Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stof verbrand een zoo intensief licht, dat de photografen het hebben gebezigd, om beelden op te nemen. Verdampt men zwavelkoolstof en leidt men inde vlam

stikstofoxyde , dan verkrijgt men bij het aansteken eene helder lichtende vlam. De oorzaak, waarom dezelfde gasmengsels nu eens helder lichtende, dan weder met Echtende vlammen geven , is gelegen inde verschillende dichtheid , en de mate der lichtkracht staat met de dichtheid der dampen in het nauwste verband. Bij de gasvlam heeft men tot heden aangenomen, dat de difann oogeriblikkelijk afgescheiden gloeiende kooldeeltjes het ■ licht geven ; ook hier echter zullen het de dichte dampen der hooge koolwaterstofverbindingen zijn en niet de koolstof zelf. Er bevinden zich in het lichtgas ( gasvormige verbindingen van zeer groote dichtheid, die als dampen , eveneens als bijv. de arsemkdamp , m staat zijnde vlam lichtend te maken , bijv. de dampen [ van benzol, naphtaline enz. Deze dampen blijven mde vlam onontleed, totdat zij den buitensten zoom bereiken en in aanraking met de zuurstof der dampkringslucht verbranden. Men pleegt als bewijs voor de tegenwoordige zienswijze , dat namelijk de gloeiende vaste koolstof het lichtgevende deel der vlam is, aan te voeren , dat ( men de koolstof op een stuk porselein, inde vlam gebracht, kan opvangen. Er is echter niet aangewezen , dat de afgescheidene zelfstandigheid zuivere koolstof is. ■ Het tegendeel is waar, want indien men deze zwarte zelfstandigheid onderzoekt, dan bevindt men, dat zij steeds waterstof bevat. Het roet is waarschijnlijk mets anders als een conglomeraat der dichtste lichtgevende koolwaterstofverbindingen , waarvan de dampen zich aan de koude oppervlakte van het porselein condenseeren. Hoe zou een vlam zoo doorzichtig kunnen zijn , als zij werkelijk is , indien zij met vaste koolstofdeeltjes was opgevuld ? Of hoe zou het bij de photometrie onverschillig kunnen zijn , of men eene vlam met de vlakke dan wel met de smalle zijde voorplaatst, indien het de vaste koolstofdeeltjes waren , die het licht geven ? Het mag waar zijn, dat in geringe mate ook eene ontleding der koolwaterstoffen en eene afscheiding van vaste koolstof inde vlam plaats grijpt, hoofdzakelijk zijn het echter de zeer dichte, brandende koolwaterstofdampen zelf, waaraan de gasvlam hare lichtkracht te danken heeft. Dat natuurlijk de temperatuur der vlam tevens op hare lichtkracht invloed zal uitoefenen , spreekt van zelf. HET AFLEV/EREN VAN GENEESMIDDELEN DOOR DAARTOE BEVOEGDE GENEESKUNDIGEN. Mijnheer de Redacteur ! Het heeft mijne , zoowel als uwe aandacht getrokken *), dat in het verslag der Commissie belast met het afnemen van het examen voor het verkrijgen van het diploma als arts, de bekwaamheid der candidaten inde artseuijraengkunde zoo min beschreven is, terwijl hun desniettemin het diploma is uitgereikt. Wij meenden, dat bij ») Zie No. 13.

de staatsexamens het oompensatiestelsel geheel was verlaten , ten minste wij herinneren ons iets dergelijks bij een verslag van de Commissie voor het hulp-apothekersexamen te hebben gelezen. In het voorliggend geval achten wij het toelaten voor de betrekking van arts als zeer precair, indien wij in het oog houden, dat bij art. 9 der wet, regelende de uitoefening der geneeskunst, aan de geneeskundigen onder zekere voorwaarden bevoegdheid « verleend wordt de artsenijbereidkundige bij de geneeskundige praktijk uitte oefenen. Gij zijt evenals ik lid van den geneeskundigen raad, en dus zeker vaak inde gelegenheid geweest, de winkels van geneeskundigen ten platten lande te visiteeren , en gij hebt u dan 1 zeker met mij dikwijls bedroefd en geërgerd over de wijze, ' waarop geneesmiddelen in die buitenapotheken worden bewaard en afgeleverd. [ En waar zal het inde toekomst heen met geneeskundigen , welke bij de waarlijk zeer eenvoudige recepten , die 1 hun bij het examen werden overgelegd, zoo weinig praktische bekwaamheid toonden en zelfs niet met maat en 1 gewicht konden omgaan? Arme plattelandsbewoners, die 1 geneesmiddelen moeten slikken, met zoo weinig kennis 1 der artsenijmengkunde gereedgemaakt! Nu de wet een-1 maal vrijheid heeft gegeven aan geneeskundigen, om I onder zekere bepalingen geneesmiddelen te leveren, moest I ook streng de hand gehouden worden aan den eisch der i wet bij het examen : voldoende kennis der artsenijraengkunde , en bij eene onvoldoende kennis , zooals bij het laatste examen gebleken is, zulks eene reden tot afwijzing wezen. De kennis van de dosis der genees' middelen en van de formulen om ze toe te dienen, kan I nog door den geneesheer in zijne praktijk dooreen goed ! handboek worden aangevuld, maarde artsenijmengkunde ■is eene kunst, die alleen inde apotheek onder goed toe' zicht kan worden aangeleerd. Met de plaatsing dezer regelen voor de eerder artsenijmengkunde en in het belang der lijdende menschheid zult gij zeer verplichten uw hoogachtenden Collega, S. Waarlijk , de toestand van de apotheken der geneeskundigen ten platten lande is, op loffelijke uitzonderingen na, niet uitlokkend. De geneesheer hangt ten opzichte i van de waarde zijner geneesmiddelen meestal geheel van den leverancier af, daar hij de kennis of den tijd mist om de hem gezondene geneesmiddelen aan een onderzoek op hunne deugdelijkheid te onderwerpen. Bekrompen en vochtig zijn op vele plaatsen de vertrekken , waar de artsenij voorraad bewaard wordt; uit alles blijkt, , dat de artsenijbereidkunde een weinig geschat onderdeel • uitmaakt van de praktijk. En zij is hier ook niet meer i dan een onderdeel. De apotheker kan den ganschen – dag 'al zijne zorg wijden aan de apotheek , aan de bereiding – en aflevering der artsenijen; dit is niet mogelijk bij den j geneesheer, die het grootste deel van den dag afwezig is en van zijne visites vermoeid huiswaarts keert. Wij hadden gaarne gezien , dat bij de nieuwe geneeskun-

Sluiten