is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 6, 1869-1870, no 40, 30-01-1870

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cus in 120 deelen water met eene oplossing van 13 deelen chloreti ferrici solutio (vaneen spec. gewicht van 1,44) in 78 deelen water. Het gevormde praeoipitaat wordt afgewasschen om het chloretum natricum te verwijderen, waarna men het oplost in eene oplossing van 4 deelen pyropho.sphas natricus in 36 deelen water. Men verdampt de oplossing, totdat eene kristalhuid ontstaat en laat de kristallen zich afscheiden, waarna men ze bij de gewone temperatuur droogt. Het praeparaat komt dan voor in gele, doorschijnende plaatjes. He geconcentreerde oplossing kan ook worden gepraeoipiteerd door viermaal haar volumen absoluten alcohol (althans van minstens 95 J). Men verkrijgt alsdan een wit doorschijnend praeoipitaat.

Daneoy heeft betrekkelijk het pepsine de volgende bijzonderheid medegedeeld. De groote hoeveelheid spijzen, die de vogels met , snelheid kunnen verteren, bracht hem op het denkbeeld om te beproeven of de mucose van de inwendige epidermis der bijmaag of spiermaag van vogels niet een pepsine bevat, overeenkomende met dat, hetwelk inde maag der ruminantiën en der andere viervoetige dieren gevonden wordt, waaruit men deze zelfstandigheid voor geneeskundig gebruik afscheidt. Hij vermeldt, dat de ondervinding zijne méening voorloopig heeft bevestigd. Deze mucose droogt zeer snel aan de lucht en wordt met het grootste gemak tot poeder gebracht. Onder dezen vorm bezit zij de eigenschap om j caseïne te , coaguleeren en de fibrine op te lossen, zelfs i in hoogere mate dan eene der soorten pepsine,' die hij zich uil den handel had aangeschaft. Proefnemingen op zieken hebben verder bewezen, dat het minstens even goede uitwerking heeft als de pepsine amylacée. Indien de ontdekking bevestigd wordt, is zij zeker van de hoogste beteekenis, dewijl zij den prijs aanmerkelijk zal verlagen vaneen product, waarvan de uittrekking geene ernstige bezwaren aanbiedt, maar eene lange bewerking en bijzondere zorgen vereischt, die alleen knnnen gevonden worden in eene uitsluitende bereiding van dit product. Als middel om vorstbuilen gémakkelijk en gehéél weg te nemen, is door Prof. Berthold looizuur aanbevolen, waartoe hij 45 gram gestooten galnoten met 250 C. C. regenwater gedurende een kwartier ineen aarden pot laat koken en de vloeistof na bekoeling doorzijgt. Dagelijks twee- tot driemaal worden compressen, met deze vloeistof doortrokken, op de aangetaste deelen aangebracht. Hetzelfde doel wordt volgens latere waarnemingen bereikt door 1 kilogram cortex quercus met 1 liter water te koken. Op open of etterende vorstbuilen kan men echter deze middelen niet aanwenden, dewijl zij aldaar hevige pijn zouden veroorzaken. Door den apotheker von Glasenap te Potsdam is eene nieuwe machine voor het smeren van pleisters voor één persoon samengesteld met inrichting voor spannen en strijken. De afbeelding dezer machine wordt gevonden in Hager’s Pharmac. Centralhalle N°. 51 van 23 Dec. 1869. Verscheidenheden. Door Guyot wordt tegengesproken, dat de kleurstof Coralline vergiftige of de huid prikkelende eigenschappen bezit, zooals Tardieu en Landrin door behaalde proeven hebben willen bewijzen. (Zie N°. 37 en 48 van den sden Jaargang). Voor de synthese van azijnzuur heeft Berthelot den volgenden weg ingeslagën. Hij verhit acetyleenchlorure

j met eene oplossing van hydras kalicus in water tot 230 c, of met eene alcoholische potassa-oplossing tot 100° (gedurende 10 uren). Er ontstaat eene aanzienlijke hoeveelheid aoetas kalicus ; C2 H2 Cl2 + 3 K HO = Co H3 KÖj + 2 K Cl +H2 O. acetyleenchlorure kaliumacetaat Snifate de sepsine is eene vergiftige kristallijne zelfi standigheid door Bergman en Schriedeber inden etter aangewezen. Men kan haar uittrekken uit zelfstandigi heden, die in rotting verkeerén. De injectie van 1 cen■ tigram inde aderen vaneen hond bracht weldra bra. king en bloedige diarrhee voort. Sel Clément heet in Frankrijk een surrogaat voor nitras . argenticus inde photographie, dat volgens Meynier uit s 4 deelen nitras argenticus en 6 deelen nitras magnesicus t bestaat. Chenopodine is een aloaloïde, door Eeinsch afgescheiden uit Chenopodium vulgare, nadat hij het sap, tot extractdikte verdampt, met alcohol uitgetrokken en den alcohol afgedistilleerd had en voornamelijk toen hij bij het terugblijvende aether voegde. Het komt voor in microscopische, naaldvormige kristallen, en is gemakkelijk oplos| baar in water en in alcohol. Zijne samenstelling komt overeen met de formule : C 6 Hl3 NO. Persoonlijke aangelegenheden. Den 12den Januari is te Bronswijk inden ouderdom van 61 jaren overleden Dr. Friedrich Julius Otto, Professor der technische Chemie en Pharmacie aan het Collegium Carolinum aldaar. Even als het grootste aantal beroemde scheikundigen, zoowel in als buiten Duitschland, was ook de oorspronkelijke bestemming van Otto de apotheek. Keeds op jeugdigen leeftijd echter trad hij als leeraar inde scheikunde aan eene technische inrichting op, werd later medicinaalraad en hoogleeraar aan bovengenoemd collegium. De naam van Otto is dooreen tal van werken door de geheele scheikundige wereld beroemd geworden. Door zijne uitgave der werken van Graham is de naam van Otto nauw verbonden met dien van den grooten Engelschen scheikundige. Van 1840—1813 gaf hij zijn //Lehrbuch der Chemie” uit, dat eene bloote vertaling was van Graham’s //Element of Chemistry.” Zijn meest bekend en beroemd //Ausführliches Lehrbuch der Chemie” met behulp van het werk van Graham vervaardigd en geholpen door andere geleerden (I Band door Buff, Kopp en Zamminer, 3de en 4de Band door Kolbe) verscheen 1852—1856. In het jaar 1856 gaf hij nog eene «Anleitung zur Ausmittelung der Gifte” en in 1847 een //Lehrbuch der Essigfabrikation.” Stephane Kobihet, apotheker te Parijs, lid der Academie de la Médeoine, Expresident der Sooieté de Pharmacie, enz., wiens overlijden wij in het voorlaatste nommer vermelden, heeft zich inde wetenschappelijke wereld het eerst een naam gemaakt Boor de //Dictionaire des menages, Paris 1822,” door hem in gemeenschap met Mad. Gaoou-Dufour uitgegeven, verder dooreen //Essai sur I’affinité organique, Paris 1826” en een //Mannel de I’éduoateur des vers a soie, Paris 1848,” waarvoor hem de regeering eene medaille toewees. Behalve deze groote werken vloeide .een tal artikelen en mededeelingen uit zijne pen en werden inde fransche scheikundige, pharmaceutische, geneeskundige en landhuishoudkundige tijd-