is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 6, 1869-1870, no 42, 13-02-1870

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onzes inziens moet men zich. de zaak aizoo voorstellen: Volgens art. 31 van Wet IV, in verband met art. 6 dierzeifde wet moet inde apotheek van den apotheekbolle enden geneeskundige elk geneesmiddel met een naam voorzien zijn, hetzij het geneesmiddel op de geviseerde lijst voorkomt, hetzij met. Alleen bij, geneesmiddelen, die inde Pharm. Neer!, voorkomen, kan sprake zijn vaneen officieel™ en officinalen naam. Bij geneesmiddelen buiten de Pharm. Neerl. kan slechts

de gebruikelijke officinale naam staan, maar bij deze geneesmiddelen buiten de Pharm., hetzij zij op de geviseerde lijst voorkomen, hetzij niet, moet het opschrift aanvvijzen, naar « elk voorschrift zij bereid zijn. Hoe dan ook, de rechtbank nam in het onderhavige geval aan, dat het feit, zooals het bewezen was, geene overtreding daarstelde en de beklaagde te dier zake van rechtsvervolging moest, worden ontslagen Het tweede feit betrof de afwezigheid van drie geneesmiddelen, voorkomende op de geviseerde lijst, namelijk aqua destillata, acetas plumbicus cum aqua en hypochloris calcicus. De beklaagde is voor dit feit door de rechtbank schuldig, verklaard en veroordeeld tot drie geldboeten, elk van 3 gulden. Het derde en vierde feit betrof het voorhanden hebben vau een potje, waarop enkel te lezen stond: //extract. alcoh. dr ij,” en het voorhanden hebben van folia diosmae crenatae, terwijl het opschrift luidde: //folia nvae ursi.” Beide feiten stelden overtreding daar van al. 1 van art. 6 van Wet IV. Veroordeeliug tot ééne geldboete van 10 gulden. Het vijfde en zesde feit betrof; het niet deugdelijk voorhanden hebben van de volgende geneesmiddelen, welke voorhanden moesten zijn: a. acidum sulphuricum, die geheel zwart was gekleurd; b. pulvis opii compositus (pulvis doveri), waaraan de opiumreuk ontbrak; c viuum opii aromaticum (laudanum liquidnm Sydenhami), die geheel troebel was; d. flores chamomillae; e. flores sambuci, die beide niet versoh waren; ƒ. secale cornutum, die zeer veel mijt bevatte; g. ammonia liquida, die eene sterkte had van 10 procent, en het in geene voldoende hoeveelheid voorhanden hebben van vinum opii aromaticum (laudanum liquidnm Sydenhami), welk gene. smiddel mede moest voorhanden zijn. a. Acidum sulphuricum. Hierbij deed zich de vreemde bijzonderheid voor, dat in het door de leden van den Geneeskundigen Kaad opgemaakt proces-verbaal acidum sulphni'icnm commune of oleum vitrioli, inde dagvaarding daartegen (verkeerdelijk) opgegeven was acidum sulphuricum dilutum of spiritus vitrioli. Deze fout deed echier bij de rechtbank niets af, omdat beklaagde voldoende wist, waartegen hij zich had te verdedigen. Bij het procesverbaal was vermeld, dat het oieum vitrioli geheel zwart was gekleurd. Geen wonder, beklaagde erkende dat het te lang iu eene flesch had gestaan, die met eene gewone kurk, in plaats van met eene glazen s:op was gesloten. b. Pulvis opii compositus. Beklaagde erkende dat het reeds lang had gestaan, zoodat daardoor de opiumreuk eenigszins was verloren gegaan. Wij vragen; is de opiumreuk een criterium voor de deugdelijkheid van pulvis doveri, iudien bij het dubbelzinnige voorschrift onzer Pharm. voor opium depuratum, niet pulvis opii, maar, zoo als veel gebruikelijk is, extractum opii is gebezigd ? c. Vinum opii aromaticum. Terwijl beklaagde erkende dat zijn vinum opii aromaticum troebel was, kon hij niet toegeven, dat hij met de hoeveelheid van 1 drachma geene genoegzame hoeveelheid voorhanden had, dewijl hij hiermede wel voor vier patiënten genoeg had. d. e en f. Flores chamomillae, Flores sambuci, Secale cornutum. Beklaagde erkende, dat de flor. chamom. et sambuci niet versch en miskleurd waren, en dat het secale cornutum mijt bevatte. g. Ammonia liquida. Beklaagde voerde aan, dat de ammonia liquida volgens de Pharmacopoea Neerlandica eene sterkte van 10 pet. moest hebben en alzoo aan de eischen voldeed. De rechtbank overwoog, //dat de commissie, doordien zij de procenten ammoniak op tien bepaalt.

gebruik schijnt te hebben gewaakt van eenen areometer, maar verzuimd heeft op te geven de temperatuur, waarbij dit onderzoek heeft plaats gehad, want dat bij de Phann. Neeri. wordt voorgeschreven, dat de ammonia liquida eene dichtheid moet hebben van 0,963, en dat op de specifieke tabellen, voorkomende in Graham-Otto 's ausführliihes lehrhuch der Chemie pag. 453, een specifiek gewicht van 0,9654 gelijk staat met 8,4 procent bij eene temperatuur van 14° Celsius; dat evenwel inde maand Augustus de temperatuur van 30 tot 35 graden Celsius kan zijn, zoodat, daar bij 14° 10 procent houdende ammonia liquida een specifiek gewicht heeft van <',9593, en dus slechts zes duizendste minder is bevonden, zoodat dit verschil aan het temperatuurverschil, dat niet in berekening schijnt gebracht te zijn (immers niet ten proces-verbaal gerelateerd) kan worden toegeschreven.” Wij kunnen de veronderstelling niet onderdrukken, dat de Friesche raadsleden ter goeder trouw in dwaling verkeerd hebben, waartoe ons de boven onderstreepte woorden nog meer aanleiding geven. Algemeen toch gaat de ammonia liquida der Pharmacopoea Neerlandica van 0,965 specifiek gewicht omstreeks 5 graden op den phamiaceutischeu areomgter voor lichtere vloeistoffen) voor 10 procentig door. Terwijl de rechter dan ook voor het zwart acidum sulphuiioum commune, den rcukeloozen pulvis doveri, het troebel vinum opii aromaticum, de oude flores ch.unomillae en flores sambuci en het doorvreten secale cornutum den beklaagde tot 6 geldboeten eik van 3 gulden heeft veroordeeld, sprak hij hem vrij voor de ammonia liquida, als zijnde dit feit niet wettig en overtuigend bewezen. Ook nam de rechtbank nog in aanmerking, dat het niet in voldoenden voorraad hebben van het viuum opii aromaticum in dit geval geene afzonderlijke overtreding kan daarstellen, dewijl het de bedoeling des wetgevers niet kan geweest zijn, wanneer iemand gestraft wordt wegens de ondeugdelijkheid van eenig geneesmiddel, hem nog eene afzonderlijke boete op te leggen, omdat hij geen genoegzamen voorraad van dat ondeugdelijk middel voorhanden had; en alzoo de commissie, nadat zij de ondeugdelijkheid had geconstateerd, geen onderzoek naar de aanwezige hoeveelheid van dat middel had in te stellen. De rechtbank te Eotterdam heeft inde zitting van 8 Februari een apotheker aldaar veroordeeld tot zeven geldboeten van / 3,00 ieder en twee van/10,00 ieder ter zake van; I°. het als apotheker iu zijne apotheek niet deugdelijk voorhanden hebben van drie geneesmiddelen, die voorhanden moeten zijn-, 2°. het als apotheker in zijne apotheek in geene genoegzame hoeveelheid voorhanden hebben van vier geneesmiddelen, die aanwezig moeten zijn, b°. hetals apotheker buiten de gesloten vergiftkas bewaren van drie vergiften, bij openbare bekendmaking aangewezen, en van één niet inde Pharm. Neeri. opgenoemd, 4°. het voorhanden hebben van twee geneesmiddelen zonder duidelijk leesbaar opschrift van den uaam. (Uaudeisblad). Aan het Ministerie van Oorlog is deze week aanbestéed de levering van 100. kilogramme snlphas chinicus basicus, ten dienste van ’s iiijks Magazijn van geneesmiddelen te ’s Gravenhage. Voor deze levering waren drie biljetten ingekomen. De minste inschrijver was de heer Julius Meijer te Amsterdam voor f 109,47 per kilogramme OHLORALHYDRAAT *). De lezers zijn reeds meermalen bezig gehouden met de zonderlinge uitwerkselen, die eene kleine hoeveelheid vaneen scheikundig praeparaat, onder den naam van chloral bekend, op menschen en dieren uitoefent. Sedert de onderzoekingen van de Heeren Doctoren Liebreich te Berlijn en Demarqnay te Parijs werden bekend gemaakt, hebben verschillende geleerden getracht nieuw *j De heer van Eldik Thieme verzoekt ons bij de plaatsing van dit artikel over Chloralhy draat mede te deelen, dat hij het grootendeels vertaald heeft uit de Indépendance Jitlye van 31 Januari. Bed.