is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 3, 1866-1867, no 5, 03-06-1866

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen in elk* concentratie gedurende weken er in bewaard Wórden, zonder dat een spoor koper wordt opgelost. Ook kunnen de zuren in het waterbad even als op het vrije vuur daarin verhit en zelfs geconcentreerd zwavelzuur worden uitgedampt. Zij zijn dus waarschijnlijk zeer geschikt voor uitdampketels in zwavelzuurfabrieken.

Omtrent het phenylzuur (carbolzuur) bericht Prisel, dat inden handel 2 soorten voorkomen, eene gewone vloeibare en eene gekristalliseerde. De gekristalliseerde soort wordt door de fabrikanten tegen 30 gulden het kilo, de vloeibare tegen f552y2 verkocht. Nu bestaat er wel gekristalliseerd scheikundig zuiver phenylzuur, dat moeielijk te verkrijgen is, omdat het bij aanwezigheid van de minste hoeveelheid water zijne eigenschap van te kristallisceren verliest; maar liet gekristalliseerde praeparaat uit den handel is niets anders als vloeibaar zuur waarin msn een weinig naphtaline heeft opgelost. Worden bij het vloeibare znur bij kookhitte eenige naphtalinekristallen gevoegd , dan verkrijgt men bij bekoeling het gekristalliseerde zuur. Omtrent de aanwending van salpeter bij het inzouten van vleesch en in cervelaatworst wordt door Prof. Artus be- ; richt, dat hem onlangs dooreen geneesheer eene cervelaatworst tot onderzoek werd gezonden , na wier gebruik deze telkens ongesteld was geworden. De worst was zeer mooi rood van voorkomen, maar bij het onderzoek bleek j hem , dat zij zulk eene aanzienlijke hoeveelheid salpeter j bevatte, dat het onpasselijk worden ua haar herhaald j gebruik geene verwondering geven kon. De aanwending van salpeter bij het inzouten zal vol- j gens Artus daarop berusten , dat de salpeterzure zouten | als zeer rijk aan zuurstof, op het bloed en op de bloed- i cellen in het vleesch dezelfde werking uitoefenen als de zuurstof bij het ademhalen , waardoor een overgang j van aderlijk in slagaderlijk bloed plaats heeft. Aldus heeft de salpeter hier slechts ten doel de vleeschwaren een beter voorkomen te geven. Daartoe voldoet echter eene hoeveelheid van 6 ned. looden op 1 centenaar vleesch • en op deze wijze kan de behandeling van salpeter geen j nadeel aan de gezondheid toebrengen , het vleesch heeft i geen zouten smaak en een schoon voorkomen. Zeer na- j deelig is echter eene onvoorzichtige inzouting met j ' 'salpeter, zooals zulks bijv. veel op het land geschiedt, ; ' alwaar men bij het inzouten van vleesch enz. voor één varken soms 3/g tot y2 kilo gebruikt. Op deze wi/ze 1 zal het vleesch eene schadelijke werking op de gezond- 1 heid uitoefenen. (Aanzienlijk is waarlijk de hoeveelheid 1 salpeter , die tip sommige plaatsen inde apotheken voor 1 dit doel wordt afgeleverd.) Het klonteren van het ioodglid bij de bereiding van emplastrum plumhi heeft ten gevolge , dat een gedeelte loodgild onopgelost blijft en met moeite uit de pleister verwijderd wordt. Om dit klonteren te verhoeden geeft A. Graf de volgende methode aan. Men wrijft het gepraepareerde loodglid met een gedeelte der boomolie, die men gebruiken wil (op 1 deel loodglid 3 deelen '

i boomolie) tot een fijnen brij, op gelijke wijze als men verf tot aanstrijken wrijft. Men brengt dezen brij inde lieetgemaakte olie of vet of bet mengsel van beide en kookt als gewoonlijk onder bijvoeging van weinig water. Eenige voorzichtigheid is volgens Graf noodig bij het inbrengeu van de brijachtige massa inde heete olie, dewijl deze lichtelijk spat, zoodat hij aanraadt daarbij handschoenen aan te trekken. Het aanwijzen der hoeveelheid chinine in artsenijen is een vraagstuk, dat volgens onderzoekingen van Prof. Landerer inde praktijk met groote zwarigheden gepaard gaat. Is de chinine in eeue raixtura opgelost, dan zou men haar door middel van ammonia of tannine kunnen praecipiteeren en voluraetrisch bepalen. In pillen en poeders , in electuariën met extracten, ijzerzouten, kinapoeder, ook in clysmata met vitell. ovi of in zalven is de juiste bepaling bijna ondoenlijk. Het vraagstuk is j hoogst belangrijk en reeds meermalen op het tapijt gebracht; de eer van den apotheker hangt van dergelijke onderzoekingen af; wij meenen zelfs dat er wel eens | uitspraak gedaan is van het aanwijzen eener zekere hoeveelheid chinine in pillen. Weet een onzer geachte le| zers ook een tamelijk eenvoudigen en zekeren weg, die tot het voorgestelde doel kan leiden ? Dr. Hüseman’s „Bericht über die Leistungen in der Pharmakodynamik und Toxicologie in Canstatt’s Jahresbericht” bevat 3 gevallen vaneen langdurig gebruik van groote giften morphine en opium. Een metselaar, die aan eene chronische maagziekte leed, nam tot pijnstilling 34 grein morphine dagelijks gedurende omstreeks 3 jaren en gebruikte ineen nauwkeurig gecontroleerd tijdperk van 323 dagen niet minder dan 1333 grein morphine. Een predikant gebruikte tegen chronisch rheuroatisme 11 jaren lang opiumpraeparaten; eerst kleine doses opiuratinctuur, 6 droppels, later 10, na 14 dagen 15 en na eenige maanden 20 droppels bij het naar bed gaan; in het volgende jaar bij dag en wel Smaal daags % drachme, inde volgende jaren tot op 1 once dagelijks stijgende ; 3 jaar vóór zijn dood opium in substantie, eerst dagelijks 18, later 120 tot 160 grein per dag; iy2 jaar later morphine en wel van den beginne aan 7 grein alle 9 uren, vervolgens eenige maanden 27 grein in 24 uren. Eerst nu vertoonden zich verschijnselen van vergiftiging, ten gevolge waarvan men beproefde de schrikwekkende hoeveelheid morphium te verminderen, maarde patiënt kon het niet uithouden en het colchicine, op prof. Skoda’s raad genomen, had geene uitwerking. Eindelijk ontzegde ook de morphine haar dienst en zelfs 45 grein in 34 uren verschaften geene rust; ten laatste kon chinine den dood ex marasmo niet tegenhouden. (Ook ons en zeker meerderen onzer collega’s zijn voorbeelden bekend van het langdurig gebruik van groote hoeveelheden morphine, waaraan de patiënten als aan sterken drank gewoon raken.) Voor het bepalen van druivensuiker in urine slaat Beiv gerou den volgenden weg in. Hij bezigt twee kleine