is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 4, 1867-1868, no 23, 06-10-1867

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ging zoeken te ontgaan , door de geheime geueesmid-

delen te verwijderen uit het gedeelte- van het huis, dat voor de uitoefening van het beroep als apotheker bestemd is, ze ineen afzonderlijk vertrek te bewaren en ze te verkoopen , gedekt dooreen patent als koopman. Zij gevoelen zich hiertoe gedrongen , omdat het hun bij ondervinding gebleken is , hoe depots door hen opgezegd , weldra worden bevonden gevestigd te zijn in galanterieof manufactuurwinkel en de verkoop aldaar ongestraft wordt voortgezet. Hoewel het ons leed doet dit laatste niet te kunnen tegenspreken, meenen wij echter, dat de apotheker door den aard zijner betrekking geene middelen moest willen verkoopen, waarvan de samenstelling hem onbekend is, maar waarbij hij in zijn gemoed is overtuigd, dat de prijs in geene verhouding tot de waarde staat en zijne gewone berekeningen voor geneesmiddelen buitensporig overtreft. OPLOSBAARHEID VAN BENIGE ZOUTEN IN GLYCERINE. Bij proefnemingen, door Vogel in het werk gesteld, is gebleken , dat 1 deel borax 14,7 deelen glycerine (van 1,225 „ „ koolzure potassa 18,5 „ , „ spec. gew.) „ „ potassa-salpeter 10 ~ » „ „ zwavelzure potassa 76 „ „ tot oplossing behoeft. De oplosbaarheid dezer zouten is dus veel grooter in water dan in glycerine. Voor deze proeven werd eene overvloedige hoeveelheid der tot poeder gebrachte zouten in eene flesch met glycerine overgoten , terwijl het mengsel onder herhaaldelijk omschudden bij de gewone temperatuur gedurende eenige dagen bleef staan. Dan werd de vloeistof van het onopgelost gebkvene helder afgegoteu of afgefiltreerd. De bepaling der opgeloste hoeveelheid geschiedde door berekening uit het spec. gewicht der zoutoplossing. EEN NIEUWE VORM VOOR HET AANWENDEN VAN SINAPIS ALS UITWENDIG MIDDEL. Onder de Fransehe spécialités komt er inden laatsten tijd een voor, waaraan zelfs Hager zijne goedkeuring hecht. Het is namelijk een Charta sinapata of Moutarde en feuilles van den apotheker Rigollot te Parijs, tot het vervangen der mostaardpappen. Reeds vroeger is door Cooper onder den naam van mustard papper een blaartrekkend praeparaat geleverd , verkregen dooreen stuk papier te bestrijken met eene gomachtige oplossing van het scherpe beginsel uit de vruchten van Capsicum frutescens. Dit papier veroorzaakt echter een ontstekingachtigen uitslag evenals oleum crotonis. Deze vorm heeft Rigollot op het denkbeeld gebracht, om een mostaardpapier te bereiden uit het zwart mostaardzaad zelf. Het mostaardzaad wordt eerst door stooten en uitpersen zooveel mogelijk van zijne vette olie bevrijd en het teruggeblevene gedroogd en tot poeder gebracht. Verder heeft men gelijmd papier met eene oplossing van caoutchouk in zwavelkoolstof overdekt en strooit nu hierop door middel eener zeef het droge poeder van het zwart mostaardzaad, terwijl de oppervlakte tusschen walsen of

rollen wordt gelijkgemaakt. Een blad is bijna 1 millimeter dik, 12 centimeters lang en 8,2 centimeter breed. Het overdek van mostaard poeder is circa 0,7 millimeter dik. Hager heeft zich door proeven overtuigd , dat de werking van dit papier voortreffelijk is. Een weinig met water vochtig gemaakt zijnde , kleeft de mostaardlaag op de huid en maakt haar binnen weinige minuten rood. Met hetzelfde stukje papier kan de roodmakende uitwerking meermalen verkregen worden. ludien men de bereiding van het papier zelf wilde beproeven , dan raadt Hager aan bij de oplossing van het caoulchouk in zwavelkoolstof, benzine en eene geringe hoeveelheid colophonium te voegen , om het vasthechten der massa op de huid te bevorderen of het papier vooraf met eene dunne harslaag te voorzien. Het aan te wenden mostaard poeder moet zeer fijn en droog zijn. Een onzer collega’s verzocht ons het volgende in het Blad op te nemen : In het nummer van 9 Juni komt de beschrijving voor eener methode om door opzuiging van aromatieke vochten aan vruchten een smaak te doen geven , dien men verlangt, Proeven daaromtrent door mij genomen, hebben tot het volgende resultaat geleid ; appels en peren, waarmede de proef in onrijpen toestand genomen was , hadden een zeer pokdalig aanzien door de aangedane beprikkingen en bezaten hoogst twijfelachtig den smaak van de medegedeelde aromatisatie. Als vochten waren aangewend ; kaneel- , kruidnagel-, pepermunt-, citroen- en oranjeschillen-water , welk laatste met boschbeziën gekleurd was , doch daar die vruchten in onrijpen staat waren afgevallen , is over de opname van kleurstof met zekerheid niets te zeggen. Mijnheer de Redacteur! De beantwoording der voorgestelde vragen dooreen „grijs apotheker” in het laatste nummer van Uw geacht blad ligt, dunkt mij , nog al voor de hand en doet mij onwillekeurig denken, dat zij door hem gesteld zijn na een bezoek der commissie. Het behoeft immers toch geen betoog dat men over tot grof poeder gestooten kina met het bloote oog evenmin een goed-dan wel afkeurend oordeel kan uitspreken. Wat het herhaaldelijk sedimentum in vin. opii aromat. betreft, ik moet u zeggen, daar zeer weinig last van te hebben. Twee- a driemaal per jaar maak ik eene tamelijke hoeveelheid, laat eenigen tijd staan en schenk het vocht helder af; er ontstaat dan nog wel een gering praecipitaat, dat zonder aan de helderheid iets af te doen zelfs door omschudden inde flesch kan blijven. Het blijft nog de vraag of het sedimentum aan de waarde van Laud. liq. Syd. iets afdoet? Wanneer steeds goed deugdzaam opium gebezigd wordt, geloof ik dat een reactief op de waarde van vin. opii arora. vooreerst moeielijk en bepaald onnoodig zou zijn. Rotterdam 2 Oct. 67. Mercator. Uittreksels uit kinnen- en buitenlandsclie tijdschriften. Eene opiumvervaisching, waarop reeds vroeger werd