Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

: Pharmaceutisch Weekblad

VOOR NEDERLAND. ONDER REDACTIE VAN E. J. OPWIJEDA, Apotheker te Nijmegen.

liet Pharmaceutisch Weekblad wordt eiken Zaterdag uitgegeven hij den Boekhandelaar D. B. CENTEN te Amsterdam. Prijs per jaargang , franco per post, ƒ4,50. Alle stukken, welke men in dit Blad ivenscht opgenomen te zien, gelieve men franco in te zenden aan den Bedacteur, onmiddellijk of onder couvert van den Uitgever, uiterlijk vóór Woensdag te Amsterdam of vóór Donderdag te Nijmegen. Prijs der advertentiën: Van I tot 6 Regels f\.—, elke regel meer 15 Cis., behalve het zegelrecht.

Jaargang.

ZOJVDAG , 28 October 1866.

Hf". S6.

Uittreksels uit het Verslag van het natuurkundig examen voor aanstaande geneeskundigen. Wij meenden aan onze lezers, vooral aan onze aanstaande hulp-apothekers, genoegen te doen, uit het Verslag der Commissie, belast geweest met het afnemen van het natuurkundig examen volgens art. 4 van Wet II voor aanstaande geneeskundigen, opgenomen inde Staatscourant van 18 October, die gedeelten over te nemen, handelende over de natuurwetenschappen, welke ook bij het hulp-apothekers-examen vereischt worden, namelijk, natuurkunde , scheikunde , plantkunde, natuurlijke geschiedenis der dieren en delfstoffen, benevens de kennis der geneesmiddelen als waren, terwijl wij anatomie en phy. sologie achterwege laten. De uitslag van dit examen is even als die van het hulp apothekers-examen zeer ongunstig geweest. Br hadden zich 29 candidaten aangemeld, waarvan zich 7 vóór den aan vang en 3 kort na het begin van het examen terugtrokken. Yan de 17 candidaten, die er aan deelnamen, kon slechts aan 5 het diploma worden uitgereikt. Op het gebied der natuurkunde heeft men getracht de vragen zoo in te rigten, dat uit de antwoorden kon blijken, in hoe verre de examinandi eene juiste voorstelling hadden van de voornaamste verschijnselen en bekend waren zoowel met de wetten , waaraan ze onderworpen zijn , als met de wijzen , waarop men ze tracht te verklaren. Ook heeft men de examinandi inde gelegenheid gesteld aan te toonen, dat zij eenig begrip hadden van de methoden van onderzoek, door welke men tot de kennis der voornaamste natuurkundige wetten gekomen is. Alleen omtrent die deelen der wetenschap, welke ineen naauwer verband staan met de physiologie of de gezondheidsleer, heeft men gemeend in meerdere bijzonderheden te kunnen treden. Bij het schriftelijk gedeelte van het examen inde natuurkunde zijnde volgende vragen opgegeven.

1. Waarvan hangen af de hoogte, de klank en de intensiteit vaneen toon ? Hoe kan men het vibratiegetal vaneen toon bepalen ? 2. Gegeven zijnde een convergerende lens, waarvan de hoofdbrandpuntswijdte gelijk is aan 5 duimen , zoo vraagt men op welken afstand men een voorwerp moet plaatsen, opdat het wezenlijke beeld vier malen grooter zij dan het voorwerp. Wat verstaat men bij lenzen door sphaerische en chromatische aberratie ? b. Wat verstaat men door dauw? Hoe wordt het ontstaan er van verklaard en hoe heeft men de juistheid dier verklaring aangetoond ? 4. Op welke wijze heeft men proefondervindelijk aangetoond , dat de elektrieke aantrekkingen en afstootingen plaats hebben inde omgekeerde vierkante reden der afstanden ? Welke zijnde verschillende wijzen waarop men geïnduceerde stroomen kan opwekken ? Men heeft zich bij het praktische gedeelte van dit examen bepaald tot het eischen van kennis der voornaamste physische werktuigen. Bij het examen over scheikunde heeft de Commissie veel meer gewigt gehecht aan een juist begrip van scheikundige wetten dan aan zuiver theoretische beschouwingen. Yan daar dat men niet heeft verlangd de kennis der verschillende zienswijzen op het gebied der scheikunde heerschende , maar wel van zulke goed gekende werkingen , die als voorbeeld voor vele andere kunnen gelden. Yerder werd er bijzonder acht geslagen op die stoffen, welker kennis voor de studie der geneeskunde volstrekt onmisbaar is , en op de wijze , waarop ze kunnen worden onderscheiden. Het examen omvatte dus de belangrijkste groepen zoowel van organische als van anorganische stoffen. De op scheikundig gebied ter schriftelijke beantwoording gestelde vragen waren de volgende : 1. Geef eene schets van de verschillende scheikundige werkingen , welke het chloor op organische en anojg>*M nische stoffen met en zonder medewerking va§ uitoefent. 'ir*'

Sluiten