Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Clarke heeft zijne opmerkzaamheid gevestigd op de van zelf ontplofbaarheid van mengsels, die chloorzure potassa bevatten, bijv. van het Bengaalsch vuur (een feit waarvan men bijzonderheden vindt in N°. 30, 31 en 33 van onzen tweeden jaargang en waarop wij in der tijd het publiek opmerkzaam hebben gemaakt). Een mengsel van salpeterzure strontiaan (of baryt), zwavel en chloorzure potassa ontbrandde op eene vochtige plaats reeds na verloop van eenige uren. Eerst verscheen er een geel gas, vervolgens werd de massa op onderscheidene plaatsen vloeibaar, eindelijk werd er gesis vernomen en eene zeer aanzienlijke hoeveelheid gas ontwikkeld, waarna de massa weldra vuur vatte. Eene soortgelijke werking ontstond, en zelfs op eene droge plaats, na bijvoeging van koperoxyde om een purper vuur te verkrijgen. Hij merkte eindelijk op, dat de bijvoeging vaneen weinig zwavelantimoon de van zelf ontplofbaarheid der mengsels, die chloorzure potassa bevatten, het best tegenwerkt.

Met betrekking tot het fachsine als reagens op alcohol in aetherische oliën (zie No. 44 van den Tweeden Jaarg.) deelt professor Dr. Otto te Brunswijk het volgende mede. Otto had van het reagens met genoegen kennis genomen, dewijl hij meende, dat het hem zeer te stade zou kunnen komen bij de inspectie der apotheken , waarmede hij belast was. Hij beproefde het bij Oleum menthae piperitis en Oleum citri. Het reagens werd voortreffelijk bevonden , zuivere oliën bleven volkomen onveranderd. Bij onderzoek op oleum caryophyllorum bleek het echter, dat het op vervalsching dezer olie volstrekt niet kon worden toegepast, want de zuiverste kruidnagelolie lost het fuohsine op en wordt er rood door gekleurd. Onderwerpt men de kruidnagelolie aan eene gefractioneerde of afgebrokene destillatie, dan gedragen zich alle destillaten op dezelfde wijze ; zij lossen fuchsine op. Evenals kruidnagelolie gedroeg zich ook de bitteramandelolie, zoodat ook op haar de proef niet kan worden toegepast. Otto meent eindelijk, dat ook de ouderdom der oliën van invloed kan zijn. Het stikstofoxydulegas wordt in Amerika voortdurend j gebezigd als auaestheticum, De aanwending van dit gas is hierbij niet zonder gevaar, omdat het zoo lichtelijk door het hoogst nadeelige stikstofoxydulegas is verontreinigd. Zwavelammonium wordt door Spencer in het groot bereid dooreen ammoniakzout, zooals zwavelzure ammonia of chloorammonium te vermengen met tweemaal zijn gewicht van het overblijfsel der sodafabrikatie (zwavelcalcium met oxydum calcicum , volgens sommigen verbonden tot oxysulphuretum calcicum) of wel met de kalk der zuiveringsbakken van het lichtgas. Door dit mengsel wordt stoom geleid en de dampen ineen geschikten toestel opgevangen. Hetgeen er overkomt is zuiver zwavelammonium. Het is echter beter bij het mengsel eenig water te voegen. Men drage de meeste zorg voor die buizen, welke de dampen geleiden , want de eerste dampen verdichten zich soms daarin tot eene vaste massa. Het is Spencer gebleken , bij verspreiding van dampen uit eene der I

I buizen , dat deze dampen van zwavelammonium nog nadeeliger op het organisme werken dan het zwavelwaterstofgas. Deze bereiding, overeenkomende met de oude bereiding volgens Beguin voorden Spiritus fumans, naar hem geheeten, zal volgens ons gevoelen geen „sulphohydras ammonicus” oplevereu, zooals de schrijver vermeldt, maar een mono- of polysulphuretum ammonicum. Volgens Dr. Plager, gesteund door de ondervinding van andere pharmaceuten, is perubalsem een uitstekend middel om pleisters, die neiging tot schimmelen vertooneu, zooals bijv. emplastrum cantharidum tegen den schimmel te beschutten. 1 Deel perubalsem op 33 deelen pleistermassa is voldoende. Hager meent, dat een fijn poeder van benzoë dezelfde dienst zou verleenen. Een emplastrum cantharidum, bereid naar het volgende voorschrift: fy,: cerae fiavae , colophonii aa unc. 4, terebinthinae communis unc. I1/2 , 01. lini dr. 10 , cantharid. pulver. uncffl6 , balsami peruviani uk •<4j, was nog, na 15 jaren in apothc,, i.en winkelkamer bewaard te zijn, geheel vrij van schimmel. Plastische kool tot filtreeren. De twee volgende mengsels eigenen zich daartoe het best. Het een bestaat uit 60 deelen cokes, 30 deelen beenderenkool, 70 deelen houtskool en 10 deelen pijpaarde; het andere bestaat uit 10 deelen cokes, 30 deelen beenderenkool, 20 deelen houtskool en 40 deelen asbest van eene kortvezelige structuur. De ingrediënten, uitgenomen het asbest, worden tot poeder gebracht en door eene zeef gezegen, droog vermengd en met suikerstroop tot een brij aangemengd. De gevormde dikke brij wordt matige warmte uitgedroogd en buiten toetreding ■ lucht in eene moffel gebrand. Wil men aan de plastische kool bepaalde vormen geven , dan geschiedt zulks vóór het drogen. Is de-kool gebrand, dan behandelt men haar met verdund zwavelzuur tot verwijdering der zouten van de asch en van het zwavelijzer, droogt weder en verhit nogmaals inde moffel tot de roodgloeihitte. Aqua foetida Pragensis, Aqua Prageasis sive Aqua antihysterica. Ro galbaui unc. 1 , asaefoetidae unc. 1y2 , myrrhae dr. 6 , rhiz. valerianae unc. 3 , rhiz. zedoariae unc. 2, rad. angelioae unc. x/2 , fol. menth. piperit. unc,llaVa , herb. thymi unc, 1, flor. chamom. roman, unc. 1, castorei dr. 1. Digere c. • spirit, vini rectific. unc. 1% per 24 hor. spat. Deinde destilla (c. aqua) libr. 3. Snelpersdruk van H. C. A. Thieme,, te Nijmegen.

Sluiten