Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de verschillende vakken, zoo als zij die inde voorjaarszitting heeft vastgesteld en meer uitvoerig omschreven in het verslag, dat zij daarvan heeft gegeven.

Eender candidaten had zich, zoo als hier achter zal blijken, teruggetrokken onder het praktisch examen, en een ander verklaarde, vóór den aanvang van het openbaar examen," van het verder examen af te zien, zoodat het openbaar examen werd aangevangen met dertien candidaten. Yan ieder dier candidaten werd eene schriftelijke bewerking gevraagd vaneen paar artsenijgewassen en van een paar simplicia en de schriftelijke beantwoordiging vaneen paar vragen uit het gebied der pharmaceutische chemie. I. Welke artsenijgewassen uit de familie der solaneën noemt de Pharmacopoea Neerlandica? Beschrijf die planten. 3, Welke artsenijgewassen uit de familie der Umbelliferen noemt de Pharmacopoea Neerlandica ? Beschrijf de vruchten dier planten. 3. Welke artsenijgewassen uit de familie der labiaten noemt de Pharmacopoea Neerlandica ? Beschrijf daarvan een drietal. 4. Beschrijf digitalis purpurea en gratiola officinalis. 5. Beschrijf taraxacum officinale en lactuca scariola. 6. Beschrijf colchicum autumnale en iris florentina. 7. Beschrijf oochlearia officinalis en viola odorata, 8. Beschrijf viola tricolor en saponaria officinalis. 9. Beschrijf malva rotundifolia en tilia europaea. 10. Beschrijf althaea officinalis en oitrus aurantium. 11. Beschrijf citrus medica en linum usilatissimum. 12. Beschrijf geum urbanum en cydenia vulgaris. 13. Beschrijf aconitnm napellug en papaver rhoeas. 1. Beschrijf het ontstaan, de ontwikkeling, de structuur en verdere bijzonderheden van het móederkoorn. 3. Beschrijf lycopodium, lupulinum en kamala. 3. Wat weet gij van de kinabasten inde Pharmacopoea Neerlandica genoemd ? _4- Geef eene pharmacologische beschrijving van radix rhei. •Y Beschrijf radix taraxaci en radix seuegae, beide uitvoerig, dus ook wat hare structuur betreft. 6. Wat weet gij van de afkomst, den bouw en andere bijzonderheden van den sarsapanllewortel ? 7 • Mrat is opium ? Hoe en waar wordt het gewonnen? Wat zijn teekenen zijner deugzaamheid ? Welke is zijne scheikundige zamenstelling ? 8. Beschrijf de nnoes vomicae, ook wat hare structuur betreft. 9. Geef eene pharmacologische beschrijving van tragacanth en Arabische gom. 10. Wat weet gij van oleum cajeputi en oleum rioini ? 11. Beschrijf het verschil tusschen de fructus anisi en fructus .conii. Wat weet gij van de levertraan ? 13. Beschrijf radix arnicae en radix jalappae. 13. Wat weet gij van het aloë ? _ 1°- Geef de verschillende methoden op om zuiveren uitras argentious uit muntzilver te bereiden. Welke,methode oordeelt gij de meest praktische voor pharmaoeu- i tisch gebruik ? 2°. Welke zijnde verschillende methoden omiodetum j kalioum te bereiden en aan welke methode geeft gij de 1 voorkeur ? i De resultaten van het examen komen, wat het prak- ] tisch gedeelte betreft, hierop neer: I De pharmaceutisch-chemische en galenische praeparaten werden inden regel goed bereid. De meeste candidaten 1 bleken bekend te zijn met de doelmatigste bereidingswij- – zen en toonden tact en oordeel bij het zamenstellen en e behandelen van pharmaceutische toestellen. Bij een enke- ' len werd gemis aan netheid bij het werken waargenomen; 1 bij twee anderen bleek maar al te duidelijk, dat zij zelfs 1 gewone praeparaten, zoo als bijv. sapo medicatus, nitras ' bismuthicus .basicus, sulphas zincicus, nooit hadden bereid, j Bij den eenen viel dit reeds den eersten dag in het oog, c en de candidaat gevoelde dan ook zoo zeer zijne onbe- i kwaamheid, dat hij reeds na drie dagen zich terugtrok. De tweede werkte ten einde toe, maarde commissie mogt c

niet nalaten hem hare ontevredenheid te kennen te geven, – ten gevolge waarvan hij vóór het theoretisch examen verklaarde van het verder examen af te zien. 1 Het scheikundig onderzoek van opzettelijk verontreinigde \ praeparaten, werd door velen goed, door sommigen zelfs – uitmuntend verrigt. Tevens acht gevende op den aard van t het hun ter hand gestelde praeparaat, geraakten zij bij – het rationeel toepassen der ■ qualitative analyse tot zeer juiste aanwijzingen. Enkelen zagen den aard der te onderzoeken stof over het hoofd; den gang der qualitative i analyse volgende, kwamen zij meestal wel tot de weten; schap der aanwezige bestanddeelen, maar bleken geen * .)uist. begrip te hebben van ’t geen eigenlijk van hen werd verlangd. i Het bepalen van het gehalte van geneesmiddelen en praeparaten aan werkzame of andere bestanddeelen bij gewigt of door de maat-analyse werd door de meesten gelukkig . volbragt. Op eene enkele uitzondering na, bleken zij bekend te zijn met de methoden en tevens vertrouwd met de fijne balans en de toestellen bij de titreermethode in gebruik. Het onderscheiden en opsporen van anorganische en organische vergiften in spijzen en dranken gaf der commissie de meeste stof tot tevredenheid. Wel kwam de een spoediger en gemakkelijker tot het doel dan de ander, maar in geen enkel geval werd de juiste aanwijzing van het vergif gemist, in zeer vele gevallen werd het bijgemengde vergif in substantie afgescheiden en als corpus delicti bij het verslag overgelegd. Het examen ineen onderdeel der artsenijbereidkunde, inde recepteerkunst, gaf weinig bevredigende resultaten, niet zelden reden tot klagen. De meest ontwikkelde in het scheikundig laboratorium was lang niet altijd de best geoefende inde recepteerkunst. Aan de candidaten werd een tal recepten ter lezing en beoordeeling voorgelegd en aan elk twee ter gereedmaking. Op enkele uitzonderingen na werd de kennis der oordeelkundige receptuur gemist, en bleek het gereed maken van recepten in het oog van vele candidaten een bloot ondereenmengen van geneesmiddelen te zijn, zonder op den aard dier middelen in hunne onderlinge verhouding te letten. De candidaten behoorden bijna allen tot de twee jaren vóór de invoering der geneeskundige wetten ingeschrevenen, en waren daardoor bij het hulp-apotliekersexamen vrijgesteld geweest van het geven van bewijzen van kennis inde Latijnsche taal. Treurig zag het er uit met die kennis, toen den candidaten gewone Latijnsche recepten ter lezing werden gegeven. Op enkele gunstige uitzonderingen na, waren hun de grammaticale taalregels niet alleen vreemd, maar zij konden ook geene goede vertaling geven bij termen, die wel niet dagelijks, maar toch herhaaldelijk door geneesheeren op recepten worden gebezigd. Door het voorschrift in art. 8, alin. 3, der wet van 1 Juni 1865 {Staatsblad n°. 59) is het te verwachten, dat later de bevinding omtrent eene genoegzame kennis der Latijnsche taal gunstiger zal zijn. Eeeds bij eene vorige gelegenheid heeft de commissie over hare treurige bevinding bij de receptuur openlijk geklaagd. Het geeft een zeer abnormalen toestand, wanneer bij de beoefening van het apothekersvak juist datgene wordt verwaarloosd, wat het essentiele van het vak uitmaakt, de toepassing van al het aangeleerde, waardoor de apotheker onmiddellijk in aanraking komt met het publiek, dat tot herstel der verloren gezondheid hulp bij de geneeskunst zoekt. Na de ondervinding bij het laatste examen spreekt de commissie het nog luider dan vroeger uit, om te waarschuwen tegen verwaarloozing der rationele receptuur, en indien zij IJwe Excellentie wederom verzoeken zal dit verslag openbaar te maken, dan zal zulks inde eerste plaats strekken om hare klagt onder het oog, te brengen van de apothekers, onder wier toezigt de hulp-apothekers, volgens den eisch en de goede bedoeling der wet, twee jaren moeten werkzaam zijn, en tevens onder het oog der bestuurders en leeraren van inrigtingen voor pharmaceutisch onderwijs. Met de maxima doses der sterk werkende geneesmiddelen en het overbrengen van medicinaal in decimaal-

Sluiten