Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veelheid morphine af.) Na verloop van dezen tijd wordt dit praecipitaat op een vooraf natgemaakt filtrum verzameld , door middel vaneen droppelglas met koud water afgewasschen en inde punt van het filtrum vereenigd.

Eindelijk wordt het Altruin in filtreerpapier gewikkeld en op eene laöwwarme plaats (40—50® 0.) gedroogd. Na verloop vaneen uur is de morphine droog en komt zij voor als een lichtgrijs, los poeder , hetwelk gemakkelijk van het papier loslaat en volgens herhaalde proefnemingen hoogstens 10 procent onzuiverheden bevat. Men weegt het vervolgens en trekt van het gewicht het 10do gedeelte voor de onzuiverheden af. Men berekent het procentisch gehalte van het opium aan morphine op de navolgende wijze. Op 6,5 gram opium zijn genomen 65 gram water. Het Altraat der morphinekalkoplossiug , in volumen overeenkomende met 50 gram water (in gewicht bedraagt het Altraat 52 gram), correspondeert dus met 5 gram opium. Het gewicht van de gepraecipiteerde morphine moet dan door 5 gedeeld worden en hiervan voor de verontreiniging yio worden afgetrokken. Bedroeg bijv. het gewicht van het praecipitaat van morphine 65 centigram, dan zou zulks 6S/5 =l3 procent onzuivere morphine en na aftrek der 10 proc. (13 —1,3 =) 11,7 proc. zuivere morphine aanwijzen. Misschien, dat bij deze correctie van 10 proc. voorde onzuiverheid het morphinegehalte % proc. te hoog of te laag uitvalt, maar Hager meent, dat men hieraan niet moet hechten, want een en hetzelfde opium volgens het voorschrift eener methode behandeld, geeft in 2 proeven steeds een morphine-praecipitaat van geen constant gewicht. De voorname strekking der methode is buitendien te bepalen, dat het opium niet minder dan 10 proc. morphine bevat. Hager vond in opiumproeven , korts uit Berlijn getrokken, 12—13 proc. morphinegehalte, zoodat hij sterk in twijfel trekt, hetgeen wel eens beweerd is, dat er nauwelijks opium van 10 proc. inden handel meer wordt aangetroffen. Wil men uit het verkregen praecipitaat zuivere morphine bereiden, dan voegt men er eene drievoudige hoeveelheid salmiak en eene twintigvoudige hoeveelheid gedistilleerd water ineen kolfje bij en houdt het mengsel bijna gedurende een uur aan de kook. De morphine ontleedt bij deze temperatuur den salmiak, ammonia ontwijkt en inde oplossing bevindt zich chloorwaterstofzure morphine , terwijl eene bruinzwarte zelfstandigheid wordt afgescheiden. Men Altreert nog heet dooreen natgemaakt Altrum, voegt bij het nog warme Altraat eene overmaat van ammonia liquida, zoodanig dat deze laatste bovendrijft en zet alles op eene koude plaats ter zijde. De morphine scheidt zich binnen een dag in gele kristallen af. Deze kristallen van morphine worden onder verwarming in wijngeest en de noodige hoeveelheid zoutzuur opgelost en uit deze oplossing, na doorschudding met eenige droppels benzol, door middel van ammonia i weder neergeslagen. Uit de moederloogen verzamelt men kleine resten van morphine door concentratie, alcalisch i maken met ammonia en terzijdeplaatsing.

Werking van het zonlicht op chloorkalk. Bij belangrijke onderzoekingen betreffende de samen-' ■ stelling der bleekende chloorverbindingen stelde Keicte 130 C. C. eener oplossing van chloorkalk uit den hart-' del aan het zonlicht bloot. Aan den avond van den ■ volgenden dag (28 Augs.) waren er 30 C. C. zuurstof ■ ontwikkeld, den 5 September 77,5 C. C. en den Ifr September 94,5 ?,C. C. zuurstof. Als merkwaardige bijzonderheid bleek verder dat, terwijl van de oorspronkelijke oplossing 1,7 C. C. tot oxydatie van 10 C. C. normaal-arsenigzuur en dus tot het punt der ontkleuring van de indigo-oplossing vereisch! werden, den volgenden dag, nadat 30 C. C. zuurstof ontwikkeld waren, reeds een halve droppel voldoende was, om de indigo-oplossing te ontkleuren. Dit verschijnsel, hetwelk derhalve tot geheel onjuiste gevolgtrekkingen bij de chloriraetrische proef aanleiding moet geven, heeft zijn grond daarin, dat bij de blootstelling aan het zonlicht, een gedeelte van het onderchlorigzuur in chlorigznur wordt overgebracht. Het chlorigzuur nu heeft een zeer sterk ontkleurend vermogen , maar het is niet, evenals het chloor en het onderohlorigzuur, in staat het arsenigzuur in arsenikzunr over te brengen. Bij de waargenomen plotselinge bleeking dooreen halven droppel der aan de lucht blootgestelde oplossing van chloorkalk was dus de indigo-oplossing onmiddellijk aangedaan , doch het arsenigzuur onaangeroerd gebleven. Uittreksels «It kinnen- en kultenlandsche tijdschriften. Eene vervalsching van axungia. Yidal maakt opmerkzaam op eene vervalsching van axungia met koolzure soda. Die vervalsching, op het uiterlijk voorkomen niet te herkennen, bleek hem bij de bereiding eener pomade met kamfer. Na de oplossing der kamfer, bleef er in het waterbad eene duidelijk te onderscheiden Jaag, die, na afgieting van het vet, uit kristallen en uit eene kleine hoeveelheid zeepachtige massa bleek te bestaan. De alcalische reactie, de opbruising met zuren, de praecipitatie met zwavelzure magnesia en met meta-antimoonzure potassa, benevens de gele kleur der alcoholvlam , deden genoegzaam besluiten tot de aanwezigheid van koolzure soda. Het vet bevatte 5 procent van deze kristallen. Het is na te gaan, hoe nadeelig deze vervalsching met koolzure soda bij axungia, voor pharmaceutisch gebruik bestemd, moet werken, dewijl dit vele stoffen, die onder vet gemengd worden , zooals calomel, sublimaat, tartarus emeticus , uitras argenticus, ijzerzouten enz, ontleden zal. Dat vervalschingen met vet meer voorkomen, bleek ons onder anderen voor een paar jaren bij eene inspectie. In twee apotheken derzelfde plaats werd unguentum oxydi hydrargyri volkomen wit gevonden. De eene apotheker betoonde zich even verwonderd als wij bij het openen van den zalfpot, hij had volgens zijne verzekering, de zalf dienzelfden morgen versch bereid. Yan het ge-

Sluiten