle stukken, welke men in dit Blad wenscht opgenomen te zien, gelieve men franco in te zenden aan den Redacteur, onmiddellijk of onder couvert van den Uitgever, uiterlijk vóór Woensdag te Amsterdam of vóór Donderdag te Nijmegen. Prijs der advertentiën: Van 1 tot 6 Regels fi.—, elke regel meer lij Cts., behalve het zegelrecht.

S1 Jaargang. j ZONDAG, 22 October 1863. < N„. 23.

üededeellngeit. Ingezonden stukken.

DE SLANG VAN PHAEAO. Het zwavelcyaankwikzilver (rhodaankwikzilver : Hg Bh) hebben wij , op dezelfde wijze als ons door ï. is bericht, bereid door eene verdunde oplossing van zwavelcyaanl– bij eene verdunde doch overvloedige met salpeterzuur zuur gemaakte oplossing van nitras hydrargyricus liquidus (Pharm. Neerl.) te voegen en het verkregen wit praecipitaat deels niet, deels wel afgewassohen tussohen filtreerpapier te drogen. Het oorspronkelijke voorschrift van Wöhler spreekt van salpeterzuur kwikzilveroxydule, doch het resultaat der bereiding zal hetzelfde zijn. of men een oxyde- dan wel een oxydulekwikzilverzout neemt. Na volkomene droging van het praecipitaat in bolletjes of pijpjes vertoonden deze aangestoken het eigenaardige verschijnsel. Onder een gedeelte der vochtige massa hadden wij een weinig chloorde potassa en gom gemengd, waardoor wel betere binding en snellere verbranding, maar tevens een lastig wegspringen van eenige deeltjes plaats vond. Het droge zwavelcyaankwikzilver met een weinig chloorzure potassa gewreven gaf onmiddellijk ontploffing met een sterk vuurverschijnsel, Waacht men het verkregen praecipitaat van zwavelcyaankwikzilver niet af, dan houdt het een weinig salpeter , hetwelk zijne verbranding bevordert. T. zond ons tevens de volgende geschiedenis van de serpent, overgenoraen uit de illustrirte Zeitwng-. Hoe bejaarder een mensch wordt, des te liever houdt hij zich dikwijls met de herinneringen zijner kindschheid bezig, evenals wij op een kouden winteravond in het hoekje van den haard gaarne over de lachende leute keuvelen. Deze trek van het individu is ook het gansche eigen; van daar de zucht om de puiuhoo-Pec der oudheid op te delven, de liefhebberij voor been'icien uit de voorwereld , voor versteende mensohen, voor huisraad van de bewoners der paalhutten en andere zeldzaamheden. Niet zonder groote zelfvoldoening en vreugde Vernam dan ook de wetenschappelijke wereld uit eene

advertentie van zekeren mijnheer Barnett zijn naara doet ons toevallig denken aan Barnum ■— dat de slang van Pharao op nieuw ontdekt is. Het is waar, niemand had tot nog toe eenig denkbeeld gehad van dit wonderdier, en men mocht het dus als eene groote bescheidenheid, het kenmerk van den waren geleerde, beschouwen, dat de Heer .Barnett zich wel wilde vergenoegen met de eer het teruggevonden te hebben, terwijl hij eigenlijk aanspraak kon maken op den roem eener geheel nieuwe ontdekking. Nog meer, de welwillende Engelschman verklaarde zich bereid aan iedereen een slangenei voor 35 cent te verkoopen en vertelde daarbij dat het niet noodig is, bet uitbroeden door natuurlijke warmte af te wachten, maar dat men terstond de jonggeborene ziet te voorschijn treden, als men de punt van het kegelvormig lichaampje met een lucifer in brand steekt. Hoe onbaatzuchtig ! Binnen weinige dagen, werden er duizende van die slangen van Pharao verkocht. De graaf Bacciocchi nam voor f35. en stuurde ze aan den kleinen kroonprins in het kamp van. Chalons. Een Eus kocht voor f 1000. en spoedde zich met de kostbare koopwaar naar Petersburg; de deftige mannen van de beurs , die bij de bestaande stremming der zaken niet veel drukte hadden, vermaakten zich van één tot drie met het uitbroeden van slangen. Opera en brochure, zelfs Abd-el-kader, geraakten in het vergeetboek; den 15deu Aug. dacht er niemand meer aan te vragen naar Lambert, neen Pharao! Pharao! was het, en niet anders. Een trouwe berichtgever mag zich evenwel niet tevreden achten met het vertellen der feiten, maar behoort er ook de geschiedenis der uitvinding bij te voegen. Zij is als volgt; Inde „Annalen der Physik und physikalischen Chemie” uitgegeven door Gibbert, deel IX bl. 371, inde elfde aflevering van den jaargang 1831 , schrijft Eriedrich Wöhler, destijds student inde medicijnen te Göttingen : „Om watervrij zwavelblauwzuur te krijgen volgde ik eene methode , die nagenoeg overeenstemt met de bereiding van zuiver blauwzuur. Ik be-