is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 3, 1866-1867, no 13, 29-07-1866

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ker slagen al dichter ea dichter vallen en die menig slachtoffer eischt; aan den anderen kant heeft die ziekte aeue speculatie in het- leven geroepen , waarover velen

reden hebben zich te verblijden , en geen wonder zij brengt voordeel aan. Cholera-pillen , zalven , poeders , pleisters worden alom geannonceerd en verkocht, terwijl aan het hoofd van die schaar van panacea de drank van Dr. Bleeker prijkt. Het is niet onze bedoeling, noch minder zijn wij bevoegd een oordeel te vellen over de therapeutische waarde van dat middel'; vreemd komt het ons echter voor, dat H. H. Medici , voor zoo ver zy ons inde stad onzer inwoning bekend zijn, weinig ingenomenheid met dien drank aan den dag leggen, terwijl wij te veel optimist zijnde oorzaak hiervan in eene „jalousie de métier” te zoeken, die althans in dezen kommervollen tijd misplaatst zou zijn. Ook de bevoegde autoriteit, waaronder wij hen verstaan, die van regeeringswege zijn aangesteld, om voor den gezondheidstoestand des volks te waken, recommandeert iets dergelijks niet; naar onze meening , omdat zij vertrouwt op het gezond verstand van het publiek, dat bij wezenlijke behoefte aan geneeskundige hulp, zich wel tot een geneesheer zal wenden , wiens voorschriften moeten gedetermineerd worden, als ik ’t zoo noemen mag, door den toestand, waarin zich zijne patiënten , op het oogenblik , dat hij die bezoekt, bevinden. Nog eens : wij willen geen oordeel vellen over de waarde van dien drank als zoodanig; hij bestaat, het voorschrift is schier algemeen bekend en anders inde „Wenken voor allen” voor een ieder te vinden. De kwestie, die ons hier bezig dient te houden, is: „iu hoeverre heeft een Apotheker het recht dat middel af te leveren f” De wet verleent hem daartoe de vrijheid; buiten kijf is hij gerechtigd tot den verkoop vaneen geneesmiddel, waarvan de samenstelling bekend en het voorschrift geleverd is dooreen Nederlandsch geneeskundige, bevoegd tot het schrijven van recepten. Wij willen ook niet gaan ohioaneeren over dat bagatel vin. opii arom., dat over eene zoo groote hoeveelheid vocht verdeeld, geen groot bezwaar zal opleveren. Maar wanneer men zich op het standpunt plaatst door den Heer Y. Z. in No. 11 ingenomen, dan, geloof ik, komt men ineen pijnlijk dilemma. Wanneer men, zooals hij , rond voor de waarheid uitkomt, dat men de waarde van den drank, als de cholera niet kunnende genezen , in twijfel trekt, evenzeer als zijne geschiktheid om als voorbehoedmiddel te kunnen dienen, en daaraan hoogstens eene calmeerende werking (toch zeker in exceptioneele gevallen?) toeschrijft, geldt het dan niet: „to be or not to be”, het kiezen tussohen eerlijk zijn en het specuteeren op het goed vertrouwen der geloovende massa van den anderen kant? Het argument, dat de geachte redactie aanvoert, door te zeggen , dat het meerendeel van hare collega’s er evenzoo over denkt, als de Heer Y. Z. en dat dientengevolge een duizendtal choleradranken uit de apotheken

werden afgeleverd, is naar onze meening niet verdedigbaar. Wie zijn par excellentie bevoegd de ziekte te behandelen? Toch zeker de geneeskundigen, die, hoewel naar hunne eigene bewering de cholera nog niet kennende, haar toch bij benadering kunnen beoordeelen. Maar het publiek praotiseert, daarin voorgelicht door Dr. Bleeker, die uit de verte met zijn recept eene menigte menschen behandelt, welk hij voor het grootste gedeelte niet kent, en derhalve ook niet kan beoordeelen, in hoeverre zijn middel hun dienstig is. Zijn wij scrupuleus en overdrijven wijde zaak, wanneer wij beweeren, dat de beweerde drank in handen van onkundigen een gevaarlijk wapen is? Allen gebruiken er van, jong en oud; „men wil wat in huis hebben’’ zoo luidt het gewone gezegde en de drank wordt zeer dikwijls toegediend in gevallen, die eene geheel tegenovergestelde behandeling vereisohten. En de Apotheker ? Hij werkt die manie, want het is eene manie, inde hand en wordt aan den eenen kant gedreven door de goede bedoeling de ramp te helpen lenigen, aan den anderen door de begeerte naar de niet onaardige winst, die de exploitatie van Dr. Bleeker’s middel oplevert. —■ Jammer is het, dat die goede bedoeling van sommige pharmaceuten, als het ware overstemd wordt door de schandelijke hebzucht van andere, die den drank aan de goede gemeente opdritigen. (De uitdrukking is niet te kras, wanneer wij hier bijvoegen, dat ons dit van eene zeer geloofwaardige zijde werd medegedeeld). Neen , is men bezield door de edele begeerte hulp te verleenen , men wachte dan , tot het toeval ons een ernstig cholerageval tegemoet voert ; wanneer men dan het eigenbelang en de vrees voor de wet op zijde schuift , om zich uitsluitend te laten beheersohen door beginselen van ware humaniteit, dan zal men ineen dergelijk geval een afdoend middel toedienen en misschien eenig wetsartikel overtreden , maar tevens eene daad verricht hebben , die door de consciëntie wordt gerechtvaardigd. Mag men daarop hopen bij de aflevering vaneen middel, waarvan men de waarde in twijfel trekt en dat men bij konsekwente redeneering moet afkeuren ? Dit, Mijnheer de Redacteur ! wenschte ik den Heer Y. Z. in bedenking te geven. Met de meeste hoogachting Amsterdam 33 Juli CJw dienstw. dienaar THIEME. De Redactie merkt den Heer ï. op, dat zij enkel haar oordeel over de wettigheid der aflevering van Bleèker’s drank heeft uitgesproken en het oordeel over de waarde voor rekening van ï. Z. heeft gelaten. Wat eerlijkheid en consciëntie aangaat, wij meenen, dat een apotheker bij de aflevering vaneen geneesmiddel slechts voor een deugdelijk en goed bereid middel behoeft te zorgen, maar dat het verder zijne zaak niet is te onderzoeken , of en waarvoor het helpen zal. Bovendien is het geen geheimmiddel, dat hij inden drank van Bleeker „exploiteert.”