Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De uitspraak der jury was: De apotheker, die het recep gereed maakte, heeft -zich bij de vervaardiging schuldi gemaakt aan eene onoplettendheid, die berisping verdien dewijl de werking en zekerheid vooral bij sterk wer kende geneesmiddelen van eene zorgvuldige en gepas behandeling afhangt. Verder zijnde ingrediënten va het recept van dien aard, dat zij onderling scheikundig veranderingen ondergaan, tengevolge waarvan de strych nine is gepraeoipiteerd, zoodat bij het niet telkens om schudden van het mengsel eene groote dosis strychnin op den bodem verzameld is. De mogelijkheid tot deze laatste omstandigheid is ge grond op de onoplosbaarheid of althans moeilijke oplo baarheid der verbinding, die het jodium met de strych nine aangaat. Voegt men bij eene koud verzadigde op lossing van strychnine een droppel syrupus jodeti ferros dan ontstaat deze moeilijk oplosbare verbinding dadelijl Indien dus in het bovenstaande recept het strychnine zout eerst met den liquor ferri jodati en dan met de syrupus vermengd wordt, zoo ontstaat er strychninéjodure hetwelk inde stroop niet meer oplost. Was het strychnine zout eerst met den syrupus vermengd en alsdan bij he mengsel den liquor ferri jodati gevoegd, zoo zal dëz verbinding niet meer gevormd worden (?). Genoemd blad zegt aan het einde dezer mededeelin te recht, dat de apotheker bij het dispenseeren van der gelijke middelen ten hoogste verplicht is, zich vaneen volkomen oplossing te overtuigen. (Vooral is dit bi strychnine het geval, daar dit alcaloïde groote neiging heef om ook met sommige zuren, zooals zwavelzuur, minde oplosbare verbindingen te vormen.) Indien de apotheker wetenschappelijk ontwikkeld is, zal hij bekenc zijn met de te wachten compositie en het recept terug zenden. Bij de iteratie vaneen dergelijk recept zal ook de geneesheer moeten geraadpleegd worden en, indien de patiënt de medicijnflesch medebrengt, moet men nauwkeurig nazien of er ook op den bodem iets teruggebleven is. Indien de geneesheer het woord //omgeachud’ niet bij het gebruik heeft opgegeven, doet de apotheker wel het in te vullen. Ernstige waarschuwing bij het gereedmaken van dergelijke sterk werkende middelen voor den apotheker, maar ook bij het voorschrijven voor den geneesheer, dal hij namelijk geene middelen laat samenmengen, waarvan de scheikundige wetenschap leert, dat zij niet zonder verbinding of ontbinding bij elkander bestaan kunnen. – ' ' YBOTIWELIJKE HULP IN DE APOTHEEK. Nadat de Bunzlauer Pharmaceutische Zeitung uit ons Weekblad het bericht omtrent het onlangs met goed gevolg afgelegd examen als leerling-apotheker door eenige vrouwelijke candidaten had overgenomen en daarbij onze opmerkingen had gevoegd omtrent den toekomstigen aard harer werkzaamheden in apotheken bij geneesheeren ten platten lande, ontving zij een schrijven, waarin het onderwerp van vrouwelijke hulp inde apotheek nogmaals behandeld wordt. De schrijver heeft niet veel vertrouwen op de doelmatigheid dezer vrouwelijke hulp. Meer dan tot apothekers-bedienden zullen de meisjes het nooit brengen, en in steden zijn zij als zoodanig niet op hare plaats. Hierin zijn wij het met den schrijver geheel eens. Hij ontkent echter ook het nut inde apotheken ten platten lande, en vanuit zijn standpunt is dit begrijpelijk, omdat het aantal dezer apotheken in Duitschland gering is. De geneesheeren mogen aldaar geene

geneesmiddelen leveren. Op eenige plaatsen bevinden zich dusgenaamde //filiaalapotheken,” die in verband staan met apotheken inde nabijzijnde steden ; en waar deze filiaalapotheken niet bestaan, zijnde patiënten verplicht zich de geneesmiddelen uit de apotheken der dichtst bijgelegen plaatsen te verschaften. Een geheel andere staat van zaken als bij ons, waar ten platten lande, indien zich op de plaats geene apotheek bevindt, elk geneesheer tevens als apotheker optreedt. Wij blijven voor ons vaderland waarde hechten aan de vrouwelijke hulp in deze apotheken en hopen, dat de roepstem, die ook nu weder van de vrouwelijke industrieschool is nitgegaan, nieuwe kvveekelingen aan hare inrichting tot opleiding zal verbinden. Verscheidenheden. Indien men volgens Schönn zoogenaamden absoluten alcohol van den handel bij lycnpodium voegt, dan bemerkt men, dat de alcohol zich bij het omroeren daarmede zeer goed vermengt en na korten tijd kan door middel van reageerpapier azijnzuur worden aangewezen. Neemt 'men de proef in eene groote uitdampschaal en wendt men de schaal zoodanig, dat de rand dikwijls nat wordt, dan zullen streepjes blauw lakmoespapier, die men daarop heeft gelegd, spoedig (na verloop van 10 minuten) rood worden. Uit deze en andere proeven leidt Schönn af, dat de vorming van azijnzuur geene andere is dan de werking van uiterst kleine lichaampjes op alcohol in tegenwoordigheid van zuurstof, en geen bepaald gistingsverschijnsel. De werking van platinazwart, van stoften inden toestand van vergaan (verwezing), z. a. hout, van de zwam Mycoderma aceti (door Pasteur als wezenlijke oorzaak der azijnvorming aangegeven), is volgens S. niets anders als dezelfde werking van zeer fijne deeltjes. Tot waarschuwing wordt een ongeval medegedeeld, onlangs ineen hospitaal te Londen voorgekomen. Een bediende dompelde een stuk linnen, hetwelk in aanraking met phenylzuur geweest was, in salpeterzuur. Er had onmiddellijk eene ontplofiing plaats, tengevolge waarvan een gedeelte der vloeistof den bediende in het gezicht sprong. Om houten etiquetten voor bederf inden grond te bewaren, wordt door Jacoby aanbevolen, de spitse einden 24 tot 48 uren te laten staan in eene oplossing van 1 deel sulphas cupricus in 24 deelen water en later te dompelen in kalkmelk of in eene gipsoploèsing. Het gevaar, dat gelegen is in het gebruik van petroleumvaten voor het bewaren van dranken, blijkt uiteen voorval te Gressthal in Beieren, alwaar een bewoner gestorven is na het gebruik van peren wijn, die ineen petroleumvat bewaard was, niettegenstaande het petroleumvat, alvorens het in gebruik werd genomen, goed was omgespoeld en gezuiverd. Onbekend met de oorzaak van den dood, dronken vier buren bij de begrafenis van denzelfden wijn; één hunner moest dit insgelijks met den dood bekoopen,. terwijl de 3 overigen meer of min ongesteld werden. Bij phosphor-brandwonden make men dadelijk eene sterke oplossing van koolzure soda en houde daarin het aangedane deel. De phosphorus heeft groote neiging om met de soda eene verbinding aan te gaan tdt phosphorzure soda, die geheel onschadelijk is.

Sluiten