is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 3, 1866-1867, no 34, 23-12-1866

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dordrecht, 17 December 1866. Het Pharmaceutisch Gezelschap: Pharmacia et Concordia alhier gevestigd, heeft met genoegen kennis genomen van uwe mededeeling, voorkomende in het Pharmaceutisch Weekblad voor Nederland van 3 December 1.1. omtrent het voornemen van den Geneeskundigen Eaad van Zuidholland om zijn wensch ter herziening der Pharmaoopoea Neerl. aan de Hooge Eegeering kenbaar te maken.

Lettende op uwe uitnoodiging aan de Collega’s om gezamenlijk stappen te doen tot ondersteuning van dien wensch , zoo heeft het de eer ter uwer kennis te brengen , dat het volgaarne bereid is , zijne adhaesie daaraan te schenken en derhalve gaarne de gelegenheid zal verwachten om het daartoe strekkend adres mede te onderteekenen. Namens het Gezelschap: Pharmacia & Concordia D. Blankenbijl. Voorzitter. S. E. G. Holtzapffel. Secretaris. De staalwijn van Balinscn O'rnaa •• Viel en Co.) te Utrecht. Met en benevens het Utrechtsche Dagblad van Maandag 17 December, inhoudende een uitgebreid inseraat, geteekend door: „Een vriend der waarheid,” ontvingen wij particuliere berichten uit de Bisschopstad, uitdrukkende eene diepe verontwaardiging over eene industrie, die aldaar door eene gunstig bekende pharmaceutische firma geëxploiteerd en door gevierde geleerde en hooggeleerde namen, waaronder leden van den geneeskundigen Baad, gesteund wordt. Zij betreft den verkoop vaneen staalwijn door de heeren Bahnsen (firma J. Viel en Co.), den volke bij grootsprakige annonce aangekondigd, welke door Dr. Broers begeleid is met een artikel over de samenstelling, zijnde volgens opgave eene wijnachtige oplossing van tartras kalico-ferricus ammoniacalis, terwijl Prof. van Goudoever en Dr. Snellen attesten tot aanprijzing hebben afgegeven. De aankondiging (a.) en de attesten (b. en c.) zijn ons, eenigszins gecommentariëerd , overgezonden als volgt: a. Een ligt verteerbaar ijzerpraeparaat van constante zamenstelling was tot heden een groote behoefte inde geneeskundige praktijk, waarin door deze(n) staalwijn voorzien wordt. Zij (Hij) is bijzonder geschikt voor zwakke gestellen , en wordt zonder uitzondering goed verdragen, zelfs bij lang aanhoudend gebruik. Doordien zij (hij) niet zuur , doch volmaakL onzijdig is, worden noch de maag , noch de tanden er door aangedaan , hetgeen met veel andere staalpraeparaten het geval is. Men kan ze (hem) aanwenden in alle die gevallen, waar het gestel versterking noodig heeft, welke versterking men het best verkrijgt, door staal in het bloed te brengen. Dat voor dit doel de vloeibare vorm het (de) geschiktste is , is duidelijk. Men neemt er, naarmate men er meer of minder behoefte aan heeft, 2 a 3 theelepels daags van , met een Weinig witten wijn, madera of water. Vele Doctoren hebben reeds met goed gevolg deze(n) staalwijn aangewend , waarvan een paar verklaringen hier volgen. (HofF nagevolgd !j

h. De ondergeteekende aarzelt niet (? 0 te verklaren , dat hij bij eenige patiënten de(u) staalwijn van de Heeren J. Viel en Cie. met goed gevolg heeft voorgeschreven, dat deze staalwijn éene belangrijke hoeveelheid ijzer bevat, van constante zamenstelliug is , in alle voorgeschreven gevallen goed verdragen wordt en eene(n) niet onaangename(n) smaak heeft. De door de Heeren Viel en Cie. bereide staalwijn is voor geneeskundig gebruik in vele gevallen allezins aan te bevelen.- Utrecht, 3 Sept. 1866. . (was get.) Prof. L. C. van Goudoever. c. De ondergeteekende verklaart gaarne , dat hij staalwijn van de Heeren Viel en Cie. sedert eenige weken met het beste succes aan een groot aantal patiënten heeft voorgesohreven. De staalwijn werd door allen, zonder uitzondering, goed verdragen , de smaak is niet onaangenaam. De gelijke zamenstelling doet deze(n) staalwijn, boven alle andere staaloplossingen , voor geneeskundig gebruik de voorkeur verdienen, zoodat de ondergeteekende hem als zoodanig met overtuiging mag aanbevelen. Utrecht, 28 Aug. 1866. (was get.) Dr. H. Snellen. Tevens ontvingen wijde volgende opmerkingen ; Heeren aankondigers van den staalwijn spreken van constante samenstelling. Het tegendeel is gebleken uit 2 monsters , waarvan het een helder en in kleur niet ongelijk was aan onzen gewonen vinum tartratis kalico-ferrici, het andere troebel, veel gelijkende op een mengsel van vinum amarum met tinctura ferri cydoniata. Het laatstgenoemde monster liet na een dag rust een wit grijs poeder vallen , mogelijk wel cremortart en tartras ferrosus, terwijl aan de kanten een geelaohtig roode aanslag ontstond, die daarna ter bodem zonk (ijzeroxyde). De smaak was flauw samentrekkend, de gebezigde wijn scheen slap en weinig geurig te zijn , er kon zelfs bij het strengste onderzoek geene ammonia ontdekt worden. Hoe kunnen dan een hooggeleerd en een zeer geleerd man, vraagt men, verklaren, dat de staalwijn van Viel en Co. eene belangrijke hoéveelheid ijzer bevat en eene constante samenstelling heeft, waar het tegendeel reeds gebleken is? Wordt elk fleschje door hen onderzocht, voordat het wordt afgeleverd ? , Waaruit blijkt de groote behoefte , waarin deze staalwijn zal voorzien , boven de goed bereide staalwijnen onzer Pharmacopoea, of boven ijzerpraeparaten als bijv. pyrophosphas ferricus citrioo-ammoniacalis ? De geroemde lichte verteerbaarheid vindt tegenspraak inde verklaring van den Engelsehen arts Jones , die aan ijzerpraeparaten met organische zuren volstrekt geen voorkeur geeft. De onzijdige aard van den wijn zal moeten worden toegeschreven aan de bijvoeging eener geringe hoeveelheid ammonia , maarde reden, waarom de staalwijn van Viel en Co. de tanden minder aan zou doen dan andere ijzerpraeparaten , zal wel moeielijk zijn op te geven, want zulks ligt niet in het zuur, maar in het ijzer , waarvoor