Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

theker, indien zij niet reeds deze bevoegdheid bezitten of tot apotheker , indien zij reeds aan het hulp-apothekers-exaraen hebben voldaan ?

DE SCHEIKUNDIGE WERKING IN ARTSENIJEN. Hamburg, een Engelsch apotheker, deelt hieromtrent de volgende belangrijke opmerkingen mede , waarvan onderscheidene niet geheel onbekend zullen zijn. Niet alleen dat zeer dikwijls op recepten geneesmiddelen gezamenlijk worden voorgeschreven , die scheikundig op elkander inwerken , of den apotheker de grootste moeite geven , om ze lege artis inden verlangden vorm te brengen , maar vaak worden aan de patiënten verschillende middelen in korte tusschenruimten toegediend, die m het organisme elkander onderling ontleden en tot het vormen van nieuwe verbindingen aanleiding geven , welke een geheel andere uitwerking dan de bedoelde uitoefenen (bijv. poeders met calomel en eene mixtuur met

aqua chlorata.) . ,T0 97 Hij vermeldt het geval (reeds beschreven in 27 van den vorigen jaargang) . dat jodetum kalicum en ohloras kalicus, die op zich zelf niet nadeehg werken , gezamenlijk in gelijke verhoudingen gegeven , schadelijk worden waarschijnlijk door de vorming van jodas kalmus. Eene mixtura uit magnesia usta, tartras kalico-natncus en aqua menthae werd eerst goed verdragen , maar nadat zij geïtereerd en toen eenigen tijd gestaan had, voordat zij gebruikt werd, was zij zoo scherp en bijtend geworden , dat men den apotheker van vergissing beschuldiode Bij scheikundig onderzoek bleek echter , dat de magnesia usta bij de lange aanraking met het wijnsteenzuur alcali het wijnsteenzuur geabsorbeerd eu het alcali vrijgemaakt en inden bijtenden staat overgebracht had. (Wij herinneren ons een soortgelijk geval bij eene mixtura , die chloretum ammonicum en magnesia usta bevatte\ Eene andere moeielijkheid levert de omstandigheid , dat bij de scheikundige werking der bestanddeelen

in eene artsenij de apotheker bij iteraties van elders gereed gemaakte recepten dikwijls in verlegenheid geraakt, welke kleur de artsenij moet hebben , daar deze zeer dikwijls afhankelijk is van de opvolging , waarin men de samenstellende deelen bijeenvoegt. Zoo wordt bijv. een externum uit calomel, aqua calcis en chloretum zmcicum zwart, indien men de calomel het eerst bij het kalkwater voegt; wit, indieu eerst het chloretum zincicum is opo-elost. Esterna uit sublimaat, calomel en kalkwater veranderen de kleur van geel tot bruin of zwart, al naar dat het een of ander het eerst is bijgevoegd en naar den trap van ontleding. Sublimaat, kalkwater en tinctura opü geven een bijna helder mengsel , dat wil zeggen geen praecipitaat, indien men eerst de sublimaatoplossing bij de' tinctura opü en vervolgens het kalkwater bijvoegt. Brengt men het sublimaat eerst in het kalkwater, dan ' Wordt de vloeistof zeer troebel Het voorschrift: Pjo s chloratis kalici, boracis aa dr. 11/*,l1/*,

chloreti hydrargyrici gr. 17, aquae destillatae unc 8 , glycerini unc iVa» is of doorschijnend en kleurloos , of ondoorzichtig en steenrood , naar de opvolging , waarin de bestanddeelen zijn bijeengevoegd. Hamburg maakt eindelijk nog opmerkzaam op het gevaar dat het toedienen van sterk werkende geneesmiddelen ineen geconcentreerden staat oplevert. Terwijl men inden ouden tijd de geneesmiddelen ineen zeer verdunden vorm toediende en grootere hoeveelheden der artsenij liet gebruiken , is men thans om kosten te sparen en de verzending gemakkelijk te maken , ineen ander uiterste vervallen. Vooral trekt hij te velde, en onzes inziens zeer te recht, zooals wij reeds vroeger hebben aangewezen, tegen den droppel vorm bij sterk werkende geneesmiddelen, daar hier het nemen der juiste dosis met alleen van de nauwkeurigheid van den patiënt, maar ook van den aard van het fleschje , zijne openmg enz. afhangt. In Engeland en Frankrijk is dit laatste gevaar eenigszins verholpen door eigenaardige mensuurglaasjes of droppelfleschjes , waarin of die bij het geneesmiddel worden afgeleverd. ,

HET AANVIJZEN VAN EIWIT IN URINE DOOR MIDDEL VAN SALPETERZUUR. Om in urine door middel van salpeterzuur de aanwezigheid van eiwit te bepalen , gaat men het best op de volgende wijze te werk. Men brengt de urine omstreeks 2% ned. duim hoog ineen reageerbuisje, houdt het schuin en droppelt er sterk salpeterzuur op die wijze in, dat het langs de wanden tot den bodem afloopt, zoodat het beneden de urine eene laag van omstreeks 1 duim vormt. Het salpeterzuur vermengt zich dan niet met de urine en, indiener eiwit aanwezig is, verkrijgt men Slagen: eene volkomen kleurlooze van salpeterzuur op den bodem, eene opah-

seerende laag van gecoaguleerd eiwit en eindelijk de onveranderde urine. Is slechts een spoor van eiwit aanwezig, dan verloopen er 2 a 3 minuten eer dat de opaliseerende laag zichtbaar wordt. Langs dezen weg kan de geringste hoeveelheid eiwit in urine worden aangewezen Men zij alleen bedacht, dat bij urine van koortslijders verwisseling kan plaats hebben met de urinezure vonten die door het salpeterzuur worden afgescheiden. Men kan zich echter voor deze verwisseling vrijwaren door op het niveau te letten . waarop de troebelmg aanvangt , alsmede op de richting, waarin zij zich verspreidt. Het eiwit begint onmiddellijk boven de laag van het zuur te stremmen en de troebeling verspreidt zich naar boven; de urinezure zouten daarentegen verschijnen het eerst en het dichtst bij de oppervlakte van de urine en de troebeling breidt zich naar beneden uit. – Verder kan men zich ook door verwarming der urine overtuigen, of men met eiwit of urinezure zouten te doen heeft. Daarbij Toch lossen de urinezure zouten op, terwijl het eiwit gestremd blijft.

Sluiten