is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 3, 1866-1867, no 49, 07-04-1867

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jgp-, Pliarmacwilisch WeeliMp)

VOOK NEDERLAND. ONDER REDACTIE VAN E. J. ÓPWUEDA, Apotheker te lijmegen.

Hei Pharmaceutisch Weekblad wordt eiken Zaterdag uitgegeven hij den Boekhandelaar D. B. CENTEN te Amsterdam. Prijs per jaargang , franco per post, f4,50. Alle stukken , welke men in dit Blad wenscht opgenomen te zien , gelieve men franco in te zenden aan den Redacteur, onmiddellijk of onder couvert van den Uitgever uiterlijk vóór Woensdag te Amsterdam of vóór Donderdag te Nijmegen. Prijs der advertentiën: Van i lot 6 Regels , elke regel meer 15 Cis., behalve het zegelrecht. -——— :—— —— – ~ ~ ~ i n zrmr ) m o

3e Jaargang.

xomui, 9 April ISQg. [

I ar». A».

Vonnis wegens overtreding van al. 2 van art. 6 van Wet IV. De uitspraak der Eechtbank te ’s Gravenhage, in zake de Apothekers Renesse en Snabilié aldaar, heeft veel sensatie verwekt. Wij meenden onzen lezers genoegen te doen met het gewezen vonnis in zijn geheel mede te deelen. Vonnis d.d. 25 Maart 1867 gewezen door de Arrondissements-Reohtbank te ’s Gravenhage in zake ca. apotheker te ’s Gravenhage, beklaagd van op den 6#.. Februari 186 7 te zijn bevonden in zijne apotheek te ’s Gravenhage voorhanden te hebben de navolgende geneesmiddelen als: I°. Syrop pectoral de Vauquelin, voorzien vaneen etiquet luidende: „bereid naar het voorschrift van Vauquelin te Parijs,” 2°. Pilules végetales gourmandes purgatives et depuratives de Cauvin, voorzien vaneen etiquet luidende: „bereid naar het voorschrift van Cauvin te Parijs,” 3°. Dragees de Portin au baume de Copakw et sous-nitrate de Bismuth, voorzien vaneen etiquet luidende : „bereid naar het voorschrift van Fortin te Parijs,” van welke voormelde geneesmiddelen , inde Pharmacopoea Neerlandica niet vermeld, het opschrift niet aanwees naar welk voorschrift zij bereid zijn. De Rechtbank : Gelezen een procesverbaal van Doctor J. f(. Ramaer , plaatsvervangend lid en P. J. Haaxman, lid van den geneeskundigen raad in Zuid-Holland, van den zesden Februari achttien honderd zeven en zestig. Gehoord de verklaringen der getuigen en de antwoorden Jes beklaagden; Gehoord den Officier, in zijn requisitoir, uitgebracht door den Substituut Mr. Raedt van Oldenbarnevelt; Gelet op de verdediging des beklaagden, zoo in persoon als bij monde van zijnen raadsman Mr. A. P. Th. Eijssel; Gezien de stukken van den processe ; Overwegende dat ter terechtzitting wettig en overtuigend is gebleken uil voormeld óp den ambtseed opgemaakt

procesverbaal van den geneeskundige, Doctor J. N. fiamaer en van den apotheker P. J. Haaxman, respectievelijk plaatsvervangend lid en lid van den geneeskundigen raad in Zuid-Holland , versterkt door hun getuigenis en dooide bekentenis van den beklaagde , dat bij het visiteeren van des beklaagden apotheek te 's Gravenhage op den zesden Februari jl. daarin aanwezig zijn bevonden eenige niet inde Pharmacopoea Neerlandica vermelde geneesmiddelen, namelijk: Sirop pectoral de Vauquelin, Pilules végétales gourmandes purgatives et dépuratives de Cauvin en Dragees de Portin au haume de CopaJm et sous-nitrate de Bismuth , en zulks in flesschen, welker opschrift de vermelde namen, niets anders bevatteden dan : bereid naar het voorschrift van „respectievelijk” van Yauquelin, van Cauvin en van Fortin te Parijs, en van welke beide eerstgenoemde geneesmiddelen de beklaagde verklaarde de bestanddeelen niet te kennen; Overwegende dat apothekers verplicht zijnde geneesmiddelen welke zij voorhanden hebben te bewaren in daartoe geschikte voorwerpen, die den officiëelen en meest gebrnikelijken naam ten opschrift hebben, terwijl bij in de Pharmacopoea niet vermelde geneesmiddelen, en welke mitsdien geen officiëelen naam hebben, het opschrift moet aanwijzen naar welk voorschrift zij bereid zijn; Overwegende dat de beklaagde ter zijner verdediging heeft aangevoerd, dat hij op de opschriften de namen heeft vermeld van de personen, naar wier voorschrift de geneesmiddelen zouden zijn bereid; Overwegende daaromtrent dat onder voorschrift in artikel 6 der wet van den 1 Juni 1865 {Staatsblad No. 61) moet worden verstaan de vermelding der bestanddeelen , waaruit het geneesmiddel bereid is; dat zulks dan ook blijkt uit de vergelijking met de artikelen 12, 13 en 14 dier wet, waarin gesproken wordt van het recept dat de geneeskundige voorschreef en van het voorschrift van de geneeskundigen, waarop vergiftige zelfstandigheden worden afgeleverd; Overwegende dat het dan ook volstrekt noodzakelxjk