is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 5, 1868-1869, no 19, 06-09-1868

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij het onderzoek mijner apotheek vermeend heeft proces-verbaal tegen mij te moeten opmaken, op grond eener in mijnen winkel hangende annonce van Keatings Cough Lozenges, en eene verklaring mijnerzijds, dat ik dit geneesmiddel voorhanden had. Na de zoo droevige figuur, die genoemde heeren bij de behandeling dezer zaak voor de Eegtbank alhier hebben gemaakt en waarbij daghelder werd aangetoond , dat en in die annonce, èn in die verklaring geen enkele grond voor vervolging aanwezig was, had ik , inde plaats van het commissielid zijnde , aan een verstandig zwijgen de voorkeur gegeven boven een kinderaohtig toch gelijk willen hebben in eene zaak, waarin de bevoegde autoriteit reeds eene uitspraak gedaan heeft, die door ieder , behalve door de beide heeren, met ingenomenheid werd begroet. Ik kan mij zeer goed voorstellen dat, wanneer men , zooals dit met den beer Robertsen het geval was, voor ’t eerst lid is van zoodanige commissie van onderzoek, zich meer of min teleurgesteld gevoelt, wanneer’t eerste proces-verbaal, dat men in die kwaliteit opmaakt, wegens een voornaam gebrek inden vorm tot geene vervolgingen leiden kan , vooral als men daarbij nog de onaangename gewaarwording opdoet van in dezen ijver zonder verstand een niets kwaads vermoedend hoogleeraar tot zijn raedepligtige te hebben gemaakt, maar is ’t wonder dat men met daarop terug te komen het verwijt niet meer kan ontgaan , dat de laatste dwaling erger is dan de eerste , want Waarlijk van welke zijde men de zaak ook beschouwt en hoe geruststellend de waakzaamheid van dit ontzettend onvolledig staatstoezicht voor het publiek ook moge zijn, ontkend worden kan het niet, dat de commissie in gebreke gebleven is te doen wat zij in de eerste plaats had behooren te doen, namenlijk zich persoonlijk te overtuigen , dat in mijne apotheek aanwezig was een geheim geneesmiddel, waarvan de verkoop aan ieder behalve aan den apotheker vergund is. „Dit ware van achteren gezien heter geweest'’ zegt de schrijver; naar mijn oordeel ware het beter geweest als men dit van te voren gezien had, want dan zou men tot de overtuiging gekomen zijn, dat ik het geïncrimineerde geneesmiddel niet voorhanden had, men zoude mij ter goeder trouw geene onware verklaring hebben laten zeggen of schrijven , en de Regtbank de moeite van de behandeling dezer zaak hebben bespaard. De omstandigheid , dat men iets heeft gezien , was naar mijne bescheiden meening tot hiertoe nog altijd de eerste voorwaarde om iets te kunnen constateren ; het geachte commisielid schijnt intusschen van eene andere opinie , die al het aantrekkelijke heeft van de nieuwheid , hij meent ook zonder te hebben gezien te kunnen constateren , zoo als blijkt uit het slot zijner mededeeling , eene gave , die hem naar mijn oordeel totaal ongeschikt maakt voor het opmaken van processen-verbaal in welke kwaliteit ook. Over mijne dagelijksohe couranten-annonees , die er als met de haren worden bijgesleept, bewaar ik het stilzwijgen , omdat zij tot de onderwerpelijke kwestie in hoegenaamd geen verband staan.

Maar reeds genoeg, indien maar niet te veel over eene zaak , die maar zeer voorbijgaande mijne belangstelling beeft gaande gemaakt, en door de bedoelde mededeeling wederom als uit den sluimer gewekt werd. Met de meest stellige verzekering, dat ik voor deze aangelegenheid geene meerdere ruimte in uw geacht weekblad meer vragen zal , heb ik de eer hoogachtend te zijn , Mijnheer de Bedacteur, ’s Hage, Uw. Dw. Dienaar den 39 September 1868. J. L. T. C. Snabilie. Verscheidenheden. De merkwaardige reductie van koolzuur tot zuring zuur, in het laboratorium van Dr. Kolbe te Leipzig , waarvan onlangs zelfs de gewone dagbladen gewaagden, heeft op de volgende wijze plaats. Men leidt ineen kolfje, waarin zich zuiver, van de bruine huid bevrijd , sodium met versoh uitgegloeid droog kwartszand bevindt, een snellen stroom koolzuurgas en verhit op een zandbad omstreeks tot het kookpunt van het kwikzilver (360°). Het gesmolten, sodium vormt bij het omroeren door middel van eene gebogen glazen staaf met het zand eerst een zilverglanzenden half vloeibaren brij. Wanneer de reactie begint , loopt het purperrood aan en na verloop van eenige uren is alles in eene donkere poedervormige massa veranderd, die slechts op enkele plaatsen metaalglans vertoont. Men moet vooral op het einde der bewerking voorzichtig zijn, met te sterk te verhitten , dewijl anders het product al glimmende ontleed wordt. De bekoelde massa wordt op een vlak bord uitgespreid, opdat het overvloedig sodium zich langzaam oxydeert, dan met water uitgetrokken, met azijnzuur oververzadigd en uit het Altraat het zuringzuur door middel van chloorcalcium neergeslagen. De neerslag is meestal bruinachtig. Door oplossing in zoutzuur en neutralisatie der heet gefiltreerde oplossing met ammoniak verkrijgt men het zout als een sneeuwwit poeder. Uit 60 gram sodium worden op deze wijze 6 gram zuivere zuringzure kalk verkregen. Dr. Drechsel heeft door de analyse bevestigd , dat het zout werkelijk zuringzure kalk is en bovendien het zuringzuur zelf daaruit afgescheiden. Hij heeft later bevonden , dat tweeprocentig potassiumamalgama , ineen stroom koolzuur tot het kookpunt van het kwikzilver verhit, het koolzuur snel absorbeert en eene aanzienlijke hoeveelheid zuringzure kalk geeft. Hildebrandt heeft door onderscheidene proefnemingen met maïsplanten en waarnemingen aan kalvijnappels het bewijs gevonden voor den, door Darwin aangewezen, directen invloed van het vreemde pollen op den aard van de daardoor voortgebrachte vrucht. Hij meent, dat deze invloed niet kan bestreden worden ; doch waarschijnlijk heeft hij slechts bij uitzondering en hoofdzakelijk slechts tussphen zeer nabij verwante soorten of variëteiten plaats. Het roesten van het ijzer, waarvan men de oorzaak gewoonlijk inde inwerking van zuurstof, koolzuur en water zoekt, is volgens Fróde waarschijnlijk toe te schrijven aan de werking der salpeterzure ammonia inde lucht. Hij