is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 4, 1867-1868, no 17, 25-08-1867

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen ; 3°. met dien van bron- of pompwater bij het oplossen van sommige zouten.

c. Bekendheid met die der droogerijen, welke nagenoeg dagelijks inde apotheek gebruikt worden om recepten gereed te maken , met eenige physische hoofdkenmerken , waardoor zij te onderscheiden zijn van diegene, welke op het uiterlijk aanzien hen nabij komen. De voor te leggen droogerijen zouden zijn : Eadix salep secale oornutum ; „ sarsaparill. . . . gummi myrrhae; „ rhei opium; „ valerian. sylv. . . catechu; „ arnicae .... baccae juniperi; „ althaeae .... piper. cubeb; „ belladonnae . . . semen cynae lev.; „ helenii flores arnicae ; „ bardanae .... folia sennae; „ ipeoacuanhae . . „ diosm. crenat; „ gentianae ... „ uvae ursi; „ jalappae .... lapid. cancrorum; „ columbo; „ polyg. senegae. Acht jongelieden hebben vóór het door Uwe Excellentie bepaalde tijdstip bij den voorzitter der Commissie aanzoek gedaan , om tot het examen te worden toegelateu, dat den 9den Julij zou aanvangen. Allen hebben zich aan het examen onderworpen en wel vier op iederen dag, welk viertal zoodanig verdeeld werd, dat twee mondeling geëxamineerd werden, terwijl de beide anderen schriftelijk werk verrigtten , en omgekeerd. Laiijnsche taal. Zes candidaten gaven voldoende blijken van bedrevenheid in het Latijn , overeenkomstig de mate, welke de Commissie bepaald had te zullen eisoheu; bij één was zij minder voldoende, terwijl de kennis bij eenen anderen zoo gebrekkig was, dat met dezen het examen niet werd voortgezet. Nederlandsche taal. De schriftelijke opstellen over zeer eenvoudige onderwerpen , waren over het algemeen slechts middelmatig te noemen , terwijl het werk door éénen der candidaten geleverd , zelfs beneden die qualificatie moest blijven. Rekenkunde. De opgegeven vraagstukken , loopende over de. vier hoofdregels , de gewone en tiendeelige breuken , de herleiding van de eene tot de andere soort, de berekening der in recepten opgegeven ingrediënten voor eene bepaalde hoeveelheid poeders of pillen werden over het algemeen op voldoende wijze beantwoord. Van eene reeks van officinale benamingen, ontleend aan de Pharmacopoea Neerlandica , werden de officiële I synonymen aan de candidaten gevraagd. Uwe Commissie was van oordeel , dat de naauwkeurige bekendheid daarmede van het uiterste belang is en zij zich moest overtuigen of zij zóó bij de examinandi bestond , zelfs al vertrouwt zij, dat de leerling-apotheker stiptelijk alleen onder toezigt recepten zal gereed maken. Enkele candidaten toonden zeer juiste kennis van de synonymen te bezitten , bij anderen was zij tamelijk bevredigend , bij éénen te gering. Uwe Commissie , op grond van ervaring overtuigd van het hoog noodzakelijke van strenge eisohen in deze, heeft dit gedeelte van het onderzoek vrij uitgebreid ingesteld. Zij meent, in het belang der maatschappij en naar aanleiding van hetgeen zij opmerkte, op soortgelijke gestrengheid ook voor het vervolg te moeten aandringen, omdat minder juiste kennis bij den welligt te veel op zich zelven vertrouwenden leerling-apotheker, tot schromelijke misvattingen aanleiding kan geven , als de voorschriften der wet ten aanzien der bevoegdheid, niet met de uiterste naauwkeurigheid in acht genomen worden. Wanneer in zoodanig geval, dat zij slechts mogelijk stelt,

.recepten van aan den merung-apoiheker vreemde geneeskundigen ter gereedmaking worden aangeboden, dan vooral bestaat niet enkel vrees voor vergrijpen maar werkelijk voor vergissen, als hij niet volkomen met de synonymen bekend is. Bij de voortzetting van het examen over de verschillende praktische de apotheek, boven omschreven , ontving de Commissie meestal voldoende antwoorden. Zij heeft de voornaamste dagelijks voorkomende werkzaamheden nagegaan, e*n onderzocht in hoeverre de candidaten handgrepen en voorzorgen kenden en empirisch wisten te verklaren. Zij heeft voorts vragen gesteld over den nadeeligen invloed van sommige werktuigen en ook van agentia welke de apotheker niet in zijne magt heeft, doch waartegen hij de geneesmiddelen, die hij verwerkt en aflevert, kan beschutten. Van eene verzameling der boven opgenoemde droogerijen werden alle artikelen gevraagd, en onderzocht, of men de meest in het oog loopende verwisselingen wist te onderscheiden, hoe men hen voor het gebruik zou toebereiden (droogen, stampen, enz.), hoe men de recepten zou bereiden waarin zij mogten voorkomen. Dit gedeelte van het examen voldeed uwer Commissie over het algemeen zeer goed. Bij éénen der candidaten was echter de som der kennis, die tot de uitoefening der betrekking, waarvoor acte van bevoegdheid gevraagd werd, vereischt wordt, te gering om hem tot het praktisch gedeelte van het examen toe te laten. Het praktisch examen, dat is, het onderzoek of de candidaten met oordeel konden gereed maken, werd afnomen inde gemeentelijke armen-apotheek, daartoe door de Commissie van beheer beschikbaar gesteld. Er werden geene gecompliceerde recepten voorgelegd, die bijzondere kennis en zorg vereischten; alleen werd gewerkt naar de formulae, welke in die inrigting gewoonlijk voorkomen. Bij het recepteren werden, zooals van zelf spreekt, nog vele vragen gedaan, uit welker beantwoording men tot een juist begrip, tot geschiktheid en vaardigheid zou mogen besluiten. Het resultaat van laatstbedoeld onderzoek is geweest, dnt niet alle candidaten even ving en vaardig, noch naar dezelfde methode , maar wel dat alle op doelmatige wijze de hun aangebodene recepten goed gereed maakten, zoodat de Commissie, zoowel op grond van dit, als van het meer theoretisch onderzoek vrijheid gevonden heeft om, na beëediging, eene acte van bevoegdheid als leerling-apotheker uitte reiken aan; Willem Erederik Düker, geb. te Enkhuizen. Egbertus Martinus van Hille, geb. te Maas-Bommel. Marius Bodewijk Quiryn yan LeddenHulsebosch, geb. te Veenhuizen. Albertus Gerardus Hendrikus van Spanje, geb. te Utrecht. Jakob Johannes van Steenbergen , geb. te Everdingen, en Bernardus Bonifacius Verkade, geb. te Appingadam. Aldus opgemaakt te Arnhem, 16 Julij 1867. De Commissie voornoemd, In haren naam, Wr. F. B. Kiehl, Voorzitter. J. P. C. van Teicht, Secretaris. De Commissie benoemd bij uwe beschikking van 13 Junij 1867, n°. 308, Ode afdeeling, belast met het afnemen van examens ter verkrijging eener acte van bevoegdheid als leerling-apotheker volgens art. 7 der wet van 1 Junij 1865, (Staatsblad n°. 59) heeft de eer Uwer Excellentie hierbij verslag te doen van hare werkzaamheden. De Commissie bestond uit de heeren : dr. J, Penn als