is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 7, 1870-1871, no 6, 05-06-1870

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Amsterdam, 30 Mei 1870. Weled, heer ! Omtrent de Boldo-takken, waarvan op nieuw in uw nommer van 15 Mei jl. sprake is, vond ik alléén bij Endlicher opgeteekend, dat alle deelen van Jioldoa (tot de Monimiaceën behoorende) aromatisch zijn ; dat het vleesch der steenvruchten zoet en eetbaar is, en dat het kiemwit veel vette olie en de schors veel looistof bevat. Behalve nog in AVagner’s Pjlanzenwelt vond ik nergens iets bijzonders van het geslacht Boldoa vermeld; zoodat ik omtrent wijze van gebruik en toediening der Boldotakken niets berichten kan. Misschien heeft het voor den inzender der vraag eenige waarde te vernemen, dat in den hortus alhier thans nog een exemplaar voorhanden is van de plant, genoemd inden Catalogus Hort. Bot. Amstelodamensis onder N°. 2127 als Boldua fragrans Juss. Peumus fragans Pers. Dr. D. ,1. C,

TWEE VRAGEN AAN DE HH. INSPECTEURS, ADJUNCTINSPECTEURS EN LEDEN VAN DEN GENEESKUNDIGEN KAAD. Inde Leeuw. Ct. (Bijvoegsel) van 22 April 1870 komt de volgende, in het vorig jaar ook reeds geplaatste, advertentie voor: Capsules met Balsem Copaiv. doos 50 ct. " Cubeba poeder n 60 // " Wonder-olie n 60 // // Levertraan // 60 n Eenig dépot te Leeuwarden bij den heer S. P. Postma, Korenmarkt. Inde lijst A, aan wijzende de hoeveelheid van enkelvoudige artikelen, die alleen door daartoe bevoegden mogen worden afgeleverd, staat boven aan : Balsamum Copaïvae 2 Ned. O. en verder Oleum rioini een halve flesch. De capsules zijn niet anders als de voorwerpen, waarin de aflevering plaats heeft, en daarom vraag ik: 1. Is hier art. 30 der wet van 1 Junij 1865, Staatsblad No. 61, regelende de uitoefening der artsenijbereidkunst, niet in toepassing te brengen? Inde Leeuw. Crt. van 27 Mei 1870 staat: , Chloressigsaure van Dr. L. C. Marquart geneest volkomen Likdoorns en V\ ratten. Verzegelde flacon met gebruiksaanwijzing ƒ 1,40. Dépot bij den heer S. P. Postma, Korenmarkt, Leeuwarden. Chloressigsaure is bekend als een gevaarlijk artikel in handen van niet deskundigen, ergo: 2. Is het niet in ’t algemeen belang hoogst noodzakelijk, dat de daartoe geroepen ambtenaren de Eegering in kennis stellen en aandringen op verbetering van eene zoo gebrekkige wet, die, zelfs al wordt de eerste vraag toestemmend beantwoord, toch aan meer bevoegden rechten ontneemt, die zij aan geheel onbevoegden toestaat ? Met plaatsing van bovenstaand wordt verpligt UWEd. Dw. Dr. N. N. De geachte inzender zond ons de Leeuwarder couranten 1 over, waarin genoemde advertentiën voorkomen. Wij ver- I

• bazen ons over de meer en meer toenemende onbeschaamdheid der niet tot verkoop bevoegde personen. Zij zijn, , helaas, maar al te vrijpostig geworden na de rechterlijke uitspraken ten hunnen voordeele. , De verkoop der capsules met balsa m u m c opaïv ae en oleum r icini door andere personen dan apothekers enz. in mindere dan de officieel aangegeven hoeveelheden is volgens onze zienswijze bepaald strafbaar bij de wet, Hier kan het rechterlijk vonnis niet door vermenging of een andeie naam worden ontdoken, want de verkooper kondigt de zelfstandigheden zelven als zoodanig aan. Tegenover dezen verkoop van geneesmiddelen door onbevoegden maakt de controle, die voor den apotheker bestaat, een vreemd contrast en de grimlach is gerechtvaardigd, die, zooals ons de inzender bericht, een kooper niet kou onderdrukken, toen hij bij hem voor een stukje lapis infernalis een bewijs voor het vergiftboek moest teekenen, terwijl de couranten met de advertentiën op de toonbank open lagen. Capsules met cubeba en oleum jecoris kunnen door elkeen verkocht worden, want deze zelfstandigheden komen niet voor op de ministerieele lijst. Ook de verkoop van het chloressigsaure (dichloorazijnzuur) van Marquart kan uit dien hoofde niet geweerd worden. Hij, die het middel eenmaal zonder de noodige voorzorgen heeft aangewend, zal zich wel voorde tweede maal wachten, even als hij zulks voor een snijdend werktuig doet. Ten bewijze der hevige werking dient het navolgende : Een onzer bekenden had een likdoorn met het bijtmiddel bevochtigd en de grootste zorg gedragen de omringende huid niet aan te raken. Na de aanwending trok hij weder kousen en schoenen aan en begaf zich op weg. Na verloop van eenige uren gevoelde hij hevige pijn aan den geheelen voet tot boven den enkel, en bij onderzoek bleek, dat de opperhuid duchtig ontstoken waé. De damp van het dichloorazijnzuur, tussohen het weefsel der kousen besloten, had de onaangename uitwerking voortgebracht, welke den persoon eenige dagen aan zijne kamer bond.

Verscheidenheden. Volgens Jacobi absorbeert galvanisch ijzer, uit eene oplossing afgescheiden, hydrogenium. Bij sterke verhitting van het galvanisch ijzer verkreeg hij uit 9,73 gram 17,7 volumen gas, hoofdzakelijk bestaande uit waterstof. Het galvanisch ijzer heeft een lager specifiek gewicht dan smeedijzer, namelijk 7.675. Na gloeiing nam dit toe tot 7,811, dus nog hooger dan smeedijzer (7,688). Galvanisch ijzer heeft vóór de gloeiing eene zilverachtige kleur, is zeer hard, zoodat het op glas krassen voortbrengt, en buitengemeen wrijfbaar. Na gloeiing wordt de kleur donkerder, en de hardheid vermindert zoodanig, dat het kan geplet worden. De plaats, die het Thallium inde scheikundige reeks der lichamen bekleedt, namelijk op den grens der alcali- en der zware metalen, gaf aan Dumas aanleiding het te heeten: onnthorhynchus metallorum (vogelbekbier onder de metalen). Chloralhydraat is dooreen Oostenrijkschen officier van gezondheid bij de Marine van zeer gunstige werking bij zeeziekte bevonden.