Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pharmaceutisch Weekblad

VOOIS NEDERLAND. ONDER REDACTIE VAK R. J. OPWUEDA, Apotheker te Nijmegen.

Het Pharmaceutisch Weekblad wordt eiken Zaturdacj uitgegeven bij den Boekhandelaar D. B. CENIENfe Amsterdam. Prijs per jaargang, franco per post, f4,50. Alle stukken, welke men in dit Blad wensc opge nomen te zien, gelieve men franco in te zenden aan den Redacteur, onmiddellijk. of onder couvert van en i geve», uiterlijk vóór Woensdag te Amsterdam of vóór Donderdag te Nijmegen. Prijs der advertenliën: Vau I tol 6 Regels /’ I.—, elke regel meer 15 Cts., behalve het zegelrecht. _ 3e Jaargang. | KONBACt, A Februari 1860. /_ ‘

Nota betreffende de ktna-kultuur «p Java/ Wij hebben in No. 7 en 40 van den Eersten Jaargapg; eenige bijzonderheden over de kina-kultuur op Java degedeeld en meenen, dat het ook thans hier de plaats-1 is om de Nota over dit belangrijk onderwerp uit het Bijblad over te nemen: Over het algemeen schijnen de uitkomsten van de kinateelt onder de leiding van den heer K. W. van Gorkum gunstig te mogen heeten. Onder de Pahudianaplanten was gedurende 1564 groote sterfte. Men schreef dit toe aan de wijze van planten , waarin echter zonder zeer belangrijke uitgaven geene verandering is te brengen. Er kunnen echter nog vele planten verloren gaan , eer haar cijfer tot één millioen is gedaald, zoodat altijd voor latere uitbreiding wierd zij wenschelijk geacht eene genoegzame hoeveelheid aanwezig zal zijn. Het doel moet voor het oogenblik zijn toeneming der Calisayaplanten, als de beste soort, te bevorderen. Met het openkappeu der dichte bosschen wordt stelsel- | matig voortgegaan eu van de 7000 Calisayaplanten , die j inden open grond zijn , mag men verwachten , dat 6000 binnen weinige jaren tot krachtige boomen , voor exploitatie geschikt, zullen gegroeid zijn. De vermenigvuldiging door stekken is op Java zeer gering geweest en wat betreft de voortkweeking der deugdzame soorten is men ons in Britsch-Indië ver voorbijgestreefd. Het getal bloeiende Calisayaboomen bedraagt 21 en is de oogst van zaden éénmaal aangevangen , dan mag men aannemen , dat zij onafgebroken zal voortduren en de verhouding tusschen Pahudiana’s en Calisaya’s verbeteren. Buiten de Calisaya’s bezit men op Java als erkend deugdzame soorten de C. lancifolia en C. succiruba; de C. lanceolata is nog niet genoegzaam onderzocht, de beide andere soorten staan niet beneden de Calisaya. Men heeft inde plantsoenen voortdurend te kampen met rhinocerossen , wilde koeien , kidangs (Cervus muntjac), sigoengs (Mydoaus meciceps); ook met muizen.

Aangezien de succirubra dezelfde soort is , waarop men in Britsch-Indië den hoogsten prijs stelt, heeft men op Java de zekerheid, in haar eene der meest kostbare soorten te bezitten. Bij het aandachtig overwegen der verschillende analysen van de kinasoorten is het niet mogelijk volstrekte gevolgtrekkingen voor de kultuurbeginselen te maken. Over den invloed , dien de betrekkelijke hoogte boven zee op het alkaloïdegehalte der boomen uitoefent , verspreiden de analysen weinig licht. Dr. Junghuhn ontkende dien invloed, dr. de Vrij was onzeker. De ontwikkeling der boomen schijnt dan ook meer van plaatselijke gesteldheid van terrein en van bodem afhankelijk , dan van onderscheidene hoogte; de kuituur in Britsch-Indië en op Ceylon pleit daarvoor evenzeer. Gelijkmatige temperatuur is een stelliger vereischte, en overigens meent de heer van Gorkum, dat licht en lucht voor de kina even noodig zijn als voor andere planten , bijv. de koffie. Door gedeeltelijke uitkapping inde onmetelijke hoogwouden van eeuwenoude boomen vormt men het beste terrein. De totale vernietiging der bossohen ware zij al wenschelijk is onmogelijk. Ware | er slechts tusschen uitersten te kiezen , het volle zonlicht zou wenschelijker zijn; maarde middelweg deels schaduw deels open lucht wordt gevolgd. Op het voorbeeld van den heer Mac Ivor zijn ter behoud van vochtigheid sommige boomen met mos bekleed. Uitbreiding werd aan de kuituur niet gegeven. Men bepaalt zich tot de 9 etablissementen op de bergen , en het oorspronkelijk plantsoen op den Gedeh. De proefaanplantingen in Bezoeki en Bagelen worden behouden. De bestaande kina-aanplantingen beslaan eene uitgestrektheid van 3 a 4000 bouws grond. Inde uitgebreidheid en verspreiding der aanplantingen liggen gebreken en bezwaren , die zich meer en meer Men vertrouwt, dat in 8 a 10 jaren de plah'tsogüph ploitatie vatbaar zullen zijn. /, " Ja | Waar men op hoogten van 4 a 5000

Sluiten