Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik blijf thans meer dan ooit bij hetgeen ik vroeger gezegd heb. In dit antwoord beschuldigt de heer van Deinse mij zijne methode verworpen, zonder ze beproefd te hebben.

Dit is echter niet het geval, daar ik reeds vroeger, als defectarius van verschillende apotheken in Duitsohland, beproefd heb het extractum cort. peruv. fusc. door deplaceering te bereiden. Telkens moest ik deze bewerking verwerpen , omdat zij niet aan het doel beantwoordde. Ik moest, om het water kleur- en smaakloos te zien afioopen, eene zeer groote hoeveelheid hiervan gebruiken , zoodat de kosten der uitdamping den prijs van het extract aanmerkelijk verhoogden en het extract zelf door deze langdurige uitdamping in waarde verloor. Hierbij komt nog , dat telkens in het residuum tannas cinchonicüs gevonden werd. "Verder beschuldigt de heer van Deinse mij in het door mij ingezondene uitdrukkingen uit de Pharm. Neerl. gebruikt te hebben, die in deze niet voorkomen. Ik zoude wel gaarne willen weten hoe die heer „mixture lactea” vertaalt. Het woord „onklaar” heb ik tussohen haakjes bijgevoegd, om dit lactea meer bepaald aan te duiden. Deze beschuldiging berust zeker ook op de vooronderstelling van dien heer, dat ik bij het schrijven daarvan niet helder ben geweest, zooals dit hem bij lezing van het door mij ingezondene voorgekomen is. Ik heb inden loop der maand Maart van dit jaar ook nog extract, cort. peruv. fusc, zoowel door deplaceeriug, als door decoctie bereid en wel als volgt; Tien pond cort. peruv. fusc. (loxa) werden, tot grof poeder gebracht zijnde, ineen deplaceertoestel met kokend water behandeld. De kraan bleef open , zoodat het vocht ongehinderd dadelijk afloopen kon , en toch had het afloopende maar eene temperatuur van 65 a 70° Celsius (bijna? kokend volgens den heer v. D.) Ik ging zoolang voort met kokend water op te gieten, tot het geheel kleur- en smaakloos afliep. Het door deze behandeling verkregen infusum bedroeg 96 kan en leverde na uitdamping 2 kilo en 24 medic. oneen nauwelijks 27°/0 vaneen lichtbruin extract, dat in koud water bijna geheel oploste. Het residuum werd gedroogd , een pond er van met water , hetwelk 1% zwavelzuur bevatte , gekookt en na bekoeling uitgeperst, met ammonia gepraecipiteerd, in kokenden alcohol opgelost en nogmaals als vroeger gepraecipiteerd. Dit laatste bezinksel, met aether behandeld , liet224y4 grein droge cinchonine terug. De aangewende aether liet na verdamping x/a grein zuivere chinine terug. Tien pond van denzelfden bast werden driemaal met water gekookt, het vocht liep gemakkelijk en geheel klaar door eenen wollen doek. Hierdoor verkreeg ik een decoctum, hetwelk 57 Va an bedroeg en mij 3 kilo en 3 medio, once 31% van een zeer schoon donkerbruin extract verschafte.

Het gedroogde residuum als vroeger uitgekookt, enz. gaf niet de geringste hoeveelheid alcaloïden. Er blijft nog te onderzoeken, of men door bij de deplaceering waterdamp in plaats van kokend water aan te wenden , geen beter resultaat zal verkrijgen. Oorzaken, die ook aan den heer vau Deinse bekend moeten zijn, gebieden mij, op verdere berichten van dien heer geen achtte geven, maar ik beroep mij op het oordeel vaneen ieder, die extract, cortic. peruv. fusc. èn door koking cn door deplaceering bereid heeft. Met de meeste achting enz. Maastricht 24 Dec. 1866. R. J. L. Sosoepp, Mijnheer de Redacteur / In No. 33 van uw Blad meent de heer S. te A. het van belang voor vele onzer Collega’s den aard en de wijze te leeren kennen der op arithmetische beginselen rustende vermengingsregelen , in alle mogelijke gevallen van toepassing bij de verdunning van alcohol of spiritus vini. Ik ben dit ten volle met hem eens, doch het zij mij vergund op eene dwaling te wijzen en deze op te helderen , ten einde aan zijne goede bedoeling tegemoet te komen. De methode tot berekening der graden (of het spec. gew.), indien men onderscheidene hoeveelheden spiritus van diverse sterkte te vermengen heeft, is eenvoudig en waar; de andere echter is onjuist en kan geen goed resultaat geven. Men moet namelijk niet de graden , die men heeft en die men wenscht, van elkander aftrekken, maarde volumprocenten van beide opzoeken en in elkander deden. Die procenten vindt men aan ’tslot der Pharm. Neerl, pag. 446—448. Stellen we, om bij het voorbeeld van den heer S. te blijven, dat 30 kan spiritus van 30° moeten verdund worden tot 18<>; hoeveel water zal daartoe noodig zijn? Inde tabel der Pharm. Neerl. pag. 441—443 vinden we dat spiritus van 300 een spec. gew. heeft van 0,828, welk spec. gew. overeenkomt met omtrent 92 volumprocenten , (zie pag. 448); ten andere dat spiritus van 18° een spec. gew. he°eft van 0,889 of omtrent 71 volumprocent representeert. Men deelt nu eenvoudig 71 in 92 om de hoeveelheid water te leeren kennen, die gevorderd wordt om spir. van 80° in die van 18° te veranderen ; d.i. men leert hierbij , hoeveel spiritus van 18? verkregen worden kan , als men 1 deel van 30° bezigt. • – 1,296 ; bij 1 deel van 300 is derhalve 0,296 water noodig, of wel op 100 deelen van 300 zijn 29,6 te voegen , want: ■l.2°, *-1- 129,6. 129,6 100 = 29,6. Hoeveel 71 ’ water wordt nu gevorderd voor 30 deelen alcohol van 300 tot verdunning op 180 ? ■3O *9l 38,87. 38,87 —3O – 8,87 , of bijna 9 deelen en niet zooals vermeld was 12 deelen, 100 Deelen alcohol van 800 vorderen 29,6 en niet 40 deelen. Het spreekt van zelf, dat men nu door eenvoudige berekening ook kan weten, welk gehalte spiritus zal

Sluiten