is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 6, 1869-1870, no 45, 06-03-1870

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleurlooze mengsels leveren, welke men hij het aanwenden een er groote hoeveelheid jodium niet verwachten zou. Hier staat bovenaan het chloretum hydrargyricum. Indien men in alcohol gelijke deelen jodium en chloretum hydrargyricum oplost, heeft de vloeistof de kleur van tinctura jodii. Vermengt men haar echter met vluchtige oliën, met petroleum, benzol of met vette oliën of vetten, dan zijn deze mengsels inden -beginne bruin, maar worden na eenige minuten geheel kleurloos.

VERVALSCHING VAN COCCIONELLAE. Baudrimont maakt melding van eene vervalsching der Coccionellae met zwaarspaat. De cochenille, waarbij hij de vervalsching heeft ontdekt, had een zeer fraai voorkomen en bestond uit groote, zeer lichte, goed gevormde insecten, waarbij echter de ringen al te duidelijk bleken geteekend te zijn met eene witte zelfstandigheid, die aan het geheel eene kenmerkende grijze tint gaf. Bij behandeling der cochenille met aether bleef er eene witte zelfstandigheid op den bodem der buizen terug. Deze witte zelfstandigheid werd verzameld en op platina-blik aan de gloeihitte onderworpen, zonder echter daarbij eenige verandering te ondergaan. De witte kleur en de onveranderlijkheid bij hitte gaven vermoeden op sulphas baryticus. Om dit te constateeren, werden 4 grammen der cochenille genomen en tot asch gebracht, waarbij 0,98 gramme asch werd verkregen. Na behandeling dezer asoh met salpeterzuur bleef er een onoplosbaar residu, dat na filtratie, afwassching en calcinatie tot 0,70 grammen werd gereduceerd. Dit residu werd door de reductievlam der blaasbuis gereduceerd tot een oplosbaar sulphureet, hetwelk zilver ■ zwart maakte. Bij smelting met carbonas natricus j ontstond er een oplosbaar sulphaat en eene witte zelf- j standigheid, die onoplosbaar was in water, maar doorchloorwaterstofzuur werd opgenomen. De ontstane chloorverbinding vertoonde al de eigenschappen van chloretum baryticum. De cochenille bevatte volgens de berekening 30 procent sulphas baryticus. Het vreemdste inde zaakwas, dat de cochenille, niettegenstaande de bijvoeging van den -zwaarspaat, niets van hare gewone lichtheid verloren had, Baudrimont telde 165 individuen op 3 grammen, terwijl een ander monster van cochenille, op het uiterlijk veel minder fraai en kleiner, maar zuiverder, slechts 153 individuen op de 3 grammen bevatte. Dit kan enkel afkomstig zijn van de wijze, waarop de vervalsching wordt bewerkstelligd. Daartoe neemt neemt van de zwarte variëteit der cochenille uit den handel en doet ze eerst opzwellen door middel van waterdamp, waarna men ze rolt in sulphas baryticus, die door praecipitatie is bereid om een zeer fijn poeder te verkrijgen. Deze behandeling met waterdamp bleekt uit de droging der vervalsohte insecten; zij leverden lift water op, terwijl dit inde onvervalschte soort slechts 4 a 6ft bedraagt. De vermeerdering in zwaarte door den sulphas baryticus wordt dus door bet opgenomen water gecompenseerd. De vervalsching wordt, volgens latere bij den schrijver ingekomen berichten, in Engeland op groote schaal gedreven. Er bestaan aldaar fabrieken, die elk voor 130,000 francs gewone cochenille van Mexico opkoopen, om ze aldus te bewerken. Zonder hun bedrijf in het minst geheim te houden, verkoopen zij hun praeparaat onder den naam van cochenille plomhtd of eharged. Drogisten in andere landen vermengen het onder de natuurlijke grijze soort of verkoopen het voor een hoogen prijs.

//Gelukkig,” eindigt de schrijver zijn opstel, //is de scheikundige analyse in staat dergelijke frauden met zekerheid aan te wijzen en onredelijke winsten tegen te gaan.” Cochenille wordt ook als geneesmiddel voorgeschreven, bijv. bij kinkhoest of inde artsenij vormen van Kademacher. Eene vervalsching als de bovenstaande verdient dus zeer de aandacht der pharmaceuten. Het tot asoh brengen der cochenille leidt tot een zeker resultaat; men kan echter ook op de vólgende wijze te werk gaan, om het bedrog te ontdekken. Men schudt omstreeks 1 gramme der geheele cochenille met 4 a 5 C. C, aether ineen reageerbuisje. De sulphas baryticus laat bijna dadelijk van het insect los en wordt als een wit poeder gepraecipiteerd, hetwelk men op de boven aangegeven wijze aan een nader onderzoek kan onderwerpen, De heer Stoeder te Amsterdam merkt ons op, dat hetgeen door ons uit zijn artikel over extracta narcotica alcoholica in het vorig nommer is overgenomen betreffende de bevinding van Prof. Gunning omtrent de onzuiverheid van den alcohol in Engeland, te vergeefs inde //Scheikundige Bijdragen” zal gezocht worden, maar dat dit feit hem persoonlijk door genoemden Hoogleeraar is medegedeeld. De aanhaling der //Scheikundige Bijdragen” in het oorspronkelijke stuk van den heer S. doelde enkel op de aanwending van Nessler’s reagens tot het onderzoek van den alcohol. Verder is het den heer S. niet duidelijk, welk bezwaar wij kunnen hebben tegen het gebruik vaneen vertind metalen vat, tot het af halen van den alcohol eener Tinct. foliorum narooticorum, wanneer het residu terstond bij het' eindigen van deze bewerking en derhalve vóór de bekoeling verwijderd wordt, zooals men toch van elk ervaren pharmaoeut verwachten mag. Ons bezwaar is juist gegrond op de mogelijkheid, dat bij de bewerking niet volkomen aan deze vereischten zal voldaan worden, dat er randen aan de binnenzijde zullen gevormd worden, die men niet spoedig genoeg verwijdert enz. Uit het kopergêhalte vaneen der door den heer S. onderzochte extracten spreekt feitelijk, dat onze vrees niet zoo geheel ongegrond is. Uittreksels uit Binnen- en Buitenlandsche tijdschriften. Om te onderzoeken of COrnU cervi rasura met beenderen vermengd is, wordt het volgens Muller door eene speoieszeef geslagen, van poeder bevrijd en bij 100° gedroogd en vervolgens 3 grammen hiervan gedurende een uur met water gekookt. Men filtreert door twee filtrums van gelijke zwaarte, in elkander gestoken, wascht met heet water goed af, droogt, neemt de filtrums uit elkander en bepaalt de vermeerdering in gewicht van hetfiltrum, dat de zelfstandigheid bevat. Het verschil tusschen dit gewicht en de 3 grammen, die men genomen heeft, geeft de vermindering in gewicht door het uitkoken aan. Bedraagt deze vermindering niet meer dan 6 proc., dan is er volstrekt geen hertshoorn inde onderzochte stof geweest. De vermindering boven de 6 proc. is het getal, waarmede men eenvoudig naar de stelling 8: 100 = het gevonden getal: x het procentisoh gehalte aan wezenlijk hertshoorn vindt. Volgens den schrijver is zuiver hertshoorn eene zeldzaamheid. Hetgeen inden handel voorkomt als cornu cervi rasura is niets als beenderen. In het laboratorium van ï'. Jobst te Stuttgart zijn in den laatsten tijd vier nieuwe opium-alkaloïden ontdekt.