is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 2, 1865-1866, no 32, 10-12-1865

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

g niet ontleed wordt, terwijl in Graham-Otto wordt op-I gegeven, dat het koper in zeer fijn verdeelden toestand e door geconcentreerd zoutzuur onder ontwikkeling van 1 waterstofgas wordt opgelost. Deze laatste opgave is volh gens C. wbltzien juist, dewijl geconcentreerd zoutzuur <3 door fijn verdeeld koper hoewel langzaam onder water-I <3 stofontwikkeling ontleed wordt. De werking heeft spoe-F diger plaats, wanneer men gasvormig chloorwaterstofzuur lover gloeiend , fijn verdeeld koper leidt.

ELIXIR SANITATIS DE BONJEAN. h ij, LV. herb. meliss. 100 gram „ menth. 100 „ j folia theae 200 „ suoc. catechu 100 „ 0 cort. aurant 60 „ e _ ij fruct. anisi 30 „ : , „ cumini 15 „ i o „ carui 15 „ . f aeth. snlphuric. 120 „ i spir. vini 4 liter. Macere per dies 8 ; turn adde : ' j syr. simpl. 3 liter. z GUTTULAE ANÏIOHOLERICAE BUSSICAE. Rc. laud. liq. sydh. p. 4 1 vin. ipecacuanh. p. 8 j c 01. menth. p. 5 tinct. valerian. aeth. p. 15 1 S. 16 of 20 droppels ineen kopje aftreksel van lin || E de-bloesem of kamille, 4of 5 maal daags. I l of: iv-. tinct. valerian. p. 8 i „ nuc. vomio. p. 4 liquor anodini p. 8 i tinct. arnic. p. 4 ] „ opii p. 6

1 01. menth. p. 2 I S. 15 droppels terstond , 30 een kwartier later en 45 nog een kwartier later te nemen. ( PILULAE LaXANTES VAN TROUSSËAU. • R,. aloës 1 gram. (15 grein) extr. colocynth. 1 „ „ rad. rhei 1 » g. guttae 1 i) extr. hyoscyami 25 centigram (3J grein) 01. anisi gtt. 2 M. f. pilul N°. XX. Ik maak heeren Collega’s nogmaals opmerkzaam op het gebruik van sapo medicatus voor pillen met 01. terebinthae, zooals in Nommer 32 van den lsten Jaargang reeds is opgegeven. ï- HEBKÈNNING VAN ALCOHOL IN AETHEMSCHE OLIëN. ■ 1. Men doet een weinig der aetherische olie ineen droog reageerbuisje, voegt er een droog stukje aoidum tannicum bij en schudt. Bevat de olie geen alcohol, dan blijft het acidura tannicum onveranderd; is er alcohol

onder vermengd , dan wordt het taai, kleverig, vloeit ineen en zakt ten bodem; bij aanwezigheid van veel alcohol wordt het aoidum tannicum opgelost. 2. Men schudt in eene burette de verdachte olie met water; bij aanwezigheid van alcohol zal de olie in volumen verminderen , anders niet. ï. H. v. L. Uittreksels uit binnen- en bultenlandsche tijdschriften.

ï. H. v. L.

Goëmine, zooals Blondeau het hoofdbestanddeel van de carhageen heet, wordt zuiver verkregen door carhageen in gedestilleerd water te koken en bij de colatuur wijngeest te voegen, waardoor de geleistof gepraecipiteerd wordt. Men lost deze weder in gedestilleerd water op en verdampt de oplossing in het waterbad, waarna men haar in dunne, hoornachtige, elastieke plaatj. s verkrijgt, die op vischlijm gelijken, met koud water opzwellen en week worden. Het goëmine is reuk- en smaakloos, neutraal en volkomen oplosbaar in alcalische vloeistoffen. De analyse gaf de volgende procentische samenstelling : koolstof 21,80; waterstof 4,87; stikstof 21,36; zwavel 2,51; zuurstof 49,46. Wegens het aanzienlijk stikstofgehalte zou men het goëmine voor zeer voedzaam kunnen houden. Het bevat zelfs meer stikstof dan het gelatine, waarvan de voedzaamheid echter in geene verhouding tot het stikstofgehalte staat; Blondeau meent, dat zulks ook wel bij het goëmine het geval zou kunnen zijn. De naam goëmine is afkomstig van goeman , waaronder de caragheen ook bekend is. Semina andae, Andanooten, zijn zaden vaneen Braziliaanschen boom, Anda Oumesii Juss., tot de Euphorbiaceën behoorende, door de Brazilianen andaassu geheeten. Zij zijn aldaar als laxeermiddel in gebruik en verdienen wegens hare zachte werking eene meer uitgebreide aanwending , zooals zulks reeds sinds eenige jaren in Frankrijk het geval is. De vrucht van dezen boom, ter grootte eener vuist, van eene grauwe kleur en met eene dunne schil, bevat twee langwerpige zaden met eene grauwbruine of bruine, lederachtige , breekbare zaadhuid, die van binnen met een droog wit parenchym bekleed is. Zij zijn gewoonlijk 2,5 centimeters breed , 2 centimeters hoog en even zoo dik. De geelwitte kern , het gedeelte, dat in geneeskundig gebruik is, komt in omvang met de zaadhuid overeen, heeft een amandelachtigen oliesmaak en veroorzaakt, voor J tot ( zijner massa gekauwd en gegeten, eene darmontlasting zonder eenige onaangename gewaarwording. Dewijl deze zaadkern op zich zelve of als eene emulsie genomen, bij de patiënten geen tegenzin verwekt, verdient zij de voorkeur boven de ricinusolie of andere dergelijke middelen. De zwaarte vaneen zaad met schil bedraagt omstreeks 70—100 grein , waarvan 61—63 proc. voor de zaadkern en 37—39 proc. voorde zaadhuid kunnen gerekend worden. De zaadkern bevat 50—53 proc. van eene bijna kleurlooze vette olie, vloeibaar als olijfolie, vaneen spec. gewicht van 0,919 (bij 17,6° C.). Deze olie is smaakloos, en droogt aan de lucht