is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 5, 1868-1869, no 30, 22-11-1868

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pharmaceutiscii Wddwi VOOR NEDERLAND. ONDER REDACTIE TAN R. J. OPWIJRDA, Apotheker te Nijmegen.

Het Pharmaceutisch Weekblad wordt eiken Zaterdag uitgegeven hij den Boekhandelaar D. B. CENTEN te Amsterdam. Prijs per jaargang , franco per post, f 4,50, Alle stukken, welke men in dit Blad wenscht opgenomen te zien , gelieve men franco in te zenden aan den Redacteur, onmiddellijk of onder couvert van den Uitgever, uiterlijk vóór Woensdag te Amsterdam of vóór Donderdag te Nijmegen. Prijs der advertentiën: Van i tot 6 Regels fl.—, elke regel meer 15 Cis., behalve het zegelrecht. 5e Jaargang. \ EOjVÏSACI 23 Sovcmlier 1808. | V" 30.

Mededeelingen. Ingezonden stukken. In het voorlaatste No. van het Ph. W. vond ik vermeld van eene moeder te Parijs, die baar kind door vergissing met Laudanum heeft vergeven , niettegenstaande een geteekend signatuur voorzichtigheid aanbeval *). Elixir acidum Halleri wordt, zonder meer, dikwijls voorgeschreven , een middel, dat vrij wat gevaarlijker is dan laudanum, daar het proeven er van reeds schadelijk en gevaarlijk is en zelfs de aanraking met de huid op teedere plaatsen, bijv. de oogen , noodlottige gevolgen kan hebben. Ook baat hier geen blaSw signatuur (hetgeen voor inwendig gebruik natuurlijk niet eens gebezigd wordt), daar een droppel langs het fleschje genoeg is, om het ervan te verwijderen j er voor waarschuwen baat bij min vermogenden ook niet, waar zelfs sluiting ontbreekt, en kinderen overal gereeden toegang hebben. Zou het niet goed zijn geneesheeren hierop opmerkzaam te maken , en hun in overweging tè geven , of het niet beter zou zijn dit middel niet onvermengd voor te schrijven ? De reden, die mij tot bovenstaande opmerking geleid heeft, is , dat hier ter stede, eenigen tijd geleden, aan eene vrouw door eeue oppasster een lepel Elixir Hallen werd toegediend , in plaats van 01. riciui, die zij meende te geven , hetgeen den dood al spoedig ten gevolge had. W. C. Wij vereenigen ons gaarne met deze opmerking van den geachten inzender. Het voorschrijven van sterk werkende geneesmiddelen inden droppelvorm is reeds nadeelig, omdat de omvaug der droppels naar den aard der vloeistoffen en den vorm van het droppelval verschilt, maar het wordt het hier temeer, omdat men niet op nauwkeurigheid van de zijde des publieks kan staat maken, en te groote hoeveelheden dezer middelen onder het bereik van onkundigen brengt. Eed. *) Als drukfout is aldaar op den 2deu regel het woord »inwendig’* in plaats van * uitwendig” ingeslopen. Mijnheer de Redacteur! In het nummer van Zondag 11. komt in uw geacht blad

ouder de ingezonden stukken eeue aankondiging voor, die alles behalve aangenaam voor de vijf onlangs aaugestelde militaire apothekers zijn kan. Onder dit getal behoort ook de ondergeteekende , en ofschoon hij niet een dergenen is van het tweetal , van wier onbekwaamheid de Heer Geerts zoo ten volle schijnt overtuigd te zijn, wordt van allen toch gezegd, dat zij niet alleen den schijn tegen zich hebben , maar het bewijs hebben geleverd van bf ongeschikt te zijn bf tegen een weinig studie te hebben opgezien. Het is daarom, dat ik vermeen het stilzwijgen niette mogen bewaren , maar tot den heer G. de vraag te moeten richten , met welk recht hij over de bekwaamheden van drie hem onbekende personen oordeelt (ten minste is de heer G. mij onbekend). Eene beoordeeliug zal eerst dan mogelijk zijn, wanneer een examen voor 3de klasse moet afgelegd worden en alsdan het bewijs wordt geleverd of zij de vereischte bekwaamheden missen ; wij zullen dan ook den goeden raad van den heer G. , om nogmaals vrijwillig het bepaalde examen voor Apotheker 3e klasse af te leggen , niet opvolgen, daar wij voor ons overtuigd zijn , ten volle de bekwaamheden te bezitten , die voor onze tegenwoordige betrekking worden gevorderd. Waarom de heer de Koo van Alderwerelt de aanstelling vaneen der meergenoemde apothekers in Leeuwarden eene onverantwoordelijke daad, ja, eene handeling noemt, die de sohromelijkste gevolgen na zich kan slepen, en waarmede ook de heer G. instemt, is mij niet recht duidelijk, daar ik de leiding en verantwoording eener burgerapotheek gelijk, zoo niet hooger dan die eener militaire stel. In vele andere opzichten ben ik het met de ingezonden stukken van den heer G., inden nieuwen Militairen Spectator geplaatst, volkomen eens , om onder vele wensohelijke verbeteringen slechts de tegenwoordige tisaniers, het door, den eerst-aanw. offic. van gez. voor gezien teekenen van onze stukken de verantwoording betreffende, te noemen. Hoor verandering inde uniform en het te-