is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 6, 1869-1870, no 8, 20-06-1869

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de uitoefening der artsenijbereidkunst bij 'Pffi der wet bijna geheel vervallen. Weledele heer! Inde laatste pharmac. weekbladen vonden wij een artikel, dat ons zeer interesseerde. Het betrof namelijk het opmaken van eene algemeene prijslijst voor de gevestigde apothekers in ons land, ten einde zoo eene gelijkmatige prijsberekening van recepten inde hand te werken. Menigmaal werd reeds vroeger dezelfde zaak inde vereeniging van Pharmaceuten hier ter stede besproken en overeengekomen, dat bij afgeving van copie door ons zou vermeld worden tegen welken prijs het recept was gereed gemaakt. Doch al was daardoor een schrede voorwaarts gedaan in onzen kring, toch bleef de onaangename zaak bestaan betreffende copieën van recepten buiten de stad gereed gemaakt; want slechts zelden vond men daarop den prijs vermeld, en gebeurde het zoo maar al te vaak, dat of hooger of lager berekend werd dan elders was geschied. Overtuigd van het wenschelijke om algemeen in ons land eene vaste prijslijst te hebben, sprak het wel van zelf, of onze vereeniging was ten zeerste met het denkbeeld, in uwe laatste weekbladen uitgedrukt, ingenomen en droegen mij daarom de aangename taak op u met hare volle adhaesie bekend te maken, waaraan ik bij dezen voldoe. U de verzekering gevende, dat onze vereeniging zeer gaarne wil medewerken om tot een gewen scht doel te geraken, hebben wijde eer hoogachtend te zijn Namens de Pharmac. Vereeniging alhier, TT , „ , ' n n J. H. P. Ennema, Kampen, 10 Juni 1869. „ , . secretaris. Wij wensohen in het eerstvolgend nommer aan het oordeel onzer collega’s te onderwerpen, op hoedanige wijze naar onze meening met het oog op den toestand der Nèderlandsche apothekers eene prijsregeling der recepten het best te bereiken is. Bed. Het prov. geregtshof van Zuid-Holland, heeft den 12 April jl., met vernietiging vaneen vonnis der rechtbank te Brielle, beslist, dat hij die bf op last, bf zonder voorkennis van dén geneesheer zieken bezoekt, den pols voelt enz., zonder bevoegd te zijn tot uitoefening del geneeskunde, wanneer hij slechts geen recept voorschrijft of loon voor zijne visites aanneemt, door die handeling niet kan worden geacht eene overtreding te plegen van de Wet, regelende de uitoefening der geneeskunde, Het hof heeft dan ook den bij het vonnis der rechtbank veroordeelden jongeling, een leerling van een geneeskundige te Spijkenisse, op nieuw rechtsprekende, van alle rechtsvervolging ontslagen!!!! (Vermoedelijk zou het Openbaar Ministerie in cassatie komen van dit arrest, ten einde de jurisprudentie van den Hoogen raad over deze rechtsvraag te vernemen). Door de rechtbank te Botterdam, is 1° een apotheker, drogist en winkelier te Gouda, tot ƒlO boete veroordeeld , omdat hij het gedeelte van zijn huis, voor apotheek gebruikt, niet behoorlijk had afgescheiden van zijn winkel; en 2° een geneeskundige te Haastrecht, ook tot/10, die vergiften in zijne apotheek had, welke niet ineen besloten kast bewaard werden en zonder kenmerk van de andere middelen waren geplaatst. (De beklaagde beweerde, dat het opschrift van de flesch was afgegaan.)

De rechtbank te Appingadam heeft den Heer A. F. W geneeskundige te B. Provincie Groningen, veroordeeld tot 3 geldboeten, ieder van ƒ 5,—, 13 boeten, ieder van ƒ 1,—, subsidiaire gevangenisstraf van 13 dagen plus 2 dagen, ter zake van het dooreen geneeskundige bevoegd tot het leveren van geneesmiddelen: a. niet schouwbaar voorhanden hebben van nauwkeurige gewichten h. niet bewaren vaneen geneesmiddel ineen geschikt voorwerp, dat den officieelen en meest gebruikelijker! naam van het middel duidelijk leesbaar tot opschrift heeft. c. het niet voorhanden hebben van 6 verplichte geneesmiddelen en d. het ondeugdelijk voorhanden zijn van 6 verplichte geneesmiddelen. {Gen. Tijdschrift.) Boekaankondiging. Handleiding tot het leerling-apothekers-examen door P. Geerts. Uitgegeven voor rekening van den schrijver, {Leeuwarden, A. Akkeringa, 1869. De stand van geëxamineerd en beëedigd leerling-apotheker is door de nieuwe wetgeving bij art. 7 van Wet II in het leven geroepen. Uit de memorie van toelichting blijkt, dat bij de hooge eisehen van bekwaamheid voor den hulp-apotheker de stand van leerling-apothekér is in het leven geroepen // met het oog op de behoefte aan artsenijkundig hulp-personeel.” De commissie van rapporteurs juichte de bedoeling der Eegéering met het in het leven roepen van dezen stand toe, maar kon zich geen duidelijke denkbeelden vormen van de kennis , waarvan de leerling-apotheker blijken moest geven, alsmede van de i Jiensten, door hem te bewijzen. De Eegeering antwoordde: // De leerling-apotheker moet de geneesmiddelen, die voor//geschreven worden, kunnen onderscheiden en tevens de // maten en gewichten kennen, hem zullen naar de » mate zijner geschiktheid en bekwaamheid door den //apotheker werkzaamheden worden opgedragen, die bij // de vorige wetgeving de niet geëxamineerde bedienden //aldaar uitrichtten.” Uit den aard van het examen blijkt, dat de wetgever geschikte reoeptarii inde apotheek heeft willen stellen, zonder van hen meer kennis te eisehen, dan tot het gereedmaken van recepten behoort. De kennis van de beginselen der Nederlandsohe taal en van de rekenkunde, dus zoover zij inde lagere scholen geleerd worden, wordt met recht geëischt, als tot het vervullen van elke betrekking benoodigd. De beginselen der Latijnsche taal moet de reoeptarius kennen, omdat bij ons, even als inde meeste landen, de recepten inde Latijnsche taal geschreven worden. Tot de kennis voor het gereedmaken van recepten behoort hoofdzakelijk a. de kennis der artsenij vormen, h. de kennis der verschillende namen, waaronder de enkelvoudige en samengestelde geneesmiddelen, die inde receptuur voorkomen, inden artsenij voorraad worden bewaard, c. de kennis van de uiterlijke eigenschappen der genoemde geneesmiddelen, d. de empirische kennis der invloeden, die op de genéesmiddelen bij de bereiding schadelijk kunnen werken, e. de kennis der maten en gewichten. De geschiktheid tot het gereedmaken van recepten blijkt uit de praktijk, namelijk het. afwegen, het ondereenmengen, het inden verlangden artsenij vorm brengen, het afleveren enz. Uit de verschillende verslagen der commissiën voor het leerling-apothekers-examen blijkt, dat al hare leden met ons in deze opvatting overeenkomen. Tot nog toe bestond geen Handboek tot opleiding voor liet leerling-apothekers-examen. De heer P. Geerts heeft gemeend den toekomstigen leerlingen geen on-