is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 4, 1867-1868, no 51, 19-04-1868

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behandeling van joodmethyl met bimethylamine , verder bij behandeling van codeïne en narcotine met potassahydraat, ook uit urine; zij wordt gevonden in den hariugpekel, en inde natuur gevormd aangetroffen inde bloemen van Pyrus communis, Crataegus monogyna, Sorhus aucuparia , Crataegus oxyacaniha, in de bladen van Chenopodium vulvaria, in Secale cornutum, in het sap van den beetwortel. Hetgeen onder den uaam van propylamine als geneesmiddel voorkomt, is gewoonlijk verkregen uit haringpekel). XXIX. Tinctura nervina Bestusoheffii is voortdurend aan verandering onderhevig; evenzeer aqua laurocerasi , in weerwil dat steeds dezelfde hoeveelheid cyanogenium daarin bevat is. (De tinctura nerv. Bestusch. wegens de ontstane chlooraethers , de aqua laurocerasi wegens de oxydeerbaarheid van het daarin bevatte benzoylhydrure). XXX. Met eender beide goudpraeparaten der ; Pharm. Neerl. zoude men inde geneeskunde kunnen i volstaan en wel met bet chloretum aurioo-natricum , 7 j dat de voorkeur verdient boven het chloretum auricum. ; Dr. de L. IV. Kermes minerale is een praeparaat van zeer inconstante samenstelling. V. Zincum purura en nitras bismuthicus basicus kunnen niet bereid worden volgens het voorschrift der Pharm. Neerl. VI. De voorzorg der Pharm. Neerl. in het voorschrift van het oxydum hydrargyricum om de oplossing van kwik in salpeterzuur te verwarmen , totdat chloorwaterstofzuur geen neerslag voortbrengt, is overbodig. VII. De kleur, welke door de Pharm. Neerl. geeischt wordt van het sulphidum hypostibiosum , is in strijd met het voorschrift. (De rood-oranjekleur, die de Pharm. verlangt, is door de schrijvers waargenomen in het een of ander leerboek, bijv. van Berzelius, alwaar staat; „Das fein gesiebene Pulver des reinen Antimonsulfurets ist rothbrauu.” Wij hebben het onnoodig geacht commentariën te geven op de andere bovenstaande stellingen , waarin onjuistheden der Pharm. Neerl. voorkomen , dewijl wij deze als algemeen bekend achten en ze ook meermalen in bet Weekblad hebben besproken). VIII. Het is ondoelmatig het droge jodetum ferrosoferricum in geneesmiddelen toe te dienen. (In pillen of in mixturen kan het ex tempore bereid worden.) IX. Het voorschrift der Pharmacopoea Neerlandica bij de bereiding van het cyanetum hydrargyricum, om de oplossing van blauwzuur met kwikoxyde te schudden , totdat de reuk van het blauwzuur weggenomen is, is ondoelmatig. (Men zorge namelijk voor eene geringe overmaat van blauwzuur, dewijl men anders een oxycyanide verkrijgt). X. Het amygdalinum cum emulsione der Pharm. Neerl. mag het aeidum hydrocyanicum niet vervangen; evenmin mag het aqua ex amygdalino parata inde

plaats van aqua laurocerasi gegeven worden. (De waarheid dezer stelling werd reeds door ons aangewezen inde Handleiding tot het ondersoek der chemische | artsenijmiddelen van Dr. Schmidt, ten gebruike hij de Pharm. Deert, bewerkt en vermeerderd, in 1861 uitgegeven bij de HH. van der Post, zoo ook in N°. 9 van den Eersten Jaargang van dit Weekblad. Aequivalentisch berekend geven namelijk 457 deelen amygdalinum 37 deelen watervrij cyaanwaterstofzuur (17 deelen 1 deel). Lost men dus volgens het voorschrift der Pharm. 8 grein amygdalinum in 1 once zoete amandelmelk op , dan verkrijgt men eene vloeistof, die omstreeks % grein watervrij cyaanwaterstofzuur bevat [457 : 8 27: x; x = 0,473], maar geen % grein cyaanwaterstofzuur naar de indicata normader Pharm. Neerl. Onze Pharmacopoea noemt bij het Aeidum hydrocyaj nicum aqua solutum 3 verschillende graden van sterkte op ; zij beschrijft het als 3 procentig [1 : l/50] en als 2.4 procentig, wanneer zij namelijk verlangt, dat 100 deelen 13 deelen cyaanzilver = 3,4 deelen watervrij cyaanwaterstofzuur moeten opleveren [eene dubbelzinnigheid , die tot onze verwondering door geen der beide heeren wordt vermeld,] Eene oplossing van 8 grein amygdalinum in I once amandelmelk met een gehalte van bijna J/3 grein watervrij HCy, -is dus in sterkte gelijk aan 33 grein 3 procentig en aan 20 grein 3.4 procentig cyaanwaterstofzuur. De Pharmacopoea zegt nog : „het amygdalinum staat derhalve als 1: 1Ó , dat is, het zal tien malen zachter werken dan het cyaanwaterstofzuur.” Deze woorden zijn omstreeks waar, indien men 17 grein amygdalinum oplost in 1 once amandelmelk en deze oplossing vergelijkt met het cyaangehalte van 1 once aeidum hydrocyanicum Pharm. Neerl. 17 Grein amygdalinum toch geven 1 grein watervrij HCy, 1 once blauwzuur van 2% bevat 9,6 grein, 1 once blauwzuur van 3,4°/0 11,5 grein watervrij HCy. W'anneer de Pharm. verder zegt, dat eene oplossing van 3 grein amygdalinum in 1 once amandelmelk dezelfde hoeveelheid cyaanwaterstofzuur bevat als de aqua laurocerasi , spreekt zij onwaarheid. 3 Grein amygdalinum leveren ruim 0,17 grein watervrij HCy, terwijl 1 once aq. laurocerasi 0,4 grein watervrij HCy bevat. Om eene vloeistof gelijk in sterkte met de aqua laurocerasi te verkrijgen, zou men 6,8 grein amygdalinum in 1 once amandelmelk moeten oplossen). XIX. De analyses van bruinsteen hebben voor den fabrikant geene waarde, als daarbij geen vsatergehalte, noch de temperatuur, waarop het watergehalte bepaald is, wordt opgegeven. XX. Chloorhydraat (bij de bereiding van chloorwater bij 0° ontstaande) is eene verbinding van onderchlorigzuurhydraat met zoutzuur. Dr. v.d. B. XII. De voorschriften der Pharm. Neerl. ter bereiding van tinct. croci, tinct. guajaci volatilis, tinct. aloës comp, , extract, aloës, extract, helenii, ex-