Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(Bladz. 6> ... werd betrekkelijk weinig gevraagd, doch ook die weinige vragen werden , behoudens enkele uitzonderingen , gebrekkig en onvolledig beantwoord.

Aan waarneming door liet mikroskoop sclieen het de meesten te ontbreken. De Commissie was over de kunde der candidaten met opzigt tot de natuurlijke geschiedenis van dieren en delfstoffen vrij wel tevreden. De vragen bepaalden zich wat zoölogie betreft, tot de systematische rangschikking der dieren, de kenmerken , waardoor de verschillende hoofdgroepen en enkele onderdeden daarvan zich onderscheiden , vooral van die dieren , waarvan de kennis voor de pharmacie kan geacht worden belangrijk te zijn. Het examen inde natuurlijke geschiedenis der delfstoffen werd inden regel in twee onderdeden gesplitst. Het eerste bepaalde zich bij vragen over kristalleer en kristalvormen , het tweede bij de physische en chemische eigenschappen der mineralen, vooral van die, waarvan bereidingen inde Pharmacopoea Neerlandica voorkomen. Op weinige uitzonderingen na gaf ook dit deel van het examen aan de Commissie reden tot tevredenheid over den ijver * waarmede de meeste candidaten zich op natuurhistorische studiën hadden toegelegd. Over de kennis en geschiktheid der candidaten noodig tot het gereed maken van recepten was de Commissie over het algemeen minder tevreden. Zij betreurt het , dat dit deel van het examen inden regel veel te wensohen overliet. Kennis van simplicia *), als grondslag der recepteerkunst, werd weliswaar, voor zooveel noodig voor den hulpapotheker, bij de meeste examinandi aangetroffen, maar aan de eischen der theoretische en praktische recepteerkunst werd niet dan slechts matig voldaan. Daarenboven bleek het dat bij meest alle candidaten, die twee jaren vóór de invoering der nieuwe geneeskundige wetten als leerlingen bij eene provinciale of plaatselijke geneeskundige Commissie waren ingeschreven of wier latere inschrijving, krachtens bijzondere vergunning, werd aangemerkt als vóórdien termijn te zijn geschied , en die alzoo , ingevolge de overgangsbepaling in art. 36, van het voorafgaand examen in talen enz. waren vrijgesteld , de kennis van het latijn zoo gering was, dat zij niet dan gebrekkig een recept konden lezen. De Commissie voedt echter de hoop, dat het zoowel voorden leerling-apotheker als voor den hulpapotheker thans verpligte examen inde kennis der latijnsche taal het gebrek , waarvan hier sprake is, weldra geheel zal doen wegvallen. Voorts viel het niet te ontkennen, dat de handelingen der meeste candidaten in het laboratorium bij het gereedmaken van recepten niet met die onmisbare naauwgezetheid en dat oordeel gepaard gingen , die de Commissie met reden meende te hebben mogen verwachten •1 De localiteit bragt mede dat dit onderzoek niet gelijk ten vongen jare in het laboratorium plaats had, maar in het locaal, waar het vorige examen werd en alzoo , wat minerale en dterhjke voorwerpen aangaat, met het theoretisch examen inde mmeralogie en dierkunde werd in verband gebragt.

van jongelieden , die reeds geruimen tijd in eene apotheek hadden doorgebragt. In het algemeen bleek, dat de zorg voor het aankweeken van praktische kennis en geschiktheid bij de geëxamineerden niet in gewenschte verhouding stond tot die, welke besteed was aan hunne wetenschappelijke vorming. De uitslag van het examen is geweest als volgt; Van de elf candidaten , die zich aan hetzelve hebben onderworpen , zijn vijf afgewezen. Aan zes is , nadat zij den eed, dien de wet den hulpapotheker bij zijne bevordering tot dien rang voorschrijft, in handen van den voorzitter hadden afgelegd, de acte van bevoegdheid uitgereikt. Hunne namen zijn : Karei Jacob Ackens , van Kerkrade (provincie Limburg) : Eoelof Duym , van Zwolle; Cornelis Guldensteeden Egeling , van Zeist; Willem van der Gaag, van ’s Gravenhage; Wilhelmus Albertus Lodovicus Legebeke , van Kampen ; Boele Jacobus tycklama a Nyeholt, van Bolsward; hebbende die personen, even als zulks bij vroegere provinciale geneeskundige Commissiën in gebruik was, ter voorkoming van verwisseling of vervreemding, hunne handteekening in margine van de acte gesteld, en tevens in een daartoe bestemd album , hetgeen bij de archiven der Commissie is gedeponeerd. De Commissie mag niet nalaten Uwe Excellentie te doen opmerken , dat de uitslag van dit examen, wanneer men het getal der bevoegd verklaarden in verhouding stelt tot het aantal dergeneu, die zich aan het examen hebben onderworpen, gunstiger is te noemen dan die van de examina des vorigen jaars. Zij meent, naar aanleiding van de blijken van wetenschappelijke ontwikkeling , die door bet meerendeel van de thans geëxamineerden zijn aan den dag gelegd, te mogen aannemen, dat de eischen voor het examen van hulpapotheker, duidelijk uitgedrukt inde verslagen der vorige Commissie, algemeen zijn gewaardeerd geworden, en dat men te regt heeft in. gezien , zich niet ligtvaardig aan het examen te moeten onderwerpen. Zij vertrouwt, meenende aan hare roeping overeenkomstig de wet voldaan te hebben, dat de uitslag ook van dit examen aansporing zal geven tot ijverige aankweeking der natuurwetenschappen, maar ook, en zulks niet minder, tot naauwgezette beoefening van' al wat tot de praktische eischen voor den hulpapotheker behoort. De Commissie voornoemd, In haren naam, W. E. E. Suiuxgau , Voorzitter. J. O. Ksuseman, Secretaris. j Snelpersdruk van H. C. A. Thieme, te Nijmegen,

Sluiten