is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 3, 1866-1867, no 6, 10-06-1866

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-- onder den nkam van kreosoot inden handel was ge-J bracht, voor ;echt kreosoot, dewijl in therapeutisch opdicht geen onderscheid werd gevonden. Gorup-Besanez 'gaf zich veel moeite, het verschil tusschen het kreosoot en :'het -phenylzuur te bewijzen, ten gevolge waarvan lang eene groote onzekerheid heeft geheerscht over de nauwe verwantschap tusschen het kreosoot en het phe-

nylzuur. Hij vond overeenstemmende eigenschappen tusschen beide lichamen, alleen had het kreosoot een hooger kookpunt en men kon het niet in kristallen verkrijgen. Als een wezenlijk onderscheid wees hij de reactie aan met ijzerchloride, waarmede kreosoot eene geelbruine, het phenylzuur eene blauwe kleur zou vóórtbrengen. Eindelijk kon hij verbindingen van het kreosoot met potassa of soda bereiden, die niet kristalliseerden, terwijl zulks daarentegen met het phenylzuur gemakkelijk plaats greep. Ook verkreeg hij door het kreosoot te chlorideeren (met chloor te substitueeren) een kristallijn geel lichaam (liexachloorxylon), met phenylzuur echter onder dezelfde omstandigheden chlooranil. Het kreosoot, door Hlasiwetz verkregen en door hem ook onder de producten der droge destillatie van het guajakhout aangetroffen, schijnt het kreosoot te zijn , zooals het Reichenhach het eerst bereidde, hetwelk echter nooit inden handel kwam. Het praeparaat van Hlasiwetz had een reuk, die aan perubalsem herinnerde. De potassa-* en soda verbindingen van dit kreosoot konden gekristalliseerd verkregen worden. Dr. A. E. W. Hoffmann bewijst inden laatsten tijd de identiteit van het phenylzuur met het kreosoot van Reichenbach of het kreosoot uit beukenhoutteer, hetwelk hij slechts voor een onzuiver phenylzuur houdt. Dewijl het phenylzuur door het geringste watergehalte verhinderd wordt te kristalliseeren, voegde Hoffmann bij het kreosoot uit beukenhoutteer watervrij chloorcalcium en veranderde het bij eene lage temperatuur in kristallen. Yerder verkreeg hij eene kristallijne verbinding van het kreosoot met potassa. De blauwe kleur-reactie van het i phenylzuur met ijzerchloride vond hij slechts bij het zuivere phenylzuur. Met onzuiver phenylzuur verkreeg hij eveneens slechts eene geelbruine kleur, daarentegen vond hij bij verschillende soorten van beukenhoutteerkreosoot nu eens eene voorbijgaande blauwe dan weder dadelyk eene gele kleur. Door substitutie met chloor verkreeg hij uit het kreosoot eene gele kristallijne verbinding van de formule van het chlooranil (Cl2Cl4Ot). Daarentegen houdt hij het door chloor gesubstitueerd lichaam, dat Gorup-Besanez uit het kreosoot verkreeg en hexachloorxylon noemde, voor een mengsel van chlooranil met bi- en trichloorphenylzuur, ontstaan door eene niet genoegzame inwerking van het chloor op het kreosoot. Is phenylzuur en kreosoot volgens Hoffmann identisch en het kreosoot uit beukenhoutteer slechts onzuiver phenylzuur, dan behoeven de apothekers niet meer zoo nauwgezet op het leveren van echt kreosoot tegen een hoogen prijs aan te dringen , maar het veel goedkooper

phenylzuur kan door hen gerust tot therapeutisch gebruik worden afgeleverd. DECOCTUM TAMAEINDOEUM. In sommige apotheken wordt decoctum tamarindorum helder, in andere troebel met de pulpa afgeleverd, ja soms zelfs de pulpa opzettelijk door zeef of doek bij I het coleeren gedreven. Hoedanig moet een decoctum : tamarindorum zijn? I Wij meenen, dat het helder moet zijn. Welk toch i zijnde werkzame bestanddeelen ? Immers wijnsteen, 1 maar voornamelijk vrij wijnsteenzuur. Bij de behande| ling met water wordt dit opgelost en de uitgekooktë pulpa heeft dus haar werkzaam bestanddeel aan het water afgegeven. Het best, dunkt ons, de tamarinde omsteeks 5 minuten te koken, alsdan door eene zeef of doek zonder drukking te coleeren, de colatura te laten bezinken en vervolgens helder af te gieten. Het veel meer oogenlijk decoctum houdt dan de werkzame bestanddeelen opgelost. NAPOLEON I, NAPOLEON 111 EN DE GALVANISCHE ELECTEICITEIT. Ineen rapport van den Pranschen scheikundige Dumas aan den Senaat over het ten tweeden male aanbieden van een prijs van 50,000 franc voor eene nieuwe economische toepassing der kolom van Volta, deelt hij de volgende bijzonderheden mede over de bemoeiingen der twee Pranj' sche keizers omtrent de galvanische electriciteit. Napoleon I stelde van den beginne het levendigs! belang in het eerste galvanische instrument, dat Volta onder de oogen van het Instituut bracht. Hij woonde alle zittingen bij, waarin de kolom van Volta werd vertoond en besproken. Op zijn last werden den uitvinder een gouden medaille en 6000 franc uitgereikt; verder werden door hem jaarlijks 8000 franc toegewezen aan den vinder der beste galvanische proef; en eindelijk 60,000 franc volgens zijn schrijven „aan dengenen, die „door zijne ontdekkingen en proeven de electriciteit en „het galvanisme zooveel schreden vooruit doet gaan „als Franklin en Volta deze wetenschappen hebben ge„daan; mijn bepaald doel is, zoo schreef hij, de „aandacht der natuurkundigen op dit gedeelte der phy„sica te vestigen, hetwelk, naar mijn oordeel, de weg „is tot groote ontdekkingen.” Napoleon 111 schreef reeds vanuit zijne gevangenschap te Ham een brief aan Arago, waarin hij de leer ontwikkelde , dat de galvanische werkingen niet aan contact zijn toe te schrijven, maar het resultaat eener scheikundige werking dooreen der metalen opgewekt. Als keizer bleef hij zijne belangstelling inde galvanische werkingen betoenen. Staande tegenover eene wetenschap, die reeds ver vooruit Ivas gestreefd en eclatante proeven had geleverd, wendde hij zich tot de practijk en vroeg nieuwe toepassingen. Den 23 Februari 1852 werd door hem een prijs van 50,000 franc uitgeschreven voor de beste toepassing der kolom. De eerst bepaalde tijd van 5 jaren werd in 1858 verlengd en in 1864