is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 2, 1865-1866, no 31, 03-12-1865

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dien te dezen aanzien, boven alle gezag te willen verheffen. Zoo iets mag echter de regering niet toelaten, zoolang zij de belangen der ingezetenen nin een geneeskundig opzigt voor hare verantwoording neemt, en dien ten gevolge de geneeskunst-oefenaren en artsenij-bereiders aan eene bijzondere geneeskundige staatsregeling onderwerpt.

Er bestaat verder geen de minste reden waarom aan de Homoëopathische artsen in onderscheiding van de Allopathische geneesheeren, de meergenoemde vrijheid zoude verleend worden. De voorschriften der eersten verschillen van die der laatsten, evenzeer als deze onderling naar de zienswijze van ieder geneesheer onderscheiden kunnen zijn. De geneesmiddelen die de Homoëopathen voorschrijven, mogen door de geringe giften waarin zij toegediend worden van die der Allopathen verschillen, de grondstoffen zijn, op enkele na, dezelfde en vorderen voor derzelver bereiding geen meerdere kennis, zorg en bekwaamheid dan die der pharmacopoea neerlandica of elke andere pharmacopoea. leder die wil kan zich daarvan met eigen oogen overtuigen, want de Homoëopathische pharmaoopoeae zijn publiek. Zij zijn in ons bezit. De zorg die daarin voorgeschreven wordt omtrent de bereiding dier middelen, is in het wezen der zaak gelijk aan die, welke inde leerboeken der artsenijbereidkunde voorgeschreven en door ieder apotheker moet in acht genomen worden 1). Ik verklaar uit eigen ondervinding, dat het vervaardigen van Homoëopathische geneesmiddelen, en het gereed maken van de voorschriften van Homoëopathische artsen, geen meerdere kennis, vaardigheid, kunst of zorg vereischt, dan die der Allopathie of Allopathische geneesheeren. Ten bewijze dat de alhier practiserende Homoëopathische geneesheer kaxlekbach van gelijk gevoelen is, is het mij aangenaam het navolgende te kunnen mededeelen : Toen zijn Ed. ten jare 1856 binnen Utrecht zich als arts vestigde, besloot het ütrechtsoh departement der nederl. maatschappij ter bevordering der pharmacie, zoo wel, in Si le maiade va prendre direclement ses médicaments chez le pharmacien , on pourra retrouver dans Tofficin les dilutions intermédiaires qui auront précédés celles que le maiade aura absorbées; alors le Jury ‘Hédical pourra contróler les ordonnances du médecin. En outre , si le médecin distribue lui méme les globules homoeopalhiques , on comprend combien la tromperie devient facile. Un médecin peu scrupuleux distribue les globules inertes dans les quels il n’y aura aucune substance médicamenteuse , et de cette facon il recevra I’argent des malades sans les soumettre a aucun traitement. Discours de M. I’avocat général de Soland , devant la cour impériale d’Angers. (Journ. de chimie médicale , Decembre 1856 , P. 750—51). Men leze verder de belangrijke rede van den Procureur-generaaloupiN voor het Hof van Cassatie. (Journ. de chimie médicale, Avril 1858 , P. 243—250 ) 1) Men mag billijk verwachten dat de Homoëopathische artsen daarin met naauwgezetheid zullen beantwoorden ; dat zij, door hunne praktijk daarin belemmerd, het gereedmaken van geneesmiddelen niet aan huisgenooten en onderhoorigen zullen overlaten , dat de voorraad Van geneesmiddelen ordelijk en niet her- en derwaarts verspreid zal liggen , en zij de geneesmiddelen die zij uitreiken niet inden zak zullen dragen , in welk geval zij schromelijk zouden zondigen tegen de voorschriften der Homoëopathie , die vorderen dat handen en kleederen van hern , die geneesmiddelen behandelt, op het zorgvuldigst zullen gerei-u'gd worden, opdat geen vreemde renk zich aan die middelen mededeele Carl Ernst Gruner Homüopathische Pharmacopöe S. 38).

het belang van den heer kallenbactï en van de apothekers, als in dat der ingezetenen, zich schriftelijk tot hem te wenden, met verzoek, te mogen weten naar welke pharmacopoea en naar welk verhouding-systeem, hetzij decimaal of centesimaal, hij verlangde dat zijne geneesmiddelen gereed gemaakt zouden worden; opdat men in staat zoude zijn, zijne voorschriften naar eisch te bereiden, en hem zelven van de moeijelijkheid en mogelijke onaangenaamheid te ontslaan of voor te komen, die het zelf uitreiken van geneesmiddelen hebben of na zich slepen kon. De heer kallenbach voldeed, bij een zeer beleefd schrijven, aan dat verzoek, en stelde daardoor de leden des departements inde gelegenheid, zich die middelen aan te schaffen, welke ZijnEd. verlangde. Als president van meer genoemd departement, heb ik, vergezeld van den secretaris, ZijnEd. het schriftelijk berigt overhandigd, dat het departement deszelfs leden in staat gesteld had, zijne voorschriften gereed te maken; later zijn hem, op zijn verzoek de namen toegezonden van allen , die zich bereids van geneesmiddelen voorzien hadden. De geneesheer was uiterst beleefd, onderhield zich langen tijd met ons, en verklaarde dat hem de handelwijze van het departement genoegen deed, aangezien hij daardoor ontslagen was van den last om zijne geneesmiddelen zelf uitte reiken. Deze betuiging, zoo ik meen, later nog aan anderen gedaan, en het zenden van Homoëopathische voorschriften bij verschillende apothekers, geeft ons regt om te besluiten: Dat de apotheker volkomen in staat is Homoëopathische geneesmiddelen te bereiden, dat de Homoëopathische arts zich daarop veilig verlaat, en er alzoo geen de minste reden bestaat waarom Homoëopathische artsen hunne geneesmiddelen zelven bereiden en uitreiken zouden. Intusschen die vrijheid wordt dringend verlangd en daarop in het openbaar aangedrongen met redenen, die den toets der waarheid moeijelijk kunnen doorstaan 1), en die, vernederend voor den apotheker, hem die ze aanvoert inde oogen van braven en verstandigen niet vereert. Zal ik op gelijke wijze handelen? Neen, dat ware niet christelijk! veel liever wil ik de Homoëopathische artsen in hun eigen belang en om de eer van hunne kunst, waarschuwen tegen eene handelwijze die, ja geschikt is den ligtgeloovige, en in het geheimzinnige behagen scheppende, tijdelijk voor hen in te nemen, maar die bij den .verstandige en nadenkende de gedachte aan bedrog en kwakzalverij zoo ligt zoude opwekken. Bovendien zouden zij het vermoeden niet kunnen ontgaan dat, wanneer zij de Homoëopathische middelen niet voldoende mogten vinden, zij zonder zich zelven of hunne kunst te compromitteren tot de Allopathische middelen hunne toevlugt zouden kunnen nemen. 1) De Homoëopathen beweren dat zij in alle landen die vrijheid verkregen hebben. Wat daarvan waar zij , kan onderzocht worden; dat zulks in Frankrijk het geval niet is, hebben ons de dagbladen medegedeeld , en kan uit het vonnis van het keizerlijk geregtshof te Angers worden opgemaakt, alsmede uit de hoogst belangrijke redevoering van den precureur-generaal DUPIIt voor het hof van cassatie omtrent deze zaak gehouden. Zie Journ. de chimie médicale Dec. 1856 Pag. 110 en Avril 1858 pag. 2i3—250.