Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgeven der bovengenoemde bereidingswijze de evenredigheden naar het voorschrift dezer Pharm. hebben berekend. Men weegt af 30 gewichtsdeelen aloë en 80 gewichtsdeelen alcohol van 0,895. De aloë wordt ineen mor-

tier tot grof poeder gebracht en hierop de alcohol bij kleine gedeelten gegoten , waarmede men telkens eenige seconden wrijft, laat bezinken, de alcoholische oplossing op een filtrum giet en hiermede voortgaat, totdat de aloë niets oplosbaars meer afgeeft, hetgeen plaats heeft, wanneer l van den alcohol is verbruikt. Er is alsdan inden mortier eene massa overgebleven, die sterk aan den stamper kleeft. 4 Deelen gedestilleerd water zullen voldoende zijn, om deze geheel op te lossen. Men voegt hierbij een gedeelte van het overige | van den alcohol, terwijl het laatste gedeelte dient, om den mortier om te spoelen. Om de tinctura nu aan de sterkte der Pharm. Belg. te doen beantwoorden voegt men er nog 76 deelen wijngeest van 0,906 bij. (Op eene soortgelijke eenvoudige wijze zou men bijv. ook tinctura catechu kunnen bereiden). De tinctura aloës, gemengd met gelijke deelen tinctura myrrhae en tinctura croci leverde inde Pharm. Belgica de tinctura aloës composita of het elixir proprietatis. Dit praeparaat heeft inde Pharm. Neerland, eene aanmerkelijke verandering ondergaan; saffraan, aloë en myrrhe, van elk één deel, moeten met 30 deelen alcohol van een spec. gew. van 0,80 (36°)* worden gedigereerd en wel eerst de saffraan en vervolgens in het saffraan-aftreksel de aloë en myrrhe. Het is steeds een raadsel gebleven, waartoe in dit voorschrift wijngeest van die buitengewone sterkte (absolute alcohol) is voorgesohreven. Bereiding van mierenzuur en mierenzuren-aether. Bekend is het, dat mierenzuur door de werking van glycerine op zuringzuur kan verkregen worden. Het glycerine wordt hierbij volstrekt niet veranderd , en gaat geene verbinding aan (katalytische werking), zoodat hetzelfde glycerine na de afscheiding van het mierenzuur telkens weder voor gelijk doel kan worden aangewend. Het zuringzuur wordt gescheiden in koolzuur en mierenzuur, naar de volgende vergelijking : C4H208,4H0 – C2H2C\ + 4HO -1- 3C02. gekrist, zuringzuur mierenznurhyclraat Deze methode is afkomstig van den Franscheu scheikundige Berthelot, volgens wien daartoe 10 deelen zu-Dngzuur, 10 deelen stroopachtig glycerine en lof 3 deelen water worden gedestilleerd. Het mierenzuur Wordt hierbij echter altijd verdund verkregen; om het te °oncentreeren wordt het aan loodoxyde gebonden en dit mierenzuur loodoxyde door zwavelwaterstof ontleed. L o r i n heeft in deze methode eene wijziging aangebracht, daarin bestaande , dat hij gekristallizeerd of ook van water beroofd zuringzuur aanwendt, en dit met glycerine zonder bijvoeging van water destilleert. Hij had daarbij ket voordeel, reeds dadelijk sterk mierenzuur te verkrijgen ; bij het aanwenden van gekristalliseerd zuringzuur verkreeg hij mierenzuur van 56 proc.; bij van water beroofd zuringzuur een zuur van zelfs 75 proc. Hij vermeldt ook , dat het tot bereiding van gekristallizeerd mierenzuur-hydraat veel beter is het zuur aan koperoxyde dan zooals gewoonlijk aan loodoxyde te binden en verder door zwavelwaterstof te ontleden. Om mierenzuren-aether te verkrijgen, destilleerde hij aequivaientische hoeveelheden glycerine met zuringzuur 6,1 alcohol. Het mierenzuur verbindt zich op den oogenolik zijner vorming met aethyloxyde uit den alcohol. Op gelijksoortige wijze verkreeg hij met foeselolie (amylalc°kol) den mierenzuren amyl -aether.

Bij het antidotum arsenici uit ijzeroxyde is het volgens Hager beter chloretum f'erricum met magnesia usta en water, dan sulphas ferricus te nemen, omdat bij het mengsel met sulphas ferricus de temperatuur veel meer stijgt dan bij dat met chloretum ferricum en door deze temperatuursverhooging minder van het werkzame ijzeroxydehydraat van de samenstelling : Ee203,3H0 , maar meer van het onwerkzame van de samenstelling: Pe2 03, 3HO gevormd wordt. Sulphas plumbicus vereischt tot oplossing volgens Kodwell 31061,807 deelen water bij 15° C. Oplosbaarheid van nitras argenticus in alcohol. Volgens zeer nauwkeurige proefnemingen heeft Bresler gevonden dat 1000 O.C. alcohol vaneen spec. gew. van 0,807 (95 proc.) 36,73 gram nitras argenticus kunnen oplossen. Om de hoeveelheid suiker in wjjn te bepalen wordt de gewone koperproef van Eehling aangewend. Deze methode kan volgens Policci en Pasquini op witten wijn onmiddellijk worden toegepast, maar roode wijnen moeten eerst door eene overmaat van neutraal azijnzuur loodoxyde ontkleurd worden , terwijl verder de overmaat van azijnzuur loodoxyde door zwavelwaterstof wordt verwijderd. ilobinet meent echter, dat de handelwijze van genoemde heeren tot dwaling leidt, dewijl eene overmaat van zuur nadeelig op de reactie met het koperzout werkt. Hij geeft als eene veel eenvoudiger en zekerder methode op , eene bepaalde hoeveelheid wijn eerst tot eene extraotachtige massa in te dampen en deze met alcohol uitte trekken, waarbij de onoplosbare zouten terug blijven. Men filtreert de alcoholische vloeistof, verdampt ze weder tot eene extractachtige massa, neemt deze in gedestilleerd water op en onderzoekt de waterige vloeistof door middel van de koperproef. Pasta van chloorzink van Canquoin. Als voorschrift dezer pasta , die veelvuldig inde chirurgie wordt aangewend , is door Canquoin opgegeven : 1 deel chloretum zincicum en 3 deelen fariua secalis onder een te mengen en zooveel water bij te voegen, totdat er eene vaste pasta ontstaat. Op aanwijzing vaneen geneesheer hebben wij steeds met het beste gevolg farina lini in plaats van farina secalis genomen en het met water aangemengde mengsel bij eene zachte warmte gedroogd. Daardoor werd de pasta veel beter gevormd en hield zich veel langer goed zonder vochtig en hard te worden zoo als met die met roggemeel het geval is. Door Ménière wordt bij deze bereiding thans aanbevolen eene bijvoeging van glycerine, in deze formule: Re'; chloret. zincici dr. 2\ , farin. secalis dr. 5 , glycerine dr. 1. Verscheidenheden. Duchemin heeft inde koolzinklatterij van Bmsen de volgende belangrijke wijziging gebracht. Hij vervangt namelijk het salpeterzuur bij de kool door eene oplossing van ijzerchloride (van 330 Beaumé), terwijl de zinkcel met eene zuurgemaakte oplossing van chloorsodium (of volgens het laatste bericht, van chloorzure potassa) wordt gevuld. Het voordeel dezer wijziging bestaat* in het vermijden der salpeterigzure dampen, die niet alleen op de werkzaamheid der batterij een nadeeligen invloed uitoefenen, maar ook voor de omstanders zeer lastig zijn. De batterij volgens Duchemin is in staat meerdere weken werkzaam te blijven, zoodat na verloop van 18 dagen één element nog een genoegzaam sterken stroom gaf om glauberzout te ontleden. Het ijzerchloride wordt door scheikundige fabrieken goedkoop geleverd; bovendien kan de gebruikte en gereduceerde oplossing weder

Sluiten