Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Afwezig : H2S04, H3Ph04, H3Bo03 C2021 en Vf 02. U2) Alleen zij hierbij opgemerkt, dat erdoor BaCl2 slechts eene geringe troebeling ontstond, die door HOI niet verdween , en dientengevolge afkomstig was bf van eenig aanbangend H2S04 bf vaneen spoor vaneen zwavelzuur zout. 3. De oplossing gaf, na toevoeging van sterk H2S04 een stukje koper, bij verwarming geene roode dampen. Tevens werd een stukje sulph. ferrosus, inde zure °plossing gebracht, niet met eene bruine zoom omgeven. Afwezig : HN03. 4. Het zout achtereenvolgens met HOI en H2S04 verwarmd wordende, gaf geen met chloor overeenkomenden ïeuk. Op gloeiende kolen geworpen gaf het zout niet de minste ontploffing, Afwezig: HCI03, 5. Tot het onderzoek naar de halogenen overgaande, Neutraliseerde ik de oorspronkelijke oplossing met chloorvrij salpeterzuur. Door daaropvolgende toevoeging van AgNOs ontstond geen praecipitaat. Afwezig : Cl, Br, Jd. NB. Door toevoeging van AgN03 in &e oorspronkelijke oplossing ontstond wel een neerslag, natuurlijk aangezien koolzuur voorhanden was, van carbonas argenticns; dat dit Praecipitaat niet was AgCl bewees de oplosbaarheid in HN03, en de onveranderlijkheid aan het licht. 6. De oplossing nam na toevoeging van E2CI6 geene donkerroode kleur aan , noch ontwikkelde het zout met H2S04 verwarmd eenigen den minsten reuk. Afwezig ; azijnzuur. 7. Het zout gegloeid wordende bleef onveranderd. Afwezig : wijnsteenzuur en organische bijmengsels. 8. Inde met HCI geneutraliseerde oplossing, ontstond Na toevoeging vaneen overmaat CaCl2 en daarop volgende koking geen praecipitaat van citroenzure kalk. Afwezig : citroenzuur. 9. Op eenige minder voorkomende zuren mijne aandacht vestigende bleek het mij , dat zij alle afwezig waren. Het aanwezige zout bleek derhalve te bestaan uit koolzuur en uit soda. Thans rees bij mij de vraag op : 's het enkelvoudig- of dubbel-koolzure soda? Daartoe vermengde ik de oplossing met eene sulphas Niagnesiae-oplossing . waarbij ik niet het minste praecipitaat waarnam , en aangezien wel de enkelvoudige carbonaten maar niet de dubbelkoolzure zouten magnesia-Nplossing praeoipiteeren , zoo bleek het mij dat het resultaat van mijn onderzoek was, -dat het aanwezige zout bestond uit Bicarbonas natricus. Tot nadere bevestiging en ten bewijze dat geen ander bijgemengd zout aanwezig was, gaf de oplossing, tot kristalschieting uitgedampt, kristallen , die allen aan het ïout eigen zijn, en door zwavelzuur ontleed en weder Nitgedampt, ontstonden er kristallen, die allen volkomen >n vorm overeenkwamen met die van sulphas natricus, Heb ik alzoo door chemische analyse gezien, dat het

Bullrich’s zuiveringszout niets anders is als bicarbonas natricus , ik heb er de hooge waarde der wetenschap uit leeren kennen, ais zijnde zij in staat geheimen te ontzegelen, en bedrog en misleiding aan den dag te brengen. Een ieder toch zal mij toestemmen, dat de waarde van 90 et. veel te hoog is, en zeer zeker zal ieder apotheker het volgaarne voor 40 et. afleveren , dan nog is de winst aanzienlijk te noemen ; wat overigens het gebruik van het aanbevolen zout betreft, het zal wel niemand schaden, en als zoodanig zal het waarschijnlijk meer goed dan kwaad te weeg brengen. Amsterdam. ' Een leerling-apotheker. In N°. 5 van den 2de" jaargang (28 Mei 1805) hebben wij reeds medegedeeld, dat wij bij het onderzoek van het universeel zuivering-zout tot hetzelfde resultaat zijn gekomen als de ons wel bekende leerling-apotheker. Wij hebben echter gaarne aan de beschrijving van den systematischen gang van zijn onderzoek plaats verleend, omdat eene dergelijke openbaarmaking bij het onderzoek van geheimmiddelen, tegenspraak van de zijden der verkoopers belet. Wij merken hierbij nog op, dat de verkoop van bicarbonas natricus niet beneden de hoeveelheid van 5 Ned. onsen aan partikulieren veroorloofd is. Wel Ed. Heer ! # Inde scheikundige bijdragen uit het Laboratorium van het Athenaeum Illustre te Amsterdam, geeft de hr. Adriaansz. als zijn gevoelen te kennen, dat het magisterium bismuthi der apotheken hoogst waarschijnlijk altijd arseuik bevatten zoude. De heer Adriaansz. heeft nl. uit zes verschillende apotheken te Amsterdam, magisterium onderzocht, en alle arsenikhoudend bevonden, zonder echter mede te deelen, of die van verschillende kantoren afkomstig waren. Het is toch genoeg bekend , dat, hoewel hierop uitzonderingen bestaan, de meeste apothekers magisterium bismuthi uit den handel gebruiken. Volgens ons onderzoek in het scheikundig Laboratorium te Deventer is het ons echter gebleken , dat van vier soorten van magisterium, van verschillende kantoren , slechts ééne, en wel vaneen buitenlandsch handelshuis , arsenik bevatte, zoodat het ons voorkomt, dat het aanwezig zijn van arsenik in magisterium bismuthi niet zoo algemeen is, als uit de mededeeling van den heer Adriaansz. zou blijken. Bij die soort, welke arsenikhoudend was, verkregen wij . gebruik makende van het apparaat van Marsh, twee zeer duidelijke spiegels en talrijke vlekken. Door het opnemen van bovenstaande in uw geacht weekblad , zult u zeer verplichten C. H. N. Smits. W. A. L. Legebeke. L. J. van deu Harst. Deventer, 27 Jan. 1868. Hulp apothekers. LOODHOUDENDE ammonia. De heer Eischer, apotheker te Leiden, meldt ons, dat

Sluiten