Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de bekendmaking van den Minister van Binnenlandsche Zaken van 10 November 1865, N°. 273 ; dat hun daarna bij het quantitatief onderzoek van de beide andere koekjes is gebleken, dat zich in het eene dier koekjes bevond 0,16 en in het andere 0,13 gram santoninum, welk gering verschil alleen is toe te schrijven aan de verschillende in deze gevolgde methoden, terwijl alsnu de hoeveelheid santoninum in het derde koekje, gemiddeld genomen, kan gesteld worden op 0,14 gram, zoodat dus inde drie tabletjes tezamen 0,42 gram, gelijkstaande met 0,42 Ned. wichtje, santoninum aanwezig was; dat het gewicht der drie tabletjes zelven bedroeg 99 gram of Ned. wichtjes; dat in het andere pakje mede drie tabletjes chocolade, gewikkeld in bladtin, aanwezig waren; dat zich bij het qualitatief scheikundig onderzoek van deze chocolade een praecipitaat afzette, dat bij verder onderzoek bleek chinine te zijn; dat niet met zekerheid kan uitgemaakt worden, of het was chininum purum, dan wel sulphas chinini of, wat hetzelfde is, sulphas chinicus basicus, omdat inde chocolade zelve, even als in de sulphas chinini, eenig zwavelzuur voorkomt, doch het waarschijnlijk sulphas chinini gew'eest is, dat echter beide zelfstandigheden voorkomen inde bovenbedoelde bekendmaking van den Minister van Binnenlandsche Zaken; dat de bevondene chinine, wegens hare geringheid, voor een quantitatief onderzoek onvatbaar was, doch het zeker is, dat de quantiteit chininum purum was verre beneden de 10 wichtjes, en, zoo de chinine inden vorm van sulphas chinicus basicus inde chocolade is gemengd, van die zelfstandigheid zeker in eene mindere hoeveelheid dan van 5 lood in het bewuste pakje chocolade aanwezig wras; 0,, dat de bekl. heeft erkend, dat hij zoodanige pakjes chocolade met omslag en étiquette als de hem ter audiëntie vertoonde in zijn winkel te koop heeft, en hij ook van beide pakjes heeft verkocht mogelijk aan den eersten en tweede get., hetwelk hij zich echter niet met zekerheid kan herinneren; dat hij is noch apotheker, noch drogist, noch geneeskundige , doch hier ter stede depothouder van den heer F. Stollwerck, fabrikant in chocolade te Keulen, yan wien hij de verschillende pakjes chocolade ter verkoop ontvangt; dat hij niet wist, dat de verkoop van die voorwerpen bij de Wet was verboden, en in het vertrouwen daarop de hem vertoonde circulaire aan de geneeskundigen hier ter stede heeft gezonden; 0., dat de omslagen der twee pakjes chocolade, ter terechtzitting als stukken van overtuiging aanwezig, door de getuigen worden herkend voor dezelfde als die, welke zij bij den bekl. hebben gekocht of welke door hen zijn onderzocht; 0., dat mitsdien door de verklaringen der gehoorde getuigen, in onderling verband en samenhang genomen, toegelicht door de zoowel schriftelijke als mondelinge opgaven der deskundigen, waarmede de Eechtbank zich vereenigt, en de gedeeltelijke bekentenis van den bekl wettig en overtuigend is bewezen, dat de bekl., die geen apotheker, drogist of geneeskundige is, op 29 Juni 1868 in zijn winkel te Utrecht heeft verkocht een pakje zoogenaamde santonin-chocolade, waarin bevonden is aanwezig te zijn 0.42 Ned. wichtje santoninum, en op 30 Juni daaraanvolgende een dergelijk pakje zoogenaamde chininchocolade, waarin zich bevond eene wegens hare geringheid niet te bepalen hoeveelheid chininum of sulphas chinini, doch stellig verre beneden 15 wichtjes chininum purum of beneden de 5 lood sulphas chinini; 0., dat, bij bekendmaking van den Minister van Bin-

3 nenlandsche Zaken dd. 10 November 1865, geplaatst in v de Staats-Couranten van 19 en 20 November 1865 , N°. – 273, in voldoening aan de bepalingen van Art. 7en 30 1 der TV et van 1 Juni 1865 (Stbl, Nfl 61), een commissie – van deskundigen gehoord, is vastgesteld de lijst van: I°. A. vergiften, waarop van toepassing is Art. 7 der – genoemde Wet en waarop voorkomt santoninum; 2°. de l geneesmiddelen, welke, behalve door apothekers endoor 3 geneeskundigen, tot het leveren van geneesmiddelen be-3 voegd, niet mogen worden verkocht beneden de hoeveelt heid, daarbij voor elk dier middelen in Ned. gewicht bef paald, en wel onder B, samengestelde geneesmiddelen, i scheikundige bereidingen , onder welke w'ederom voorkomt ; santoninum, hetwelk niet beneden de 3 ons mag worden , verkocht, chininum, dat niet beneden 15 wichtjes, en sulphas clinicus basicus (sulphas chinini), die niet beneden de 5 lood mag worden verkocht; 0., dat gevolgelijk dein de door den bekl. als voorzegd verkochte chocolade bevonden hoeveelheid santoninum en chininum of sulphas chinini was verre beneden de hoeveelheid, daarbij voor elk dier middelen in voege voorgeschreven bepaald; 0., dat deze bewezene daadzaken ten opzigte van den bekl. daarstellen twee wanbedrijven van het, zonder apotheker of geneeskundige, tot het afleveren van geneesmiddelen bevoegd, te zijn, verkoopen van geneesmiddelen, door den Minister van Binnenlandsche Zaken aangewezen, beneden de hoeveelheid, voor elk dier geneesmiddelen bepaald, strafbaar op grond van Artt. 30 en 31 der Wet van 1 Juni 1865 {Stil. N°. 61). 0., dat met het bewijs der daadzaken ook dat van de schuld van den bekl. aan dezelven is verkregen; 0., dat door den raadsman van den bekl. in substantie hiertegen is ingebracht: I°. dat de bedoelde bekendmaking van den Minister van Binnenlandsche Zaken niet kan worden toegepast, als emaneerende van eene daartoe onbevoegde macht; dat wel de rechter de innerlijke waarde eener Wet niet vermag te beoordeelen, doch dat hij evenmin eene Wet mag toepassen, welke inderdaad geene Wet is; 2°. dat de dagvaarding in cam geen strafbaar feit bevat; dat toch niet is te laste gelegd de verkoop van santoninum en chininum, maar van, zoo als feitelijk ook alleen is gebleken, santonine- en chinine-chocolade, welk feit bij geene wet is verboden; en buitendien in die dagvaarding ten opzigte van de bevonden chinine geene bepaalde qnantiteit is opgegeven, zoodat die geen bepaald omschreven feit bevat, en eindelijk 3°. dat de te laste gelegde overtreding in alle geval op zoude leveren een wanbedrijf, tot wiens bestaan dolus of kwade trouw een vereischte is, dat in casu niet alleen de kwade trouw niet is bewezen, maar integendeel de goede trouw van dezen bekl. ten duidelijkste is aan den dag gekomen; O. ad lum., dat bij Art. 30 der meermalen aangehaalde Wet aan een ieder, behalve apothekers en geneeskundigen , tot het afleveren van geneesmiddelen bevoegd, is verboden de geneesmiddelen, door den Minister van Binnenlandsche Zaken, eene commissie van deskundigen gehoord, aan te wijzen, te verkoopen beneden de hoeveelheid, daarbij voor elk dier middelen bepaald; 0., dat nu wel de Minister van Binnenlandsche Zaken, overeenkomstig de bevoegdheid, hem daarbij bij gezegd wets-artikel toegekend, na eene commissie van deskundigen te hebben gehoord, bij bovengenoemde bekendmaking die lijst van geneesmiddelen heeft vastgesteld

Sluiten