is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 5, 1868-1869, no 5, 31-05-1868

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pharaiaceotiseh Weekllif) VOOH NEDERLAND. ONDER REDACTIE VAN R. J. OPWIJRDA, Apotheker te lijmegen.

Nftt Pharmaceutisch Weekblad wordt eiken Zaterdag uitgegeven hij den Boekhandelaar D. B. CENTEN ie Amsterdam. Prijs per jaargang, franco per post, f 4,50. Alle stukken, welke men in dit Blad wenscht opgekomen te zien, gelieve men franco in te zenden aan den Redacteur, onmiddellijk of onder couvert vanden Uitgever uiterlijk vóór Woensdag te Amsterdam of vóór Donderdag te Nijmegen. Prijs der advertentiën: Van 1 lot 6 Regels /‘l.—, elke regel meer 15 Cis., behalve het zegelrecht.

50 Jaargang. i ZOKDAG 31 Mei IS6S. \ 5.

Mededeellngen. Ingezonden stukken. Wij vernemen van goederhand, dat de Regeering aan burgerlijk geëxamineerde apothekers de gelegenheid zal aanbieden of reeds aanbiedt, om zonder nader examen als militair-apotheker 3de klasse in, dienst te treden. Men behoeft zich voor geen tijd te verbinden , maar kan eiken dag zijn ontslag aanvragen. Voor het overgaan tot hoogere rangen (en zie bier de schaduwzijde) blijft echter de bepaling, dat men zich aan de gebruikelijke examens voor de militaire commissie te Utrecht moet onderwerpen. Bij de goede vooruitzichten in het burgerlijke, betwijfelen wij dat de betrekking van 900 gulden velen zal uitlokken , of het moest zijn wegens den daaraan verbonden officiersrang. De pharmaceutische dienst bij het leger zal in haar geheel moeten worden gereorganiseerd, indien men wil, dat het corps militaire apothekers steeds met waardige leden compleet zal zijn. (Hierover nader). De heer X herinnert, dat voor eenigen tijd bij ministerieel besluit ook aan vrouwen het recht wordt toegekend , examen als leerling-apotheker af te leggen. Bij het toenemend gebrek aan hulp in onze apotheken had hy dit besluit toegejuicht, maar tot nog toe niet vernomen, dat zich iemand deze weldaad heeft ten nutte gemaakt. Hij gevoelt, dat het moeite zal kosten het publiek te gewennen aan een toestand, die met eigenaardige bezwaren gepaard gaat, dewijl het nog lang zal duren eerde op het Parijsche congres geuite wensch zal vervuld zijn, dat de receptuur ineen lokaal, van de straat afgescheiden, wordt uitgeoefend. Hij verlangt echter , dat bij de abnormale verhouding tusschen het getal apothekers en apothekersbedienden een middel wordt opgezocht, om meisjes tot leerling-apothekers op te leiden, eene betrekking , die zeker inde toekomst nog meer dan nu productief zal worden en, doordien zij tevens fatsoenlijk 18, voor burgermeisjes een gewenscht vooruitzicht oplevert. Als zoodanig middel zou naar zijne meening het est dienen het oprichten eener vereenigiug tot bevorde-

ring van het onderwijs inde Pharmacie aan meisjes. Wy antwoorden hierop het volgende : Het denkbeeld , om ook aan vrouwen de gelegenheid te verschaffen het radicaal van leerling-apotheker te verkrijgen, is het eerst van ons Pharmaceutisch Weekblad uitgegaan. Het werd overgenomen in het Tijdschrift voor geneeskunde; alstoen volgde de ministeriëele dispositie. Toen wij het denkbeeld opperden , hebben wij echter niet verzwegen, dat vrouwelijke hulp inde openlijke apotheken in steden om der kieschheid wille en bij onzen landaard geen bijval zou vinden. Wij hadden het oog op het verschaffen van wettige hulp inde apotheken der geneeskundigen , tot het leveren van geneesmiddelen bevoegd. Het was ons bij visitaties gebleken, dat de apotheken dier geneeskundigen het best in orde waren , alwaar zich vrouw of dochter de apotheek had aangetrokken en den man of vader bij heb gereedmaken der geneesmiddelen ter zijde stond. He receptuur is in die apotheken gewoonlijk tot eenige uren bepaald , zoodat er nog genoegzame tijd voor andere nuttige werkzaamheden, vooral van vrouwelijken aard, overblijft. Behalve de wettigheid, zou ook de spoed en nauwkeurigheid bij het alleveren der geneesmiddelen bij geneeskundigen zeer bevorderd worden , indien er meisjes gevonden werden, die het examen als’ leerling-apotheker met goed gevolg hadden afgelegd. De ministeriëele dispositie kwam 1.1. jaar kort vóór het afnemen van het examen. Niemand was dus voorbereid; alleen te Amsterdam had zich eeue vrouwelijke candidaat aangemeld , maar gaf vóór het afleggen van het examen te kennen , dat zij haar examen nog een tijd lang wilde uitstellen om zich voor te bereiden. onderricht zijn, zijn thans meerdere daaraan bezig. Hoe zal deze voorbereiding of opleiding kunnen geschieden ? Daartoe is werkzaamheid in eene apotheek gedurende eenigen tijd noodig, zooals ook de Wetgever getuigt. Alleen door onder doelmatige leiding in eene apotheek werkzaam te zijn, kan men de kennis en geschiktheid verkrijgen, noodig tot het gereedmaken van recepten,