is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 3, 1866-1867, no 19, 09-09-1866

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeepen, formule van alcohol, bestanddeelen van chinine, quaternaire en ternaire alcaloïden. N°. 2. (Prof.- van der Boon Mesch). Het aanwijzen van organische in anorganische lichamen, invloed van salpeterzuur en zwavelzuur op sommige organische lichamen , verdeeling der organische lichamen, afscheiding der kina-alcaloïden , koolhydraten, reactie op druivensuiker, gisting, alcohol en radicaal, aether, azijnzuur, aldehyde.

No. 1. Botanie. (Prof. Oudemans). De kleinste deeltjes waaruit eene plant bestaat, beschrijving der cel, celwand, inhoud van de cel, weefsels, opperhuid, spleetopeningen , opname van koolzuur , samengestelde organen der plant, bladstand , cyclus , voorstelling door breuken, soorten van bladen, verschil tusschen enkelvoudige en samengestelde bladen met voorbeelden, onderscheid tusschen wortel en stengel, plaatsing der meeldraden en stampers, bevruchting, eitjes, beschrijving van eenige levende planten , flos completus , inferus , superus. N°. 2. Verdeeling in phanerogamen en cryptogamen , vaatplanten, gy mnospermia , structuur der vaten ea cellen inde verschillende lagen vaneen boom, inflorescentia. N°. 1. Mineralogie. (Prof. v.d. Boon Mesch). Verdeeling der mineralen in enkelvoudige en samengestelde met voorbeelden , trachiet, onderscheid tusschen geologie, geognosie en mineralogie, kenmerken bij het onderscheiden der mineralen , kristalvormen , hardheid der mineralen, uitwendige kenmerken der mineralen, eleotrische eigenschappen, primitieve vormen der kristallen, voorkomen van het gedegen ijzer, scheikundig onderzoek der mineralen , blaasbuis, reagentiën daarbij gebruikelijk, oxydatie- en reductievlam, voorkomen van het tin inde natuur. N°. 2. Onderscheid tusschen graniet en gneis , kristalvormen , breuk der mineralen , korund , scheikundige eigenschappen der mineralen , gebruik van nitras cobaltosus bij de blaasbuis, enkelvoudige en samengestelde mineralen , ertsen , zwavelmetalen , seleniummetalen , silicaten , topaas , agaat, veldspaat, porseleinaarde , kaolijn, edelgesteenten vroeger in geneeskundig gebruik, voorkomen van arsenik inde natuur, zwavelarsenik, zwavelantimoon, afscheiding der metalen uit ertsen , gebruik van kalk en kiezelzuur. N°. 1. Zoölogie (Prof. Oudemans). Verdeeling der dieren, eenhoevige, tweehoevige en veelhoevige met voorbeelden, knaagdieren, herkauwende dieren (het gebit uitvoerig), dein de Pharmacopoea voorkomende , gelede dieren , hun lichaam, bloed en ademhalingswerktuigen, onderscheid tusschen kieuw en long , verschil tusschen vlieg en spin, de coleoptera en hemiptera , metamorphose, insecten zonder vleugels. N°. 2. Dierlijke voortbrengsels uit de Pharm. Neerl., levertraan, vermenigvuldiging der visschen, hart der zoogdieren , belangrijke inde geneeskunst, het hert, herkauwende dieren , kreeftsoogen , bloedzuigers , bever , muskusdier, spaansche vlieg, deelen vaneen insect, mondstelsel vaneen tor, cochenille, vischlijm.

De candidaat, die aan het mondelijk examen had voldaan , kreeg de schriftelijke opgave : „Wat nemen planten uit lucht en grond op, hoe verwerken zij het en wat geven zij aan grond en lucht terug ?” Set practisch examen bestond in het kennen van eenige simplicia en inde bereiding vaneen paar recepten , waarbij toepasselijke vragen gedaan werden. 20 Candidaten hadden verzocht om tot het examen te worden toegelaten , 4 hebben zich teruggetrokken , 1 is overleden. Van de 15 geëxamineerde hebben, helaas , slechts 3 de acte van hulpapotheker kunnen verkrijgen. Niettegenstaande de examinatoren met de meeste bereidvaardigheid, om op den weg te helpen , waren bezield, werd, naar ons gemeld wordt, op vele vragen bijna geen antwoord of een , dat beneden het middelmatige was , gegeven. DE AL OP NIET SCHADELIJKHEID VAN HET IJZERVITRIOOL ALS DESINFECTEEKEND MIDDEL AANGEWEND, BIJ MESTSTOFFEN. Bij de veelvuldige aanwending van het ijzervitriool tot desinfectie der sekreetputten, doet zich de vraag voor of het ook schadelijk is voor de excrementen, wanneer deze als meststof worden aangewend. Wel is waar heeft men bevonden , dat vruchtboomen op een ondergrond , die ijzeroxydulehoudende klei bevat, niet gedijen , maar aan den anderen kant heeft Dubreuil in België bewezen, dat eene matige aanwending van ijzervitriool, bijv. begieting met eene oplossing van lx/2 deel ijzervitriool in 1000 deelen water den plantengroei bevordert. Nog gunstiger zal het ijzervitriool werken , indien het met de faeces is vermengd, dewijl het door de ammoniakale faeces wordt ontleed, waarbij onder het opnemen van zuurstof basisch zwavelzuur ijzeroxyde wordt gevormd, terwijl het vrij geworden zwavelzuur zich deels met de aanwezige vaste alcaliën , deels met het ammoniakgas verbindt. Het eenige, dat schadelijk zou kunnen werken, is het zwavelijzer, hetwelk door het zwavelwaterstofgas der excrementen gevormd wordt; maar door het blootleggen van den mest aan de lucht wordt het in zwavelzuur ijzeroxydule overgebracht. Door de desinfectie der faeces met ijzervitriool wordt hare waarde als meststof eer verhoogd dan verminderd. DE VORMING VAN HET ENGELSCHE ZWAVELZUUR. Overeenkomstig de theorie van Peligot wordt bijna algemeen aangenomen , dat de vorming van het Engelsche zwavelzuur door de volgende formulen kan worden voorgesteld : 1. Overgang van zwaveligzuur door salpeterzuur in zwavelzuur, terwijl ondersalpeterzuur vrij wordt: SOj —f- NOs SO3 *1“ NO4. 2. Overgang van ondersalpeterzuur door waterdamp in salpeterzuur en stikstofoxyde : 3N04 + 2HO = 2(N05,H0) + N02, 3. Overgang van stikstofoxyde door de zuurstof der dampkringslucht in ondersalpeterzuur: NOj + 20 = NO*.