is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 5, 1868-1869, no 40, 31-01-1869

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5.1 De .Jkimutaen voor water, alcohol, aether, azijnaether en glycdrflie volgens de nieuwe beschouwingen en aanduiding verwantschap tusschen deze Lichamen ónd€/*lkander. Ëèschijg'ving der kunstmatige bereiding van ureum. 7. Bereiding en samenstelling van het melkzuur. 11. Botanie en Materia medio a (Prof. Bentley). Schriftelijk: 1. Structuur en gedaante der zetmeelbolletjes. De kenmerken van Westindisch arrowroot of maranta-zetmeel tot onderscheiding van sagomeel en van aardappelzetmeel. 3. De structuur van den schors van den stam der Dicotyledonen. 3. Definitie der benamingen : cormus , bulbus , tuber, rhizoma enz. 4. Beschrijving van de verschillende standen der bloem en van de benamingen ; racemus, panioula, spica, corymbus enz. 5. De officinale plantffa uit de familie der Eutaceën. Opgave van de natuurkundige en scheikundige kenmerken van den cusparia-bast en zijne onderscheiding van dien van strychnos nux vomica. 6. Do officinale planten uit de familie der Compositae. Opgave van het botanisch karakter der bloemen van Anthemis nobilis en hare onderscheiding van Matricaria, Parthenium en Chamomilla. 7. De officinale planten uit de familie der Laurineën. Opgave der botanische en geographische bronnen der kamfer, hare kenmerkende eigenschappen en de onderscheiding der Sumatra-kamfer van de kunstmatige. 8. Verklaring der methode, hoe men aloë zeer zuiver verkrijgt. Opnoeming der planten , waarvan de officinale aloësoorten afstammen en beschrijving der onderscheidingskenmerken van succotrina, barbados, leveraloë en Kaapsche aloë. 9. De voornaamste kenmerken van de natuurlijke familiën der Kutaceën , Malvaceën , Umbelliferen, Solaneën, Scrophularineën en Liliaceën. Mondeling: De volgende planten werden den candidaten voorgelegd. Naam , natuurlijke familie en eigenschappen , beneveng belangrijke eigendommelijkheden moesten worden opgegeven : Aconitum paniculatum , Eaphanus Eaphanistrum , Althaea officinalis , Malva sylvestris, Ecbalium officinarum , Poeniculum vul ga re, Aethusa Cynapium, Conium maculatum , Anthemis nobilis , Artemisia Absynthium , Carthamus tinctorius, Digitalis purpurea, Verbascum nigrum , Lathyrus latifolius , Atropa Belladonna, Nicotiana ruslica , Solanum nigrum , Datura Stramonium , Capsicum annuum, Solanum Dulcamara, Solanum Dulc. var. alb., Mentha viridis , Origanum vulgare , Marrhnbium vnlgare, Lavendula vera, Eicinus communis. 111. Practische scheikunde (Prof. Altfield.) 1. Analyse eener oplossing, bevattende eender metaalzouten , inde geneeskunst in gebruik. 3. Onderzoek vaneen poeder, een mengsel van in gebruik zijnde metaalzouten.

3. Onderzoek op een mengsel, te beschouwen als uitgebraakte stoffen , waarin men de volgende vergiften vermoedt: kwikzilver, arsenik , antimoon, lood, koper, zuringzuur, cyaanwaterstofzuur. Bepaling welke dezer stoffen aanwezig is. 4. Onderzoek op urine en bepaling of zij al dan niet normaal is. 5. Bepaling van het alcoholgehalte eener tinctuur. Van de 22 candidaten hebben 10 het examen met voldoenden uitslag afgelegd. Aan degenen, welke bijzonder hadden uitgeblonken, werden prijzen uitgereikt. Om aan hunne assistenten den noodigen tijd te verschaffen tot het aanleeren der vereisohte kundigheden, hebben inde stad Dundley de apothekers gezamenlijk het besluit genomen hunne winkels des avonds, met uitzondering van Maandag en Zaterdag, ten 8 ure te sluiten. (De heeren principalen blijken dus persoonlijk zich niet sterk met de werkzaamheden in hunne zaak bezig te houden.) Inde nieuwe Engelsche wet worden de apothekers met een tal synoniemen aangeduid : Chemist, Druggist, Chemist and Druggist , Dispensing Chemist, Dispensing Druggist, Pharmacist en Pharmaceutist. Tegen deze laatste benaming komen de philologen op. Zij beweren , dat het stamwoord is ; „pharmaoy” (het Grieksche wortelwoord is 53xpy.vx) en dat dus de man, die het vak uitoefent , moet heeten „pharmacistterwijl „pharmaceutical” slechts een adjectivum kan zijn. NIEUWE ALCOHOLOMETEB. Een nieuwe alcoholometer, onlangs uitgevonden door Berquier en Limousin, is gegrond op het feit, dat de droppels eener alcoholische vloeistof zooveel te kleiner zijn, naar gelang de vloeistof rijker is aan alcohol en zooveel te grooter, naarmate de vloeistof meer water bevat. Het instrument bestaat uit eene buis, van 30—35 centimeters lengte, die aan beide zijden open is en waarvan de binnenste doorsnede 1 millimeter bedraagt. Het eene einde staat in verbinding met eene kleine zuig- en perspomp , waardoor de vloeistof, welke men onderzoeken wil, inde buis wordt gezogen. Laat men nu aan het andere einde een bepaald aantal droppels afloopen, dan kan men uit den stand der terugblijvende kolom vloeistof in de buis , het grooter of kleiner volume der droppels en gevolgelijk het alcoholgehalte berekenen. Gesteld, de buis zij met water gevuld geweest, dan zou na het uitvloeien van 10 droppels de kolom vloeistof tot op 2 centimeters dalen, terwijl na het uitvloeien van 10 droppels alcohol pur. de vloeistof nog op 19 centimeters zou staan. Een bijzonder voordeel van dit instrument bestaat daarin, dat zijne scherpte toeneemt, naarmate eene vloeistof aan alcohol afneemt, zoodat het duidelijk zichtbaar is , wanneer men 1 procent alcohol bij het water heeft gevoegd. Dewijl inde vloeistof opgeloste stoffen, zooals water, zouten enz., aan de nauwkeurigheid der onder-