is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 7, 1870-1871, no 20, 11-09-1870

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PHARMACEUTISCH WEEKBLAD

VOOR NEDERLAND ONDER REDACTIE VAN R. J. OPWfJRDA, Apotheker te Nijmegen.

Dit Blad wordt eiken Zaterdag uitgegeven bij den Boekhandelaar D. B. CENTEN te Amsterdam. Prijs per Jaargang, franco per post, / 4.50.

Alle stukken, welke men in dit Blad wensclit opgenomen te Zien, gelieve men franco in te zenden aan den Redacteur te Nijmegen vóór Woensdag.

Prijs der Advertentiën: van 1 tot 6 regels ƒ 1.-, elke regel meer 15 ets., en 10 ets. voor een N<>. van het Blad. Brieven franco.

9e Jaargang’.

ZONDAG 11 September 1870.

\°. 80.

Mededeellngen. Ingezonden stukken.

SULPHIDUM HYPOSTIBIOSUM,

De eisch, in elke Pharmacopoea voor sulphidum hypostibiosum nigrum tot inwendig gebruik inden zeer fijnen staat (sulphidum hypostibiosum nigrum laevigatum) gesteld, is dat het vrij van arsenik zij. Onze Pharmacopoea Neerlandica laat de verbinding daarom opzettelijk bereiden door samensmelting van zuiver antimoon met zuivere zwavel. Elk, die deze bereiding ooit onderhanden heeft genomen, kent er de groote moeielijkheden van, en zeer gewenscht is dus een middel, om van het antimonium crudnm of zwavelantimoon uit den handel het verlangde pharmaceutische praeparaat te verkrijgen. tiet fijne zwavelantimoon van den handel is bijna zonder uitzondering arsenikhoudend, somtijds in eene niet geringe hoeveelheid. (Hager vond tot 0,36 proc. zwavelarsenik.) De arsenik is natuurlijk als zwavelarsenik aanwezig, Zwavelarsenik is oplosbaar in ammonia liquida en in eene oplossing van sesquicarbonas ammonicus; zwavelantimoon daarentegen is in ammonia liquida zeer weinig, inde oplossing van sesquicarbonas ammonicus bijna in het geheel niet oplosbaar, en hierop is de eenvoudige methode gegrond, door Hagër opgegeven, om uit het zwavelantimoon van den handel een geschikt praeparaat voor pharmaceutisch gebruik te verkrijgen. Het zwavelantimoon van den handel inden hoogst 'fijnen, geslibden staat wordt met 5 proc. van zijn gewicht ammonia liquida en eene genoegzame hoeveelheid water overgoten en in het waterbad gedurende een uur verhit. Vervolgens wordt 3—4 proc. vervallen sesquicarbonas ammonicus bijgevoegd, waarmede men onder gedurig omschudden eenige uren of een dag op eene matig warme plaats laat staan. Dan voegt men meer water bij, verzamelt op een colatorium of filtrum en wascht uit. Dit uitwasschen geschiedt het best door het colatorium of filtrum (met den trechter) in eene rustende waterkolom te hangen, die na een halven dag vernieuwd moet worden. Het praeparaat wordt eindelijk bij eene matige warmte gedroogd. Hoewel in het aldus behandeld sulphidum hypostibiosum bij hoogst nauwkeurig onderzoek' door den toestel van Marsh misschien nog flauwe sporen van arsenik zijn aan te wijzen, zoo is het vaneen pharmaceutisch standpunt gezien als zuiver te beschouwen. Al is het niet altijd gemakkelijk scherpe grenzen te trekken tusschen //pharmaceutisch zuiver” en //scheikundig zuiver”, zoo weten tocli onze collega’s, dat men daartussohen wel degelijk

onderscheid moet maken en geene nauwelijks waarneembare sporen verontreiniging voor wezenlijke verontreiniging aanzien, dewijl anders de uitoefening der professie ondoenlijk zou worden. Bij het afwegen der ingrediënten, we hebben het vroeger reeds opgemerkt, bezigt men ook geen chemische balans, maar eene goede pharmaceutische. Om het zwavelantimoon op een arsenikgehalte voor – pharmaceutisch gebruik te onderzoeken, wordt door Hager de volgende methode opgegeven. Men schudt in een ruim kolfje omstreeks 10 gram zwavelantimoon met 15 droppels ammonia liquida en omstreeks 15 C. C. water en kookt deze ingrediënten op, door het kolfje boven eene wijngeestvlam heen en weer te bewegen. Dan voegt men omstreeks 1 gram vervallen sesquicarbonas ammonicus bij, en zet een uur, of liever totdat ades koud is, van tijd tot tijd schuddende, ter zijde, Men brengt nu alles ineen dubbel nat filtrum, wasoht met een weinig water na, voegt bij het filtraat eenige droppels potassa liquida en dampt ineen porseleinen schaaltje tot droog in. Het terugblijvende wordt met 4 G. C. 25 procentig zoutzuur behandeld, in eene wijde reageerbuis gebracht, omstreeks 25 milligram chloras kalicus bijgevoegd en verwarmd. Zwavel, antimoon en arsenik, indien zij in het filtraat zijn opgenomen, worden hierbij volledig geoxydeerd. Men kookt tot volkomen uitdrijving van het vrije chloor, voegt dan een messepnnt zuiver chloretum natrioum en even zooveel chloretum stannosum bij, en nadat de vermenging door schudding met behulp eener- geringe warmte is geschied, voegt men voorzichtig omstreeks een half volumen zuiver geconcentreerd zwavelzuur bij, na elke bijvoeging dadelijk omschuddende. Eindelijk verhit men nog tot opkoken. Bij aanwezigheid van arsenik vertoont de vloeistof donkergekleurd. Na verloop vaneen kwartier verdunt men met omstreeks 5 C. C. water en 10 C. C. zoutzuur (vooraf vermengd) en laat den grijsbruinen afgescheiden arsenik bezinken. Was geen arsenik aanwezig, dan zal de zoutzuur-oplossing kleurloos en helder zijn. Hoewel deze methode (van Bettendorf) in hare beschrijving vrij langdurig toeschijnt, bericht Hager toch, dat hij volgens haar binnen 3 uur 7 soorten van zwavelantimoon heeft onderzocht. Alle door hem onderzochte soorten, afkomstig van verschillende laboratoriën, bleken arsenik te bevatten. Na de opgegeven behandeling nogmaals onderzocht, werd in twee gevallen geen arsenik meer aangetrolfen, terwijl in de 5 andere gevallen slechts zeer geringe sporen konden worden aangewezen.