Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„fciddeten, noodig ;tot het gereedmaken van recepten.’5 Daarop werd .in het. verslag van de Commissie der Eapport'burs öpgemerjft: „Heeft mefi' daarbij alleen aan de kennis van eenige „kruiden en wortels te denken , of moet de candidaat „ook zouten en dergelijke zelfstandigheden goed weten „te onderscheiden ? Moet, als hem tot zekere hoogte het „zelfstandig gereedmaken van recepten wordt toevertrouwd, „zijne kennis zich ook niet tot samengestelde geneesmiddelen uitstrekken?” Inde Memorie van Beantwoording wordt dit door den Minister bevestigd : „De geneesmiddelen , die voorgeschreven worden , moeten kunnen „onderscheiden en tevens de maten en gewichten gekend „worden.’*

,j YV UiVAVyU. De kennis noodig voor het gereedmaken van recepten is werkelijk vaneen uitgestrekten omvang. Daartoe behoort de kennis der simplicia en van hunne vervalschingen, en verder eene niet geringe mate van scheikundige kennis, om alles te kunnen in acht nemen, wat tot de juiste verbinding der verschillende ingrediënten vereischt wordt, om te vermijden , wat tijdens het gereedmaken of aan de gereedgemaakte medicijnen schadelijk kan zijn , om verschijnsels te kunnen verklaren , die zich bij of na het vermengen voordoen, waarbij vaak het vertrouwen bij geneesheer of publiek op het spel staat, eindelijk om bij het in geneeskundig gebruik komen van nieuwe scheikundige praeparaten , rekenschap van hun aard te kunnen geven. Zelfs de dosis der geneesmiddelen moet hierbij bekend worden verondersteld, om mogelijk schadelijke vergissingen te kunnen ontdekken. Eene volledige kennis der receptuur is als het ware de ziel van het apothekersvak. Het spreekt dus van zelf, indien er bij het leerling-apothekers- en hulpapothekersexamen verlangd wordt; „kennis noodig tot het „gereedmaken van recepten ,” dit niet anders kan worden uitgelegd dan ineen beperkten zin en in verband met de bevoegdheid van den leerling-apotheker en den hulpapotheker om slechts onder toezicht vaneen apotheker of vaneen geneeskundige, tot het leveren van geneesmiddelen bevoegd, werkzaam te mogen zijn. Be werkkring van den leerilng-apotheker. „Wat zal de leerling-apotheker inde apotheek uitrichten ?” was eene vraag door de commissie van rapporteurs geopperd. Het antwoord der regeering luidde: „Wat thans de niet geëxamineerde bediende daar uitricht. De apotheker zal hem werkzaamheden opdrageu, naar de mate van zijne geschiktheid en bekwaamheid.” Indien wijde instelling van den leerling-apotheker goed begrepen hebben , dan is de bedoeling der regeering hiermede geweest eene klasse van personen in het leven te roepen , uitsluitend ten dienste der apothekers werkzaam , eene soort van beëedigde klerken, die in deze betrekking hunne kostwinning vinden. Ongetwijfeld zal er groot gebrek aan hulp inde apotheken ontstaan. Nu er in 3 jareu niemand als apotheker geëxamineerd kan worden , zal het reeds schaar-

sche getal der geëxamineerde bedienden uiterst klein worden. De eiscben voor bet hulpapothekers-examen zijn niet gering, zoodat wij ook vooreerst geen groot aantal dezer personen te wachten hebben. Het leerling-apothekers-examen is vrij wat minder van omvang. Beginselen der nederlandsche en latijnsche talen en der rekenkunde, en het bewijs van de kennis en geschiktheid noodig tot het gereed maken van recepten, indien dit laatste in verband gehouden wordt met de beperking van het „werkzaam zijn onder opzicht”, zijn eischen, waaraan een jongen van eenige ontwikkeling weldra beantwoorden kan. Het zal voor de apothekers eene noodzakelijkheid worden zelven deze klasse van personen op te kweeken en jongens van eenigen aanleg, al is het dan ook uiteen minderen stand, onder hunne leiding daartoe te brengen, wil men niet op vele plaatsen weldra geheel van hulp verstoken worden en blijven. Naar ons bericht wordt, laat zich de behoefte bovenal op het platte land reeds ernstig gevoelen. Zij, die zich verder voor apotheker willen bekwamen, verlaten aldaar hunne plaatsen, om inde steden eene meer geschikte gelegenheid tot opleiding te zoeken. De zaak wordt er zooveel te erger om, nu de wet den geneesheeren , bevoegd tot het leveren van geneesmiddelen, bepaaldelijk voorschrijft, „dat de geneesmiddelen door geenen anderen dan door hen of door eenen hulpapotheker of leerlingapotheker gereed gemaakt mogen worden.” Voor de leerlingen-apothekers is dus een ruim veld geopend en door bovengenoemde personen hiertoe op te leiden, biedt men hun de gelegenheid aan tot het verkrijgen eener zeker vrij ruim gesalarieerde betrekking. Letten wij eindelijk op den werkkring van de leerlingenapothekers, dan blijkt daaruit, dat zij inde behoefte aau hulp inde meeste opzichten voorzien, want zij zijn beëedigde personen, onder toezicht bevoegd tot het uitoefenen der artsenijbereidkunst, dat is tot het bereiden en tot geneeskundig doel afleveren van geneesmiddelen , en zelfs aansprakelijk voor de door hen begane overtredingen der wet. Mededeelingen. Ingebonden stukken. Mijnheer de Redacteur! In nommer 52 van het Pharmaceutisch weekblad werd door zekeren G. G. een aanval gedaan op eene door mij in Haaxman’s tijdschrift Jaarg. 1861 geplaatste mededeeling betreffende den Pyrophosphas ferricus citrico-ammoniacalis. De schrijver verklaart het met mijne beschouwingswijze, dat namelijk de zure ijzerverbinding langzamerhand in het phosphorzure zout zoude overgaan, niet eens te zijn en wordt in zijne meening door u ondersteund. Ik acht mij derhalve verplicht mijne zienswijze te verdedigen. In 1847 heeft Persos de geneeskundigen ’t eerst opmerkzaam gemaakt op zijne ontdekking, dat phas ferricus in pyrophosphas natricus oplost en aldus een ijzerpraeparaat daarstelt, dat om verschillende redenen

Sluiten