Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

didaten in scheikundige werkingen, op een goed begrip der algemeene wetten, en daarom werden bij het examen hoofdzakelijk die bijzonderheden van feitenkennis en verklaringen aangeroerd, die als een noodzakelijk bestanddeel moeten gelden van goed geordende en grondige kennis der scheikunde.

De commissie is van meening, dat weldra de tijd zt zijn gekomen, om ook de scheikunde op liaar tegenwooi tig standpunt van ontwikkeling naar de nieuwere inzig en met alle candidaten ter sprake te moeten brengen b de examens. ooi het praktisch examen inde scheikunde werde aan de candidaten oplossingen gegeven, waarin zij doo analyse twee anorganische bases en zuren moesten op sporen, allen behoorende tot de meer algemeen bekend verbindingen. Van den gang der analyse moest schrifte lijk verslag worden overgelegd. _ Aan ieder candidaat werd ter schriftelijke beantwooi ding een tweetal van de volgende vragen ter hand gesteld IA De formule van sulphas cupricus is Cu S O4 -f-5 H2 O; welke is de zamenslelling in 100 deelen al Cu is = 63, S = 33, O 16 en II 1? 3°. Hoeveel grammen ammonia liquida van 10% ge halte worden vereischt tot verzadiging van 100 grammen acidum aceticum van 40% gehalte. 3°. Een zout is gebleken de volgende zamenstelling te hebben: Phosphorus .... 13.65 Magnesium .... 9.79 Stikstof 5.71 Waterstof .... 6.54 Zuurstof. . . . . 65.31 100.00 Welke is de formule van dat zout indien de atoom gewigten zijn: P = 31, Mg = 34, N = 14, H = 1 O zr 16. 4°. Als men 10 grammen alcohol absolutus verbrandt hoeveel c. c. acidum carbonioum werden er dan voortgebragt ? s°. Welk gewigt dampkringslucht is er noodig tot verbranding van 1 kilo zuivere koolstof? en welke volume neemt die dampkringslucht in ? 6°. Hoeveel salpeterzuur, van 46% gehalte aan watervrij salpeterzuur, is er noodig om 35 grammen zilver van M5/iooo gehalte op te lossen? 7°. Hoeveel liters zuurstofgas kunnen uit .100 grammen chloras kalicus verkregen worden? B°. Welk is het gewigt van het oyanzilver, dat uit 100 grammen aqua laurocerasi, dat in 1000 deelen een half deel watervrij cyanwaterstofzuur bevat, verkregen wordt? Dij het examen inde plantkunde werd gevraagd over morphologie, anatomie, physiologie en systematiek. Bij onderzoek naarder candidaten kennis van morphologie en systematiek werd gebruik gemaakt van versch algesneden planten, afkomstig uit den hortus te Utrecht. De vragen op anatomisch gebied liepen over de elementaire organen en hunne verschillende vormen, de weefsels, de opperhuid, de vaatbundels en den bouw der verschillende zamengestelde werktuigen; die uit het gebied der physiologie over de verrigtingen der wortels, bladeren, bloemen enz., zoowel afzonderlijk als in verband tot elkander beschouwd. De candidaten werden door den examinator telkens inde gelegenheid gesteld hunne antwoorden op het gebied der anatomie door schetsteekeningen op het bord. te verduidelijken. Sohriftelijke vragen werden niet voorgelegd. Het examen in dierkunde liep over den groveren bouw van het mensehelijk ligchaam en over de verschillen, die men bij de verschillende dierklassen, inde structuur der voornaamste werktuigen, zoo als die der ademhaling, van de spijsvertering en den bloedsomloop aantreft. Yerder werd over de verdeeling van het dielemijk en de kenmerken der afdeeling van den eersten en tweeden rang gehandeld, en eindelijk nog meer in het bijzonder over enkele dieren ondervraagd, wier namen inde Pharmacopoea Neerlandica staan aangeteekend. Het examen over delfstof kunde handelde over kristalstelsels, eenige belangrijke mineralen en ertsen, hunne

[natuur- en scheikundige eigenschappen, hunne zamen-6te Hing en over de afscheiding van sommige metalen uit hunne ertsen. Bij het examen inde kennis en geschiktheid, noodig tot het gereedmaken van recepten, werd gevorderd, behalve het onderscheiden der meest gebruikelijke simplicia, het vaardig, juist en oordeelkundig lezen en gereed maken van recepten en bekendheid met de synoniemen der pharmaceutisoh-chemische praeparaten. Verder werden den candidaten recepten voorgelegd, ten einde daarnaar hunne vaardigheid te kunnen beoordeelen in het overbrengen van decimaal in medicinaal gewigt. De uitslag van het examen, wat betreft de natuurkunde, kan over het geheel genomen gunstig genoemd worden. Slechts 2 der candidaten bleven verre ten achteren; daarentegen werd het examen van twee anderen zeer goed en uitmuntend geoordeeld. Deze candidaten waren niet alleen met de voornaamste verschijnselen goed bekend, maar bleken ook een juist begrip te hebben van de methode, door natuurkundigen aangewend, tot het opsporen van de wetten der verschijnselen, en van de zoogenaamde physische constanten. De gunstige invloed van het onderwijs der hoogere bui gei school op den aard van hunne kennis was zeer merkbaar. Het examen inde scheikunde, zoo als het werd afgenomen, mondeling, schriftelijk en praktisch, leverde zeer uiteenloopende resultaten. Sommige der candidaten toonden een goed begrip te hebben van de algemeene theoretische scheikunde, een helder inzigt omtrent de scheikundige wei kingen, ook naar de nieuwere rigting der wetenschap, en daarenboven bekend te zijn met de meest belangrijke stoffen en verbindingen en met den gang der qualitative analyse. Anderen daarentegen toonden weinig kennis te hebben ook van de eerste beginselen der scheikunde, en verwarden niet zelden de verschillende theoriën met elkander. Ook het schriftelijk werk der candidaten liep zeer uiteen; naauwelijks de helft hunner bevredigde in dien opzigte de billijke eischen’ der commissie. Niet gunstiger was de uitslag van het examen in het praktisch gedeelte. Weinigen toonden voldoende bekend te zijn met den gang der analyse en slechts enkelen verrigtten het onderzoek, zoo als het werkelijk ineen laboratorium behoort te geschieden. Bij velen liet de naauwkeurigheid van het onderzoek meer of minder te wensohen over. Enkelen verraadden niet alleen gemis aan oefening, maar zelfs volslagen onbekendheid met den gang der analyse. Op het gebied der plantkunde werden de candidaten over het algemeen het zwakst bevonden*in de systematiek* Zonder twijfel ten gevolge hiervan, dat er in ons land door de jonge lieden te weinig wordt gebotaniseerd, en het leeren onderscheiden der planten-familiën niet of althans niet hoofdzakelijk uit boeken, maar door eigen • onderzoek behoort aangeleerd te worden. De vragen uit het gebied der cryptogamie werden door enkele candidaten zeer voldoende beantwoord, zoodat te dien opzigte wel eenige vooruitgang in kennis bij de jonge lieden was waar te nemen. _ De meeste der candidaten toonden overigens tact te bezitten om hunne antwoorden door schetsteekingen toe te lichten. Met zeer goed gevolg werd door de meeste geëxamineerden het examen afgelegd inde dierkunde. Het examen inde kennis der delfstoffen leverde, uitgezonderd bij een paar candidaten, over het geheel bevredigende uitkomsten. Het examen inde kennis en geschiktheid noodig tot het gereed maken van recepten gaf doorgaans weinig stof tot bevrediging. Bij velen bleek, hetzij door minder doelmatige opleiding, hetzij door afwezigheid uit de apotheek tijdens den studietijd, dit gedeelte van het vak weinig rationeel te zijn beoefend of verwaarloosd; zoo zelfs dat enkele gevallen het gemis dezer kennis voor de commissie eene mede niet onbelangrijke beweegreden was tot afwijzing. Dit gemis betrof niet,alleen het oordeelkundig lezen der recepten, maar ook de theorie en praktijk der recepteerkunde, en het bevreemdde de commissie zeer bij

Sluiten