Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pharmaceullsdi WwkHal VOOR NEDERLAND. ONDER REDACTIE YAN R. J. O.PWIJRDA, Apotheker te Nijmegen.

Het Pharmaceutisch Weekblad wordt eiken Zaterdag uitgegeven hij den Boekhandelaar D. B. CENTEN ie Amsterdam Prijs per jaargang, franco per post, f 4,50. Alle stukken, welke men in dit Blad wenscht opgekomen te zien, gelieve men franco in te zenden aan den Redacteur, onmiddellijk of onder couvert van den Uitgever uiterlijk vóór Woensdag te Amsterdam of vóór Donderdag te Nijmegen. Prijs der adverlentiën: Van 1 lot 6 Regels f I.—, elke regel meer 15 Cis., behalve liet zegelrecht.

ZOXDAG 6 September 1868.

Jf". 19.

5e Jaargang. j

Oe toepassing van art. 20 van Wet 111, h*" treffende het leveren van geneesmiddelen door medicinae doctores. Kort na de invoering der geneeskundige wetten is door de inspecteurs aan de geneeskundigen eene circulaire verzonden , waarbij aan de plattelands-heelmeesters herinnerd werd , dat zij geene geneesmiddelen mogen lederen op plaatsen, waar meer dan ééne apotheek bestaat, terwijl daarentegen de medicinae doctoren op het vroegere platteland bij het invoeren der wet gevestigd, bevoegd zijn verklaard, om aldaar overal zonder uitzondering aan hunne patiënten geneesmiddelen te blijven leveren. Daardoor heeft zich het geval voorgedaan , dat plattelands-heelmeesters op sommige plaatsen, alwaar zij 10, 30, sommige bijna 30 jaren geneesmiddelen geleverd hadden, genoodzaakt zijn geworden dit te staken, omdat zich aldaar meer dan ééne apotheek bevond, terwijl op diezelfde plaatsen de medicinae doctores konden blijven voortgaan met het leveren van geneesmiddelen. Een plattelands-heelmeester in Zuid-Holland meent zich door deze uitlegging der geneeskundige wetten in zijne rechten tegenover de medicinae doctoren verkort en vraagt ons advies. Wij antwoorden hierop, dat art. 30 der wet, regelende de uitoefening der geneeskunst, niet alleen iu Zuid-Holland , maar in alle provinciën op gelijke wijze, als boven beschreven, is toegepast en onzes inziens niet anders kan toegepast worden.. Dit art. 20 handhaaft oude rechten, door aan de geneeskundigen, die bij de invoering der wet tot het leveren van geneesmiddelen bevoegd waren , die bevoegdheid te doen behouden , zoolang zij in die plaats gevestigd blijven, waarin zij op dat tijdstip gevestigd waren. Wie nu waren deze geneeskundigen , bevoegd tot het leveren van geneesmiddelen?: Plattelands-heelmeesters ; 2». Medicinae doctoren ; beide echter onder de volgende restricties ; I°. Aan plattelands-heelmeesters werd , volgens art. 7

der wet van 13 Maart 1818 (Stil, n°. 16) en art. 2 der instructie van 31 Mei 1818, toegelaten geneesmiddelen te leveren en toe te dienen, uitgenomen, volgens het uitdrukkelijk verbod in art. 5, „zich nederzettende in plaatsen, waar meer dan ééne apotheek gevestigd is. Op deze bepaling van art. 5 is niet altijd acht gegeven , de instructie is herhaaldelijk, en, wij moeten tot onzen spijt zeggen, straffeloos overtreden. Toen het nu op de kwestie van bevoegdheid volgens art. 20 aankwam, sprak net van zelf, dat de uitvoerders der nieuwe wet deze overschrijding niet goedkeuren of bevestigen mochten, maarde bevoegdheid binnen hare wettelijke grenzen moesten terugbrengen. 2°. Aan medicinae doctoren w-erd volgens art. 5 der wet van 27 Maart 1838 (,Stbl. n». 10) toegestaan, om op grond van het door hen als zoodanig verkregen academisch diploma, ten platten lande of in steden, waar geene plaatselijke commissie van geneeskundig toevoorzioht gevestigd was , aan hunne patiënten geneesmiddelen te leveren , zonder evenwel open apothekerswinkel te houden. Geen twijfel dus, dat art. 20 door de uitvoerders der wet toepasselijk is verklaard op alle medicinae doctoren, die tijdens de invoering der wet op zoodanige plaatsen gevestigd waren ; zij mogen aldaar blijven voortgaan geneesmiddelen te leveren , echter uitdrukkelijk aan hunne eigene patiënten, en niet, zooals de plattelandsheelmeester volgens art. 21 zijner instructie, ook op recepten van 'andere geneesheeren ; zij mogen geen open winkel houden, zoodat de gewone handverkoop in geneesmiddelen almede niet tot hunne competentie behoort. Onze inzender meent dat het woord „toegestaan,” in art. B der wet van 27 Maart 1838 opzettelijk cursief gedrukt, niet gelijk kan gesteld worden met de bevoegdheid , die zijns inziens de plattelands-heelraeester bezat. Maar wij lezen immers in art. 7 der wet van 13 Maart 1818 en in art. 2 der instructie van 31 Mei 1818 voorde plattelands-heelraeesters ook enkel, dat zij waren „toegelaten.” Dit woord is nu wel niet cursief gedrukt

Sluiten