is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 3, 1866-1867, no 38, 20-01-1867

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noemde nadeelen aan de helderheid der vlam in hooge mate vermeerderd.

Bij het voordeel, dat eene zoo koud mogelijke plaatsing van den gasometer aanbiedt, is dus tot vulling eene geschikte vloeistof, die daarbij geen nadeel ondervindt, eene groote noodzakelijkheid. Men heeft deze vloeistof gevonden inde glycerine, zooals reeds voor lang bekend is. Glycerine van 1,133 spec. gewicht bevriest eerst bij 81° tot 34° C. en verdampt zelfs bij eene sterke warmte in zeer geringe mate. Br zijn wel is waar verschillende ondervindingen openbaar gemaakt, alsof de glycerine den gasometer benadeelen en weldra onbruikbaar maken zou , maar dit kan slechts het geval geweest zijn met onzuivere, zuurbevattende glycerine. Neemt men zuivere zuurvrije glycerine, dan wordt de gasometer niet aangedaan, de trommel daarentegen voortdurend met eene op vet gelijkende huid overdekt, waardoor zijn gang vergemakkelijkt wordt. Men neemt dus voor het vullen der gasometers zooveel mogelijk zuivere en geconcentreerde glycerine. Bij verdunning der glycerine met water neemt men wel een gedeelte der nadeelen van het water weg, maar heft ze niet geheel op. Bovendien reiken de onkosten tot de aanschaffing der glycerine voor een tal van jaren. Kümmel te Hildesheim vermeldt in het Journal für' Gasieleuchtung, dat hij reeds sinds 5 jaren 3—400 gasometers, met glycerine gevuld, in werking heeft. Een groot aantal was nu onderzocht, en daarbij aan de trommels volstrekt geen nadeel ondervonden. Slechts twee meters hadden veel geleden, zonder dat er eene oorzaak voor te vinden was. Het eenige ongerief bij de vulling met glycerine bestaat daarin, dat na veeljarig gebruik zich aan den bodem der meters eene dikke, slijmige massa aanzet, die den trommel ten laatste volledig doet stilstaan. Kümmel laat dus de gasometers alle twee jaren uitgieten, het bezinksel uitspoelen en dan opnieuw vullen, waarbij natuurlijk de oude glycerine na bijvoeging eener geringe hoeveelheid nieuwe weder wordt gebruikt. Ook voor de opschuivende gaslampen, die door water worden afgesloten, zou glycerine in plaats van water hoogst aanbevelenswaardig zijn. Men zou daardoor eene veelvuldige aanvulling overbodig maken en eene uitstrooming van het gas voorkomen met den onaangenamen reuk en het gevaar, welke deze vergezellen. De minder geschikte inrichting van vele dezer lampen is echter oorzaak , dat de glycerine hierbij niet zoo algemeen kan worden toegepast. Aan het einde van dit opstel, hoofdzakelijk getrokken uiteen artikel van den mechaniker Petersen , geplaatst inde Industrie-Blatter, maken wij nog met een enkel woord melding vaneen nieuwen zeer eenvoudigen toestel door Prof. Hirzel te Leipzig uitgevonden , om uit ruwe petroleum lichtgas te verkrijgen. Dit gas zal veel goedkooper zijn en het gewone steenkolengas smaal in lichtkracht overtreffen. Vrijwillige ontleding van chloroform. In Hager’s Centralballe worden verschillende gevallen medegedeeld van vrijwillige ontleding van het chloroform uit den handel. Ook ons werd dooreen collega hiervan

voor eenigen tijd bericht gegeven. De glazen stop was met geweld van de flesch gesprongen en er stegen sterke dampen van ohloorwaterstofzuur uit het chloroform. Deze vrijwillige ontleding kan enkel hare oorzaak hebben in een onzuiveren staat van het chloroform. Wij gaven aan onzen collega den raad het chloroform met eene oplossing van koolzure soda en verder met water tot afwassohing te schudden, omdat wij meenden , dat de fout gelegen was in eene onvoldoende afwassohing van het gezonden chloroform, zoodat het nog een vrij chloorgehalte bevatte, en wij vernamen later , dat het chloroform na de door ons aanbevolene afwassohing verder zonder ontleding kon bewaard worden. Hager meent, dat de oorzaak gelegen is in bijmenging van andere chloorverbindingen (chloorsubstituties) met een hooger kookpunt, bijv. het aethylenchlorure: C,,H,,0)5, dat bij 85° 0. kookt, of het tweemaal gechloord aethylenchlorure : C4H2C14, dat bij 102° C. kookt. —Stadler geeft als middel, om het onzuiver chloroform te verbeteren, op, het met een gelijk volumen water te schudden, met potassaloog te neutraliseeren , het chloroform af te zonderen en te rectificeeren , waarbij men het best doet eene gefractioneerde destillatie aan te wenden en slechts die vloeistof als chloroform te verzamelen , welke bij 60—65° C. overgaat. V erscheldenhe den. Als een teeken van den staat der praotische pharmacie in 'Frankrijk dient het volgende feit: Te Parijs is sprake van de oprichting eener vereeniging onder de apothekers dier stad, ten doel hebbende de pectmiëele schaden te dekken, die door de nalatigheid der élèves (zooals aldaar de hulpapothekers en leerlingen heeten) veroorzaakt wordt. Dorvault heeft het eerst dit denkbeeld op het tapijt gebracht. Door de nalatigheid en lichtvaardigheid der élèves vallen gedurig vergissingen voor bij de bereiding der artsenijen. Op de klachten, die daarover bij de rechtbanken worden ingebracht, worden de bezitters der apotheken met vrij groote geldboeten gestraft. Dorvault doet derhalve den voorslag , dat elk lid der vereeniging jaarlijks eene kleine som zal betalen, waaruit aan de apothekers , wie eene veroordeeling tot geldboete treft, deze wordt gerestitueerd. Het kalklicht van Drummond, dat tot heden slechts voor eenige lichttorens werd gebezigd , wordt thans te Parijs in het theater Chatelet bij tooverballetten aangewend. Het kalklicht is niet zoo wit en fraai als het electrische licht, maar veel bestendiger en onafgebroken. Faraday vergelijkt het kalklicht met het licht der planeten, het electrische licht met dat der vaste sterren. Bij glansrijke scènes zijn 16 dezer lampen in gebruik, die op de fraaie decoraties en de van goud en zilver flikkerende oostumes eene werking voortbrengen, welke waarlijk tooverachtig moet zijn. Het aankleven van het lak aan het cachet bij het verzegelen wordt volgens Hager verhinderd door de benedenste oppervlakte met glycerine te bestrijken.