is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 4, 1867-1868, no 17, 25-08-1867

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B IJ B L A D TOT HKT PHABMACEUTISCH WEEKBLAD van 25 Augustus 1867, No. 17.

VERSLAG der Commissiën in 1867 belast m.et het afnemen der examens van leerling-apothehers. (Staatscourant van 31 Aug.) Aan Zijne Excellentie den Heer Minister van Binnenlandsche Zaken. De Commissie, bij ministeriëel besluit van 13 Junij 1867 , no. 308 , benoemd tot het afnemen van het examen ter verkrijging eener acte van bevoegdheid als leerling-apotheker , te ’s Hertogenbosch, heeft de eer Uwe Excellentie bij deze de uitkomsten mede te deelen van het door haar op 3 Julij 1867 gehouden examen. De Commissie bestond uit de heeren: dr. IngenHousz als voorzitter; P. J. Kyn, apotheker te ’s Bosch l als leden . P. J. Eoersch, „ „ Maastricht, ) ’ t, , 1 als plaats- A. T. A. Maassen. „ „ Ereda j vervangen- J.L.H. Hollman, ~ „Maastricht, j de le|eQ . de heer P. J. Kyn fungeerde als secretaris. Drie candidaten hadden verzocht tot het bedoelde examen te worden toegelaten ; de HH. N. E. Eeyst van Leiden ; „ P. J. H. Crobach van Venlo; „ P. Kalmthout van Goes : de laatste is niet opgekomen. Alvorens tot het examen over te gaan, heelt de Commissie onderling de regeling van het examen besproken en komt de uitslag hoofdzakelijk hierop neder; 1. He Nederlandsche taal. Uit het lezen van proza en poëzij werd aanleiding gevonden tot het naar de beginselen der spraakkunst, terwijl de beschrijving vaneen distilleer-toestel en van den werkkring van leerling-apotheker den gedachtengang deed beoordeelen. liet bleek, dat bij beide candidaten taalkennis en lezen, alsmede het geregeld in schrift uitdrukken der gedachten, vrij voldoende was. 3. He Latijnsche taal. De Pharmacopoea Neerlandica en eenige meer omschreven recepten werden ter vertaling aangeboden. Hoewel het vertalen over het geheel bevredigend was, bleek het echter duidelijk dat bij beide jongelieden eene grondige studie der Latijnsche taal ont-3. Rekenkunde'. Nier vraagstukken, toepasselijk op de hoofdregels der rekenkunde van gewone en tiendeelige breuken , werden ter uitwerking opgegeven en naar behooren beantwoord, zoodat in dit opzigt de uitkomst aan den wensch der Commissie voldeed. 4. Rennis der geneesmiddelen. Inde kennis der enkelvoudige geneesmiddelen werden de candidaten onderzocht en het bleek der Commissie, dat de meest voorkomende geneesmiddelen terstond werden herkend; terwijl die, waarvan het gebruik minder algemeen is, meerderen tijd tot herkenning behoefden. De kennis van maten en gewigten en van den oorsprong van het stelsel was voldoende. . . , 5. Het gereedmaken van recepten. De Commissie beoordeelde de kennis daarvan uit het gereedmaken van fenvoudige voorschriften, waarin de beide candidaten

blijken van ervaring en voldoende geschiktheid aan den dag legden. . . . , Alhoewel het examen niet in alle opzigten aan den wensch beantwoordde, heeft de Commissie echter niet geaarzeld na voldoende blijken van bekwaamheid als leerling-apotheker te hebben waargenomen, aan beide candidaten de acte van bevoegdheid uitte reiken. Dr. IngbnHousz, Voorzitter. P. J. Kyn, Secretaris. De Commissie, overeenkomstig art. 14 der wet van 1 Jnnij 1865, (Staatsblad n°. 59) door Uwe Excellentie benoemd bij beschikking dd. 13 Jnnij jl., tot het afnemen van examen, ter verkrijging eener acte van bevoegdheid als leerling-apotheker, welke Commissie hare zittingen zou houden te Arnhem, heeft de eer u het navolgend verslag omtrent hare verrigtingen en den uitslag van haar onderzoek aan te bieden. _ Bij eene voorloopige zamenkomst heeft de Commissie zich de grenzen afgebakend, welke zij meende, op grond der wet en, wat betreft de Latijnsche taal, ook op grond van Uwer Bxcellentie’s nadere bepaling, niet te mogen overschrijden. Zij was echter eenparig van oordeel, dat aan die eischeu, welke zij billijk en allerminst overdreven achtte, door de candidaten ten volle moest worden voldaan. Zij besloot derhalve, dat zij van de examinandi zou vorderen : I zooveel bekendheid met de Latijnsche taal, dat de eenvoudigste voorschriften van de Pharmaoopoea Neerlandica (pulveres , mucilagines , emulsio amygdaliua , tmct. iodü , tinct. aoida aromatica , unguentum simplex, ung. autenriethii, ung. laurinum , empl. aromaticnm) naar belmoren gelezen, verstaan en verklaard konden worden. 11. hetzelfde ten aanzien van recepten , afgeschreven naar'gewone voorschriften van geneeskundigen, dus, zooals aan den leerling-apotheker ter gereedmakmg (onder toezio-t) kunnen aangeboden worden ; . . 111. wat de rekenkunde betreft, de kennis der vier hoofdregels en der gewone en tiendeelige breuken , met eenvoudige toepassingen ; . , _T j ij i IV. ter beoordeeling van de kennis der Nederlandsche taal, meende de Commissie een opstel overeen eenvoudig ' aangegeven onderwerp te moeten vragen , ten einde daaruit op te maken of de candidaten in staat waren om hunne denkbeelden met juistheid , zonder fouten tegen de hoofdregels der taal, uitte drukken ; V. de Commissie was van oordeel , dat zy onder den eiscli der wet; „kennis en geschiktheid , noodig tot het gereedmaken van recepten” mogt verstaan : a. bekendheid met; I°. de officiële en meest gebruikelijke officinale namen der scheikundige geneesmiddelen ; 3°. de bereiding van infusa en decocta; 3°. de bereiding en afleveringswijze van pillen, met daarin komende , elkander ontledende of hygroskopische zelfstandigheden ; b. bekendheid : I°. met den nadeehgen invloed, welken de werktuigen tot het gereedmaken van recepten gebezigd , soms op de geneesmiddelen uitoefenen; 2 • dien van het licht op sommige geneeskrachtige zelfstandigheden , en de maatregelen, noodig om hem te voor*