Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vetvrij water het best gelukt ineen niet te groot cilinderglas, waarin men stukjes kamfer, door middel van een mes afgeschraapt, onmiddellijk laat vallen, zonder ze met de hand aan te raken.

Behalve kamfer vertoouen ook benzoëzuur, boterzure baryt, zeepschraapsel, een met aether doortrokken stukje spons, het verschijnsel der rotatie. Naphtaline blijft onbewegelijk op water, maar roteert op kwikzilver. Dewijl de minste hoeveelheid vet de rotatie verhindert, moet men de te bezigen glazen vaten eerst uiterst zorgvuldig schoon maken, hetwelk volgens Nicklès het best o-elukt, door in het glas een waterstraal te leiden, terwijl' aan den anderen kant de vloeistof over den rand vloeit. Daardoor wordt de vetlaag, die zich op de oppervlakte vormt, bestendig en volledig verwijderd en het glas in eenige seconden geheel van vet bevrijd. Deze voorzorgen zijn dan vooral noodzakelijk, indien de proef op het al of niet vetgehalte vaneen water het onderwerp is vaneen gerechtelijk onderzoek, gelijk zulks bij de onderzoekingen van Lightfoot het geval was. Het was hem namelijk bij een proces opgedragen de aanwezigheid te bepalen van eene zeer geringe hoeveelheid vet ineen vijverwater, hetwelk voor de ververij met turksch rood was aangewend. De Eransche geleerde Babinet deelt het volgende merkwaardige verschijnsel van gasontwikkeling mede, hetwelk op zijne aanwijzing door Saint-Claire Deville is onderzocht en juist bevonden. Indien men koud water op gebrande en gemalen koffie giet, zooals men gewoonlijk Gebruikt om met kokend water een koffieaftreksel te bereiden , dan ontwikkelt zich eene aanzienlijkehoeveelh eid gas. Dit gas is waarschijnlijk dampkringslucht, in volume overeenkomende met het volume gebezigd poeder. Indien men eene flesch voor de helft met de gemalen koffie vult en er vervolgens koud water opgiet tot aan de stop . die het gas verhindert te ontwijken, dan ontstaat er eene vrij sterke ontploffing , die de stop verre wegwerpt en zelfs de flesch doet springen, indien de stop vast gesloten is. Het verschijnsel zal toe te schrijven zijn aan het koolgehalte der gebrande koffie, welke kool door hare poreusheid eene groote hoeveelheid lucht heeft geabsorbeerd. De nieuwe bijzonderheid , die door het verschijnsel is aan het licht gebracht, bestaat inde werking van het water, om het poeder te doordringen en het daarin bevatte gas met eene aanmerkelijke kracht te verdringen. Wel wist men , dat het eene gas het andere kan verjagen , maar men had nog niet waargenomen, dat het water of eenig ander vocht haarbuisgewijze indringende ineen spongieus lichaam , doortrokken met lucht, deze met sterke kracht doet ontwijken. Het gehalte aan dampkringslucht in lichtgas, waardoor, gelijk bekend is, een ontplofbaar gasmengsel ontstaan kan, is volgens Lew. Thompson op de volgende eenvoudige wijze te bepalen. Men vermengt in eene Woulffsche flesch eene oplossing van 1 deel watervrij zwavelzuur mangaanoxydule in 2 deelen water met eene op-

lossing van 4 deelen wijnsteenzure potassa-soda (seignettezout) in 6 deelen warm water en giet zooveel bijtende potassa- of sodaloog bij, dat alles na schudding eene heldere oplossing geeft. Vervolgens worden doorboorde kurken, met glazen buizen voorzien, zoo spoedig mogelijk inde halzen gestoken, om de lucht af te sluiten en de eene glazen buis tot juist beneden de oppervlakte der vloeistof gedompeld, de andere slechts even onder de kurk. De zoodanig ingerichte toestel dient, om de aanwezigheid van zuurstofgas in lichtgas te ontdekken, bij men het gas met de snelheid van omstreeks 1 kubieke voet in het uur laat doorstroomen. Indien zuiver lichtgas dporstroomt, blijft de vloeistof helder; indien echter de lucht toegang heeft, of lichtgas, hetwelk met zuurstof of lucht vermengd is, doorstroomt, dan wordt de vloeistof spoedig donkerbruin en eindelijk zwart, doordien het kleurlooze maugaanoxydule-zout door oxydatie bruinzwart oxydehydraat levert. Eigenaardige kleunchakeeringen worden volgens Smith verkregen door chroomzuur loodoxyde (chromaatgeel) met salmiak te verhitten. Door eene verschillende verhouding der bestanddeelen kan de sohakeering zeer variëeren. 5 Deelen chromaatgeel en 1 deel salmiak in een kroes tot roodgloeiens verhit, geven rood, 10 deelen salmiak en 1 deel chromaatgeel tot de kookhitte gebracht , blauw, bij roodgloeihitte groen. Door meerdere wijzigingen der verhouding kan men scharlaken, oranje, bruin, blauw, purper, groen en andere kleuren verkrijgen. Inde nieuwe Pharmacopee Dranpaise komt eene tabel voor, waarin uitdrukkingen, voor het doseer en van geneesmiddelen in gebruik, in gewicht zijn overgebracht, bijv. 1 koffielepel vol (water) = 5 gram; 1 eetlepel = 4 koffielepels = 20 gram; een glas vol = 8 eetlepels = 160 gram; een handvol lijnzaad = 50 gram; een handvol lijnzaadmeel = 100 gram; een prise vol (pugillum of zooveel als tussohen 3 vingers kan gevat worden) lindebloesem, anijszaad enz. = 2 gram; een prise vol armcabloemen 1 feram; I hoenderei, versch gelegd , gemiddeld = 64 gram; het wit vaneen ei gemiddeld r= 40 gram; de dooier gemiddeld = 20 gram; 1 gepelde amandel gemiddeld = 1 gram. (De gram 15,36 grein van ons medicinaal gewicht). De laatste nommers der Bunzlauer Pharmaceutische Zeitung zijn opgevuld met klachten over den ongunstigen toestand der veldapoihekers in het Pruisische leger. Zij hebben het niet hooger dan tot den onderofficiersrang kunnen brengen; althans het dragen van de zilveren „porteepée” is hun niet geoorloofd. (Evenwel zijn aan veldapothekers ridderorden uitgereikt waarvoor de officiersrang wordt vereischt). Het gemis vaneen behoorlijken rang . stelt hen dan ook aan gedurige onaangename en onwaardige behandelingen van de zijde van lagere mili, taire beambten, zooals onderofficieren , bloot, die hen . nog ' beneden zich tellen. Het tractement der veld' apothekers bedraagt 19 Thaler, 25 Silberg. (bijna 35 • gulden) per maand, en toch verlangt de Pruisische

Sluiten