is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 5, 1868-1869, no 48, 28-03-1869

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als klerken aan, die vooruit weten , dat zij het niet lichtelijk tot chef zullen brengen , maar naderhand als boekhouders enz. kunnen optreden. Waarom zou men ook inde pharmacie een dergelijken ondergeschikten stand niet kunnen creëeren ? Men bericht ons, dat het voorstel van het Bestuur door het Amsterdamsche departement is aangenomen, maar maakt ons tevens de opmerking, dat het opleiden van dergelijke jongelieden inde apotheek allicht aanleiding zal geven tot vervolgingen, zooals er eene in No. 47 is vermeld, waarbij (niet de apotheker maar) een jongeling is veroordeeld, omdat hij recepten in gereedheid heeft gemaakt, zonder het bij de wet vereischte examen te hebben afgelegd. Wij hebben dit bericht overgenomeu, zooals het inde dagbladen stond. Wij zullen echter trachten nadere bijzonderheden omtrent de oorzaak tot deze vervolging in te winnen , daar wij niet twijfelen , of deze is zeker van zeer bijzonderen aard geweest. Het geval toch doet zich meer voor, dat inde apotheken ongeëxamineerde jongelieden recepten gereed maken en, vindt het Amsterdamsche plan bijval, dan zal zulks zeker veel geschieden. Naar onze meening mogen dergelijke jongelieden recepten gereed maken , maarde apotheker moet er zelf bij tegenwoordig zijn , of et althans het oog op kunnen houden. De jonge mensch moet als het ware de hand zijn, waarmede de apotheker werkt, want het geschiedt geheel voor de verantwoordelijkheid van den laatsten. Wij verwijzen naar de uitgebreide behandeling van dit onderwerp in No. 35 van den vorigen Jaargang. Ook zou naar onze meening de tegenwoordigheid vaneen hulp-apotheker of geexamineerdeu leerling-apotheker (voor zoover de bevoegdheid van dezen laatsten reikt) kunnen volstaan. Door den heer J. A. P. van Deinse, apotheker te Middelburg, is medegedeeld, dat eenige soorten van Engelsche biscuits hem bij onderzoek gebleken zijn 10 a 13 proc. kryoliet te bevatten. Prof. Gunning daarentegen heeft bericht, dat zich onmiddellijk na de mededeeling, door den heer van Deinsein de dagbladen geplaatst, bij hem hebben vervoegd de h.h. Orobio de Gastro en Cie., te Amsterdam , agenten van de Londensche firma Peek , Frean en Oie., welke 13 soorten van biscuits, door deze firma vervaardigd, alsmede 10 andere van de twee firma s, die met eerstgenoemde verreweg de grootste hoeveelheid van dit artikel hier te lande invoeren, namelijk Haykock en Cie. te Liverpool en Huntley en Famers te Eeading, ter zyner beschikking hebben gesteld. Geen van deze 33 soorten bleek bij onderzoek eenig fluoormetaal of ander vervalschingsmiddel (gips, China Clay en anderen) te bevatten. Een belangstellend lezer vraagt; „Zou men te Middelburg andere biscuits verkoopen als te Amsterdam, of omgekeerd? Niet waarschijnlijk, dunkt hem. Wie heeft hier gelijk? Het is zijn wensch, en hij meent, dat het in het algemeen belang is, dit in het Pharm. Weekblad

te zien uitgemaakt. Wij vereenigen ons met dien wenscb en wachten daaromtrent gaarne nadere inlichtingen in. Wij voegen hierbij, dat wij het dusgenaamd Hongaarsch meel, hetwelk inden laatsten tijd in zoo groote hoeveelheid hier te lande aangevoerd en tot brood verbakken wordt, aan een scheikundig onderzoek hebben onderworpen , maar inde zeer geringe hoeveelheid asoh , die na volkomen verbranding terugbleef, geene vreemde anorganische bestanddeelen hebben aangetroffen. Als eenvoudig middel, om delfstoffelijke vervalschingen in meel te ontdekken, maken wij eindelijk nog opmerkzaam op eene aanwijzing van Debourge , voorkomende in Les causeries du dimanche sur les principales falsifications des substances alimentaires et de plusieurs autres produits a Vusage de Vhomme. Hij beveelt daartoe het chloroform aan. Men neemt eene glazen buis van 3 centimeters diameter en van eene lengte van 15 a 20 centimeters, aan de eene zijde gesloten (reageerbuis). Men doet er 5 a 10 gram meel in, voegt chloroform bij, sluit met eene kurk en schudt duchtig om, ten einde alles te vermengen. Nu laat men het mengsel in rust. Het lichtere meel zal het bovenste gedeelte der buis innemen, terwijl de delfstoffelijke bijvoegsels ten bodem zakken. Dit is zelfs het geval met den aluin, indien deze tot vervalsching heeft gediend. Naar aanleiding , ook van het vonnis geplaatst in het laatste nommer, wordt ons de vraag gedaan ; „Mogen de apothekers alleen die artikelen, genoemd als vergiften bij Koninkl. Besluit (Staatsbl. no. 125) , inde vergiftkas bewaren, of moeten zij het ook op, andere geneesmiddelen , die zij als vergiften beschouwen , toepassen ? Bijv., schrijft men ons, „bruoine wordt niet in die lijst genoemd en toch zal ieder apotheker bruoine in zijne vergiftkas plaatsen.” De 3de alinea van art. 7 van Wet IV geeft volledig antwoord op deze vraag ; „De vergiften ,” heet het aldaar, „inde Nederlandsehe pharmacopoea niet opgeroemd , welke de apotheker voorhanden heeft, worden in dezelfde kast of kasten bewaard.” Nu erkennen wij gaarne , dat de definitie van vergift zeer rekbaar is en de apotheker zich bij het plaatsen van eene minder schadelijke stof inde vergiftkas zou kunnen verontschuldigen door de verklaring, „dat zij volgens zijne overtuiging tot de vergiften behoort.” In dergelijke kwestieuse gevallen zou de rechter uitspraak moeten doen , na het gevoelen van deskundigen te hebben ingewonnen. Dit heeft echter enkel betrekking op zelfstandigheden, niet inde Pharmacopoea Neerlandica genoemd. Ben middel, genoemd inde Pharmacopoea maar niet voorkomende op de ministerieele lijst, behoort niet in de vergiftkas. ' COKALLINE. Coralline is even als paeonine eene roode kleurstof, verkregen uit het carbolzuur (phenylalcohol), door dit met arsemkzuur of met zwavelzuur en zuringzuur te verhitten.