Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i/2 drachm. caryophylli en 15 grein sulphas ferrosns met 2 drachmen gedestilleerd water aan te mengen, en alsdan met 5 drachmen spir. vini. rectificatiss. te vermengen en 1 2 dagen te macereeren. De inenting met quassiae is reeds voor eenigen tijd door Dr. Honigberger te Calcutta als een krachtig prae-

servatief tegen cholera aanbevolen. Dr. Brand vermeldt, dat hij 600 personen met bovengenoemde vloeistof heeft ingeënt, waarvan wel vele aan diarrhee en braken zijn ziek geworden, maar geen enkele aan cholera. De inenting geschiedt door met een lancet of pennemes, ook met eene naald , de opperhuid aan de binnenste zijde van den voorarm ter lengte vaneen paar ned. duimen op 2 tot 3 plaatsen even open te maken en inde kleine wonden I—2 droppels der vloeistof te droppelen en te laten indrogen. Zoolang de epidemie duurt, moet deze methode alle 8 dagen herhaald worden. De Pharm. Zeitung bevat eene waarschuwing tegen het gebruik van ünguentum neapolitanum tegen ongedierte bjj het vee. Er zijn veelvuldige ziektegevallen van het vee, zelfs met doodelijken uitgang , voorgekomen na het gebruik der onvermengde dusgenaamde ruiterzalf. Onschadelijk werkt eene zalf uit 1 deel oleum animale en 8 deelen groene zeep. Wil men het unguentum neapolitanum blijven bezigen, dan moet men het lo—2o voudige hoeveelheid gesmolten vet vermengen. Schrjjfinkt uit anilineblauw. Men lost 8 deelen in water oplosbaar anilineblauw benevens 0,5 deel anilinerood (fuchsine) in eene kolf onder verwarming op ineen mengsel van 30 deelen glycerine en 500 deelen gedestilleerd water en filtreert. Door bijvoeging van eenige suiker verkrijgt men een goeden copiëerinkt. Deze inkt vertoont zich bij het lamplicht zwart, vloeit gemakkeljjk uit de pen, tast de stalen pennen niet aan , en kan , ingedroogd zijnde , weder volkomen opgelost worden, door er slechts eenig water bij te voegen. In Wittstein’s Vierteljahresschrift wordt weder de aandacht gevestigd op gewonen zwarten schrijfinkt, als een uitstekend middel tegen verbrandingen , dat reeds voor zeer langen tijd als zoodanig bekend was. Men bestrijkt daarmede het verbrande deel, laat drogen en zal ondervinden, dat niet slechts de pijn spoedig verdwijnt, maar zelf niet eens eene blaar ontstaat. Bij hevige verbrandingen herhaalt men de bestrijking met inkt, nadat de eerste gedroogd is , nog een paar malen. V ersclieidenlieden. Tengevolge eener opmerking van den Engelschen geneesheer, Dr. Salibury, omtrent den invloed der lagere algen op het ontstaan van intermitteerende koorts, deelt Dr. Hannon, Prof. inde botanie aan de Universiteit te Brussel, zijne eigene ondervinding in'deze zaak mede. Hannon verhaalt, dat tijdens zijn studietijd aan de Universiteit te Luik in 1843 Prof. Ch. Morren hem zoodanig had opgewonden voor de physiologische studie der zoet-Water-algen, dat bij de vensters zijner slaapkamer had bezet

met schotels gevuld met Vaucherien , Conferven , Zygnemen, Oscillatoriën enz. Morren had hem dikwijls gewaarschuwd „voorzichtig te zijn op het tijdstip , der fructificatie van de „algen, want dat de sporen der algen de intermitteerende „koorts veroorzaken, gelijk hij het zelf telkens had on„dervonden, als hij zich in dien tijd met hare nauwkeuri„ge waarneming bezig hield.” Hannon sloeg echter den raad inden wind, temeer daar hij zijne algen in zuiver water kweekte en niet in het water der moerassen, alwaar hij ze verzameld had. Ten tijde der fructificatie van de algen moest hij tot zijne schade de waarheid der woorden van zijn leermeester ondervinden. Hij kreeg intermitteerende koorts, die zes weken aanhield. (Cosmos). Papillon heeft het lloedalhumine van choleratijden onderzocht en bevonden , dat het zeer veel in eigenschappen van gewoon bloedalbumine verschilt'. Het zwelt zelfs na 4 dagen niet in water op, is slechts bij verhitting oplosbaar in potassa- en sodaloog , geeft bij verhitting met zoutzuur eene bleekviolette oplossing, ontleedt niet een mengsel van salpeterzuur en zwavelzuur en wordt door geconcentreerd zwavelzuur slechts langzaam verkoold, verschijnsels alle tegenovergesteld aan die, welke bij gewoon bloedalbumine worden waargenomen!. Door de scheikundige verandering, die het bloedalbumine bij choleralijders heeft ondergaan , zal zijne omzetting bemoeilijkt worden , benevens zijne deelneming aan de gedurige vernieuwing, die de voornaamste voorwaarde bij alle organische processen van het levende lichaam is. Het bloedalbumine kan niet meer verbonden blijven met het water, dat het vloeibaar houdt, het wordt meer en meer vast en het afgescheiden water door overmatige stoelgangen weggevoerd. De verdikking van het bloed maakt vooreerst den bloedsomloop trager, dan de bloedvorming, de voeding en eindelijk elke soort van physiologische activiteit. Papillon meent dus het verloop der cholera en de verschijnsels , die deze ziekte vergezellen, uit eene modificatie van het bloedalbumine te kunnen afleiden. Eeinard en Grandeau hebben voor een paar jaar gewezen op het verschil in werking van potassazouten in tegenoverstelling van sodazouten op het dierlijke lichaam. Bij inspuiting inde slagader waren 3 grein vaneen potassazout voldoende om een konijn, 15 grein om een hond te dooden. Een sodazout driemaal sterker aangewend gaf slechts aanleiding tot een algemeen onwelzijn. Dit verschil in werking is verklaarbaar uit de verschillende plaatsen , alwaar zich de potassa- en sodazouten in het bloed bevinden. Terwijl de bloedlichaampjes of bloedcellen rijk aan potassazouten zijn, worden de sodazouten voor het grootste gedeelte in het serum of de wei aangetroffen. Uit de analysen von Schmidt is gebleken , dat in typhus en cholera de hoeveelheid potassa in het serum vermeerdert en Garrod heeft waargenomen, dat eenige potassazouten met organische zuren met gunstig gevolg worden aangewend bij scorbutieke aandoeningen, waarbij waarschijnlijk de hoeveelheid potassa in het bloed te gering is, Bij

Sluiten