is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 2, 1865-1866, no 28, 12-11-1865

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De oorzaak der kleursverandering blijkt dus aan de aanwezigheid van alcohol te moeten worden toegeschreven. Zijn aan onze collega’s ook dergelijke kleurveranderingen met een chinine-mistuur voorgekomen ?

voorzichtigheids-maatregelen bij het overbrengen VAN VLUCHTIGE ZELFSTANDIGHEDEN IN RUIMTEN VAN EENE HOOGERE TEMPERATUUR. Een ongeluk voor eenige weken bij een apotheker te Breslau met eene flesch, gevuld met zwavelkoolstof, voorgevallen , heeft aanleiding gegeven tot eene ernstige Waarschuwing bij het overbrengen van vluchtige vloeistoffen in ruimten van eene hoogere temperatuur. Eene flesch, die omstreeks 5 tot 6 kilo zwavelkoolstof bevatte werd uit het koele pakhuis overgebracht in het warmere laboratorium, waarbij men verzuimde, de stop der flesch op te lichten. Door de hoogere temperatuur zette zich de zwavelkoolstof uit, ten gevolge waarvan de flesch sprong. De vloeistof stroomde naar den kelder onder het laboratorium , alwaar zich ongelukkigerwijze iemand met eene brandende sigaar bevond. De zwavelkoolstof ontbrandde en er volgde eene ontploffing, die niet alleen alle vensterglazen van het huis deed springen, maar het gewelf van den kelder oplichtte, den persoon, die zich inden kelder bevond, met het hoofd tegen den destilleerketel slingerde en ook andere werklieden verwondde. Bij het overbrengen van zwavelkoolstof, aether, spiritus enz. in gevulde flesschen naar eene warmere temperatuur hebbe men dus steeds zorgde stop op te lichten en deze niet al te vast te sluiten. Elk apotheker zal wel de ondervinding hebben, hoe bij zomerwarmte of bij het aanbrengen van warmte in de apotheek de stoppen der aetherachtige vloeistoffen in beweging geraken. Uittreksels uit kinnen- en bultenlandsche tijdschriften. Nieuwe methode tot de bereiding van menie. Deze methode van Burton berust op de omzetting van het loodoxyde of der zouten van dit metaal met mineraalzuren, met behulp der salpeterzure en koolzure alkaliën. Men brengt een mengsel van loodoxyde of vaneen loodzout en salpeterzure soda tot de donkere roodgloeihitte, waarbij een gedeelte der salpeterzure soda zuurstof loslaat eo in salpeterigzure soda overgaat, Deze losgemaakte zuurstof wordt door het loodoxyde °Pgenomen , hetwelk daardoor voor een gedeelte in lood-Peroxyde overgaat. Op deze wijze ontstaat de verbinding vmi loodoxyde met loodperoxyde, die onder den naam Vao menie in gebruik is. Men kan hierbij geen loodzout aanwenden , waarvan het zuur bij de gemelde temperatuur ontleed zou worden. Het best geschikt zijnde zouten van het loodoxyde met koolzuur, zwavelzuur, phosphorzuur, arsenikzuur, boor-ZüUr , salpeterzuur en het chloorlood. Het koolzuur loodoxyde en het loodoxyde kunnen door Verhitting met salpeterzure soda alleen in menie worden °vergebracht; maar bij de overige zouten moet men nog

e ■ eene alcalische koolzure verbinding voegen, om te geliji- ker tijd het zuur gelegenheid te geven zich met het al■- cali te verbinden. Bedient men zich van het zwavelzuur loodoxyde, dan N neemt men 1894 gewichtsdeelen zwavelzuur loodoxyde 665 „ koolzure soda, 177 „ salpeterzure soda. Brengt men zoodanig mengsel, waarbij men nog een overvloed van salpeterzure soda heeft gevoegd, tot dedon’ kere roodgloeihitte, dan verkrijgt men eene roode massa, die men slechts met water behoeft uitte loogen, om de onoplosbare menie daarvan af te scheiden , want het water neemt de gevormde salpeterzure soda op. De hoeveelheden ’ der producten komen met de theorie overeen en ziin : g " 1427 gewichtsdeelen menie, 800 „ zwavelzure soda, 1 143 „ salpeterzure soda. 1 Syrupus simplex uit raffinade bereid , geeft meestal na 1 | lang staan een blauw bezinksel, zoodat men inde phar. macie liever eene goede melis bezigt. De oorzaak hiervan is gelegen in eene bijvoeging van smalt of Berlijnschblauw of zooals onlangs Schauffele heeft gevonden van zwavelzure indigo-oplossing bij de raffinade, om de geele ! kleur te complementeeren en alzoo de blankheid der raffinade te verbeteren. Cloëz heeft de veranderingen nagegaan, die vette oliën onder den invloed der dampkringslucht ondervinden. Hij heeft ze daartoe uitgetrokken met zwavelkoolstof, die vooraf gereinigd was door haar gedurende 34 uren met eene kleine hoeveelheid tot poeder gebracht kwikzilverchloride (sublimaat) onder gedurig omroeren in aanraking te laten , de vloeistof af te gieten en 3 proc. vaneen reukeloos vet bij te voegen en in het waterbad bij eene matige temperatuur af te destilleeren. De analysen der vette oliën inden versoh uitgetrokken staat en nadat zij \ gedurende 18 maanden aan de lucht waren blootgesteld, i leidden tot het resultaat, dat zij koolstof en waterstof j verliezen en eene groote hoeveelheid zuurstof opnemen. Een gedeelte der koolstof ontwijkt als koolzuur, een gedeelte der waterstof als water. Bovendien ontstaat er eene vluchtige koolstofverbinding, die in reuk veel op eene uitgeblazene , nog glimmende kaarsen- of lampenpit (de reuk van acroleïne) gelijkt. Deze zelfstandigheid kleurde het ongelijmde papier, waarmede de aan de lucht blootgestelde oliën bedekt waren , bruin. Cloëz vermoedt, dat de bruine kleur van oude drukwerken ook is toe te schrijven aan dit lichaam, hetwelk gevormd is door langzame oxydatie der vette olie , die de drukinkt bevat. Formule voor de aanwending van opium bij cholera. Volgens de ondervinding van Julius Nentwich werkt opium ten gunstigste bij cholera, maar het opium moet daarbij in zoo groote doses worden gegeven, dat er dadelijk een antidotum op moet volgen. Hij geeft de volgende formule voor de behandeling der cholera op : 1. Rc: tinct. opii simpl. scr. 3 drachm. 1, cinnamomi dr. 5. S. Ineens te nemen.