is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 4, 1867-1868, no 51, 19-04-1868

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tract. cascarill. en pulvis Doveri eischen herziening. XIII. Het extract, cort. peruv. f. dur. en het extr, cort. peruv. rubri dur. der Pharra. Neerl. zijn overbodig. XXVI. Praeparaten van zoo inconstante samenstelling als syr. pap albi en chinoïdine moeten , zoo min mogelijk , inde geneeskunde worden gebruikt. XXVI. Het ware wensohelijk , dat de bereiding van extracten met behulp van stoom en verdamping in het luchtledige of in luchtverdunde ruimten meer algemeen werd toegepast, XXVII. De bereiding van de narcotische extracten „expressione paranda” door vermenging van hel ingedikte sap met een deel poeder van het gebezigde kruid, is ondoeltreffend. De alcoholische extracten verdienen de voorkeur en met deze kan men volstaan. XXXI. In vele gevallen verdient, voor de bereiding van zalven, cacaoboter, in vereeniging met amandelolie , de voorkeur boven axungia. XXXYIII. Het gebruik van methylalcohol, inde plaats van gewonen alcohol, mag inde Pharmacie slechts zeer beperkt zijn. XXXIX. De beste methoden, ter opsporing van methylalcohol , berusten op de vorming bf van acidura formicum bf van jodoform. Dr. de L. XI. Het is onduidelijk , wat de Pharm. Neerl. onder opium depuratum verstaat. (Behoeft geen commentaar !) XII. Het vereischte , dat de Pharm. Neerl. aan de extracten onder de algemeene voorschriften stelt, is in strijd met de voorschriften voor de bereiding van vele dier lichamen. (De afzonderlijke voorschriften van die extracten , welke vluchtige stoffen bevatten, maken het onmogelijk, dat het extract aan het vereischte voldoet, van „de geneeskrachten in zoo klein mogelijken omvang te bezitten.”) XIII. De meeste glycerine is verontreinigd met vetzuren. XIY. Geel was verdient in zalven de voorkeur boven wit was. Dr. v.d. B. XXXII. Plantaardige poeders mogen door den apotheker niet aangekocht, maar behooren onder zijn toezicht vervaardigd te worden. XXXIII. De pulvis jalappae , welke in vele apotheken voorkomt, is niet bereid van Convolvulm purga Wender, z. a. de Pharm. Neerl. verlangt, maar van eene bijsoort (Amerikaansche), vermoedelijk afkomstig van Convolvulus orizabemis Peil. XXXIV. Het is nog altijd onzeker aan welke soort van sarsaparilla, voor geneeskundig gebruik , de voorkeur moet gegeven worden, aan de S. Honduras of aan die van Vera Cruz. XXXV. De Oost- of West-Indisohe oorsprong van den cort. rad. granat. is niet door het uitwendig karakter te bepalen. XXXVI. In plaats van het „lactucarium Anglicanuro” komt inde meeste apotheken voor „lactucarium

Germanicum.” (Door de Pharm. wordt de stamplant verkeerd opgegeven). Dr. de L. XXV. Aan de wortels der Valeriana sylvestris moet uiteen geneeskrachtig oogpunt de voorkeur boven die der Valeriana palusiris gegeven worden. TWIJFEL OMTRENT DEN VERGIFTIGEN AARD VAN CONIUM MACULATXJM. Gedurende eenige jaren heeft eene (waarschijnlijk toevallige) vermenging der mericarpiën van Conium maculatum onder anijszaad de bezorgdheid van het publiek gaande gemaakt en aan de geneeskundige politie vrij wat werk gegeven. Nadat geruimen tijd het aldus vermengde anijszaad uit den handel scheen verdwenen te zijn ,is het inden laatsten tijd op nieuw te voorschijn getreden , zeker, doordien de handelaren den voorraad, dien zij wegens de algemeene waakzaamheid hadden ter zijde gesteld, nu weder, in kleine gedeelten onder goed anijszaad gemengd , aan den man zoeken te brengen. Te midden der nauwlettende zorgen eq ijverige nasporingen zal het zeker vreemd klinken te hooren, dat de vergiftige aard van Conium maculatum sterk in twijfel wordt getrokken. Het is van algemeene bekendheid , dat de giftbeker van Soorates wordt gehouden het sap van Conium te hebben bevat. Van deze geschiedkundige vergiftiging af, is de Coniumplant inde materia medica van alle volken als krachtig geneesmiddel opgenomen en hare reputatie de eeuwen doorgegaan tot op den huidigen dag. De Conium is voor de meest verschillende ziektevormen aangewend , maar steeds werd zij met de uiterste zorg als vergift bewaard en toegediend. Daar treden dezer dagen Dr. Harley , geneesheer aan het hospitaal van King’s College te Londen, en Hermingwai, apotheker te dier plaatse, op, en deelen hoogst belangrijke proeven mede, om aan te toonen, dat de Coniumplant niet alleen den vergiftigen aard mist, dien allen haar tot heden toeschreven , maar ook dat zij in de therapie bijna geheel onwerkzaam is. Twaalf, ja zelfs zestig grammen (3 al5 drachmen) eener tinctuur, bereid uit 1 deel coniumvruchtjes met 10 deelen alcohol, werden door eene jonge vrouw genomen, zonder dat zij er eenige andere werking van ondervond, als had zij eene dergelijke dosis gewonen alcohol genomen. Nauwkeurige waarnemingen door andere geneesheeren leverden hetzelfde resultaat op. Harley heeft vervolgens proeven op zich zelf genomen en wel met eene tinctuur, bereid uit Coniumvruchten, die een weinig vóór hare rijpheid waren ingezameld, omdat zij dan de grootste hoeveelheid coniine bevatten. Beginnende met eene dosis van 5 gram klom hij op tot het nemen van 60 gram der tinctuur , zonder eenige uitwerking. Harley twijfelde ,of de coniine wel inde tinctuur was opgenomen, hij analyseerde de tinctuur en verkreeg 5 centigram coniine uit iOO gram tinctuur. Hij had dus dit aloaloïde in eene duizendvoudig grootere hoeveelheid ingenomen, dan het inde therapie wordt aangewend. Coniumvruchtjes , verzameld uit de omstreken van Praag, van waar zij gewoonlijk inden handel worden gebracht, leverden geen ander resultaat op. Een aftreksel der bladen vertoonde zich even werkeloos, daarin werden slechts sporen van coniine aangetroffen. Alleen het versche sap bleek iets werkzamer te zijn. 13 Gram (3 drachmen) ineens genomen, veroorzaakten een weinig verwarring in het gezichtsvermogen ; bij eene dosis van 34 gram was dit duidelijker, er werd nu tevens eene zekere zwakte inde spieren waargenomen , maarde geest

Dr. de L.